In een recente uitspraak uit 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam geoordeeld in een belangrijke zaak over de schadevergoeding auto brand aanschafwaarde 2025. Een man, de heer [eiser], eiste van ABN AMRO Schadeverzekering N.V. een hogere uitkering na een autobrand, omdat hij meende dat zijn auto verzekerd was tegen de aanschafwaarde. De rechtbank heeft hem echter in het ongelijk gesteld en besloten dat de verzekeraar terecht de dagwaarde heeft uitgekeerd.
Wat is er precies gebeurd?
De heer [eiser] kocht in mei 2020 een auto voor bijna 130.000 euro. Een maand later sloot hij hiervoor een volledig casco verzekering af bij ABN AMRO. Begin 2022 vloog de auto in brand en was deze total loss. ABN AMRO keerde vervolgens 96.500 euro uit, gebaseerd op de dagwaarde van de auto. De heer [eiser] was het hier niet mee eens. Hij stelde dat hij recht had op uitkering van de aanschafwaarde en vorderde het verschil van 33.000 euro, plus andere kosten zoals betaalde premies en wegenbelasting.
De discussie over aanschafwaarde en dagwaarde
De kern van het geschil draaide om de vraag: moet de verzekeraar de aanschafwaarde of de dagwaarde van de auto vergoeden na total loss? De heer [eiser] beweerde telefonisch te hebben afgesproken dat zijn auto verzekerd was tegen de aanschafwaarde. De rechtbank oordeelde echter dat hij dit niet voldoende had kunnen bewijzen. Er was geen schriftelijk bewijs, en van een geluidsopname van het telefoongesprek kon hij geen kopie overleggen.
ABN AMRO verweerde zich met de stelling dat de polisvoorwaarden duidelijk aangaven dat de dagwaarde (of vervangingswaarde plus 10%) zou worden uitgekeerd. De rechtbank gaf ABN AMRO hierin gelijk. Zelfs als de polisvoorwaarden niet goed ter hand zouden zijn gesteld (wat de heer [eiser] ook betoogde), dan nog zou de wet voorschrijven dat de vervangingswaarde moet worden vergoed, tenzij anders is afgesproken. En dat ‘anders afgesproken’ kon dus niet bewezen worden.
Schadevergoeding auto brand aanschafwaarde afgewezen
De rechtbank concludeerde dat de heer [eiser] onvoldoende had onderbouwd dat er een afspraak was gemaakt over uitkering op basis van de aanschafwaarde. Zijn vordering van 33.000 euro werd daarom afgewezen. Ook de extra kosten zoals premie en wegenbelasting werden niet toegekend. De rechtbank vond dat de vertraging in de schadeafwikkeling grotendeels voor rekening van de heer [eiser] kwam, omdat hij de discussie over de waarderingsgrondslag was gestart en hierin ongelijk kreeg.
Bovendien wees de rechtbank zijn argument af dat ABN AMRO haar informatieverplichtingen had geschonden. De heer [eiser] had zelf de verzekeringspapieren niet gelezen, terwijl de waarderingsgrondslag volgens hem cruciaal was. Er was dus geen direct verband tussen een eventuele fout van ABN AMRO en de door hem geclaimde schade.
Deze uitspraak benadrukt hoe belangrijk het is om bij het afsluiten van een autoverzekering de polisvoorwaarden goed te lezen en eventuele specifieke afspraken (zoals een aanschafwaarderegeling) schriftelijk te laten vastleggen. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht op onze pagina over procedures en geschillen.
Wat betekent dit voor consumenten?
Deze zaak laat zien dat consumenten die een duurdere auto verzekeren goed moeten controleren welke waarderingsgrondslag de verzekering hanteert bij total loss. Is dat de aanschafwaarde, nieuwwaarde of dagwaarde? Dit kan een groot verschil maken in de hoogte van de uitkering na schade. Lees altijd de polisvoorwaarden zorgvuldig door en vraag bij twijfel om opheldering of een schriftelijke bevestiging van gemaakte afspraken.