Wat is er gebeurd in de zaak Bijstand intrekking auto kenteken 2025?
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft uitspraak gedaan in een belangrijke zaak (ECLI:NL:RBZWB:2025:402) over het intrekken en terugvorderen van een bijstandsuitkering. [Eiser] had twee auto’s op zijn naam staan die hij niet bij de gemeente Tilburg had gemeld. De gemeente vond dat hij hiermee de regels van de Participatiewet had overtreden. Dit leidde tot een procedure en geschil met de gemeente.
De kwestie draait om de ‘inlichtingenplicht’ die iedereen met een bijstandsuitkering heeft. Dit betekent dat u de gemeente direct moet laten weten over belangrijke veranderingen die invloed kunnen hebben op uw uitkering. Bezittingen zoals auto’s vallen hier ook onder, omdat ze meetellen als vermogen. Als u dit niet doet, kan de gemeente uw uitkering intrekken en het geld terugvragen.
Waarom werd de bijstand ingetrokken?
[Eiser] ontving een bijstandsuitkering. De gemeente Tilburg ontving een tip over de reis van zijn partner en ontdekte tijdens onderzoek dat er twee auto’s op zijn naam stonden: een Mitsubishi (sinds februari 2022) en een Mazda (sinds juni 2022). Omdat auto’s gezien worden als bezittingen die invloed kunnen hebben op het recht op bijstand, had [Eiser] dit moeten melden. Hij deed dit niet.
De gemeente vroeg om bewijzen van aankoop en financiering, maar [Eiser] kon deze niet voldoende overleggen. Hij beweerde dat één auto van zijn neef was, maar kon dit niet hard maken met objectieve stukken. Hierdoor kon de gemeente niet vaststellen of [Eiser] in de betreffende maanden wel recht had op bijstand. Dit is de kern van de zaak omtrent de bijstand intrekking auto kenteken.
De argumenten van [Eiser] en de gemeente
[Eiser] vond dat de gemeente de waarde van de auto’s te hoog had ingeschat, vooral omdat ze oud waren (15 en 16 jaar). Hij legde een koopcontract over voor de Mazda van €1.500,-, veel lager dan de €2.362,50 die de gemeente vaststelde op basis van ANWB-koerslijsten. Ook vond hij dat de Mazda niet zijn eigendom was, ondanks dat die op zijn naam stond. Hij gaf aan dat de intrekking en terugvordering een te zware straf waren, omdat hij geen kwade opzet had en inmiddels alle informatie had proberen te overleggen.
De gemeente hield vast aan haar besluit. Een auto op naam staat, telt mee als vermogen, ongeacht de reden van tenaamstelling. [Eiser] had dit moeten melden. De door hem overlegde bewijzen waren niet objectief en verifieerbaar genoeg. De gemeente heeft de waarde van de auto’s vastgesteld op basis van de ANWB-koerslijsten (75% van de total loss waarde), wat een gangbare methode is. Omdat [Eiser] de inlichtingenplicht schond en de gemeente zijn recht op bijstand niet kon vaststellen, was intrekking en terugvordering wettelijk verplicht en proportioneel.
Wat besloot de rechter?
De rechtbank was het eens met de gemeente. Het stond vast dat beide auto’s op naam van [Eiser] stonden. Dit rechtvaardigt de aanname dat ze deel uitmaken van zijn vermogen. [Eiser] slaagde er niet in om het tegendeel te bewijzen met objectieve en controleerbare documenten, ook niet met het later ingediende koopcontract voor de Mazda. De rechtbank oordeelde dat de waardebepaling via ANWB-koerslijsten correct was, aangezien [Eiser] geen overtuigende bewijzen leverde voor een lagere waarde of ernstige gebreken.
De rechtbank bevestigde dat [Eiser] zijn inlichtingenplicht had geschonden door de auto’s niet te melden. Zonder deze melding kon de gemeente niet vaststellen of hij in die periodes recht had op bijstand. Intrekking en terugvordering zijn in zo’n geval verplicht. De rechter vond de sanctie niet disproportioneel, omdat het een verplichte actie van de gemeente is bij schending van de inlichtingenplicht, ongeacht kwade opzet. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet aanwezig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.