RDW trekt erkenning bedrijfsvoorraad in: wat gebeurde er in 2023?
In deze zaak stond een bedrijf dat handelt in auto’s en ze sloopt, tegenover de RDW (Dienst Wegverkeer). De RDW wilde de erkenning van het bedrijf intrekken omdat het volgens hen de regels van de bedrijfsvoorraad twee keer had overtreden. Een erkenning bedrijfsvoorraad is cruciaal voor zo’n bedrijf, want zonder die erkenning kunnen ze geen auto’s aan- of afmelden. De intrekking zou betekenen dat het bedrijf minstens een week stil zou komen te liggen, met grote financiële schade als gevolg.
Waarom wilde de RDW de erkenning intrekken?
De RDW vond dat het bedrijf twee keer in de fout was gegaan. De eerste keer in 2020, omdat een gekochte auto met kenteken [kenteken] te laat was aangemeld in de bedrijfsvoorraad. Hierdoor bleef de vorige eigenaar onterecht verantwoordelijk voor de autoverplichtingen. Het bedrijf kreeg hiervoor een waarschuwing. De tweede keer in 2022, toen bleek dat een auto met kenteken [kenteken] wel was vrijgewaard door het bedrijf, maar nog steeds op naam stond van de vorige eigenaar. De RDW zag dit als een tweede overtreding binnen 24 maanden en besloot de erkenning voor twee weken in te trekken, waarvan één week voorwaardelijk.
Wat was het verweer van het bedrijf?
Het bedrijf vond dat er geen sprake was van een overtreding. Ze gaven aan dat ze de voertuigen wel hadden aangemeld, maar dat er waarschijnlijk een technische storing of fout in de systemen van de RDW was opgetreden. Vooral bij de eerste overtreding kon de RDW volgens het bedrijf niet bewijzen dat de fout bij hen lag. Daarnaast vond het bedrijf de straf veel te zwaar. Ze verwerken jaarlijks tienduizenden auto’s en een fout kan er dan makkelijk insluipen. Een week zonder erkenning zou tot enorme schade leiden, van wel 350.000 euro, en zelfs tot het verliezen van klanten.
Hoe oordeelde de rechter over de intrekking erkenning bedrijfsvoorraad RDW 2023?
De rechter gaf het bedrijf grotendeels gelijk. Voor de eerste overtreding, betreffende kenteken [kenteken], kon de RDW niet met zekerheid aantonen dat het bedrijf een fout had gemaakt. Omdat het intrekken van de erkenning een zware straf is, moet buiten kijf staan dat de overtreding is begaan. Dit was niet het geval. De rechter vond wel dat de tweede overtreding, met kenteken [kenteken], aannemelijk was gemaakt. Het bedrijf had daar foute gegevens gebruikt bij de afmelding.
Omdat de RDW het besluit baseerde op twee overtredingen en er slechts één bewezen kon worden, was het besluit van de RDW niet goed onderbouwd en moest het worden vernietigd. De rechter droeg de RDW op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de eerdere, zwaardere straf van vier weken (waarvan twee voorwaardelijk) werd geschorst in afwachting van dat nieuwe besluit. Dit betekent dat het bedrijf voorlopig verder kan werken en de RDW opnieuw moet kijken naar de straf, uitgaande van slechts één bewezen overtreding.