BPM en waardevermindering

BPM naheffing Subaru Forester 2024: Waardevermindering schade en huurverleden afgewezen

Een autobedrijf moest extra BPM betalen voor een geïmporteerde Subaru Forester. De rechtbank oordeelde dat de waardevermindering door schade en een huurverleden niet volledig was bewezen. Hierdoor bleef de hogere BPM naheffing van de Belastingdienst staan, maar kreeg het bedrijf wel een kleine vergoeding voor lange behandeltijd.

Uitkomst: Vordering koper afgewezen
Rechtbank

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak

22 mei 2024

Zaaknummer

BRE 23/1294

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2024:3311

Onderwerp

Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM), waardevermindering door schade en huurverleden

Wetsartikel

Artikel 110 VWEU, Artikel 27h, derde lid AWR, Artikel 28, zevende lid AWR

Samenvatting in gewone taal

BPM naheffing Subaru Forester: De Rechtbank Oordeelt over Waardevermindering in 2024

In een recente uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in 2024 stond een interessante zaak centraal over de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) en de waardebepaling van een geïmporteerde Subaru Forester 2.0i e-Boxer Luxury. Een autobedrijf, de belanghebbende, was het niet eens met een naheffingsaanslag voor de BPM, omdat de Belastingdienst volgens hen te weinig rekening hield met waardevermindering door schade en een huurverleden. Laten we deze uitspraak eens goed bekijken.

De BPM naheffing Subaru Forester zaak gaat over de vraag hoe de waarde van een importauto berekend moet worden voor de BPM. Als je een auto importeert, moet je BPM betalen. De hoogte hiervan hangt af van de leeftijd en de waarde van de auto. Soms is een auto minder waard door bijvoorbeeld schade of omdat deze als huurauto is gebruikt. De vraag is dan: mag je die waardevermindering volledig van de BPM-grondslag aftrekken?

Wat was er aan de hand?

Een autobedrijf, een ‘belanghebbende’ in juridische termen, importeerde een Subaru Forester en gaf hiervoor een bedrag aan BPM op. Ze hadden hierbij rekening gehouden met een aanzienlijke waardevermindering door schade, gebaseerd op een eigen taxatierapport. De Belastingdienst was het hier niet mee eens en liet zelf een ‘hertaxatie’ uitvoeren. Deze hertaxatie kwam tot een veel lager bedrag aan schade en nam daarvan slechts 72% in aanmerking voor de waardevermindering. Hierdoor legde de Belastingdienst een hogere naheffingsaanslag op.

De belanghebbende vond dit onterecht. Zij stelden dat 100% van de schade als waardevermindering moest meetellen, vooral omdat de auto nog redelijk nieuw was. Ook vond het autobedrijf dat de auto minder waard was geworden door een ‘huurverleden’ en dat hiervoor een extra bedrag moest worden afgetrokken van de waarde. Ze beriepen zich hierbij ook op Europese regels en het gelijkheidsbeginsel, omdat in andere gevallen soms wel 100% werd toegekend.

Het oordeel van de Rechtbank over de BPM naheffing Subaru Forester

De rechtbank heeft het autobedrijf (de belanghebbende) in het ongelijk gesteld wat betreft de waardevermindering. De rechter vond dat het bedrijf niet goed had bewezen dat de auto hersteld zou worden naar ‘nieuwstaat’, en dus ook niet dat 100% van de schade moest meetellen. Ook de verwijzing naar het Europese recht of het gelijkheidsbeginsel hielp niet, omdat de genoemde vergelijkbare gevallen niet voldoende overeenkwamen met deze specifieke Subaru Forester.

Wat betreft het huurverleden, oordeelde de rechtbank dat het autobedrijf ook hiervoor geen goed bewijs had geleverd. Zelfs als er een huurverleden was, had het bedrijf niet aangetoond dat de koerslijst die werd gebruikt (waarin de waarde van de auto staat) hiermee geen rekening had gehouden of onvoldoende aftrek bood. Kortom, de naheffingsaanslag van de Belastingdienst bleef overeind.

Schadevergoeding voor lange duur procedure

Hoewel het autobedrijf de zaak inhoudelijk verloor, kreeg het wel een kleine vergoeding van 500 euro. Dit kwam omdat de Belastingdienst en de rechtbank te lang hadden gedaan over de behandeling van de zaak. Dit noemen we ‘overschrijding van de redelijke termijn’. Ook werden de proceskosten en het griffierecht vergoed door de Staat.

Voor meer informatie over dit onderwerp en gerelateerde zaken kunt u terecht op onze pagina over lease, financiering en belastingen.

Wat speelde er in deze zaak?

17 september 2021

Belanghebbende meldt registratie van een Subaru Forester en een te betalen bedrag aan BPM van € 7.641.

16 september 2021

Waardetaxaties.nl stelt een taxatierapport op, waarin een schadebedrag van € 6.275 is opgenomen.

November 2021

Belanghebbende geeft € 7.216 aan BPM aan en voldoet dit bedrag.

Na aangifte

De inspecteur laat een hertaxatie uitvoeren door DRZ, die een schadebedrag van € 1.274 vaststelt en hiervan 72% (€ 917) als waardevermindering in aanmerking neemt.

Na hertaxatie

De inspecteur legt een naheffingsaanslag van € 1.550 op, gebaseerd op een totale verschuldigde BPM van € 8.766.

19 april 2022

De inspecteur ontvangt het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag.

30 september 2022

De inspecteur doet uitspraak op bezwaar.

10 april 2024

De rechtbank behandelt het beroep van belanghebbende op zitting.

22 mei 2024

De rechtbank doet uitspraak: het beroep is ongegrond, de naheffingsaanslag blijft staan. Wel wordt een immateriële schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Standpunt van de koper

Het autobedrijf (belanghebbende) vond dat de inspecteur te weinig rekening hield met de waardevermindering van de auto. Zij stelden dat 100% van de schade als waardevermindering moest meetellen, niet de 72% die de Belastingdienst hanteerde. Ook vonden zij dat er een extra bedrag afgetrokken moest worden vanwege het huurverleden van de auto.

Verweer van de verkoper

De inspecteur hield vast aan de hertaxatie, die 72% van de schade als waardevermindering in aanmerking nam. Ook betwistte hij dat het huurverleden van de auto extra waardevermindering rechtvaardigde die niet al in de koerslijst was meegenomen. Volgens de inspecteur had de belanghebbende onvoldoende bewijs geleverd voor een hogere waardevermindering.

De centrale juridische vraag

Mogen de schade en een eventueel huurverleden van een geïmporteerde auto voor de BPM-berekening volledig in mindering worden gebracht op de waarde, of mag de Belastingdienst hier een lager percentage voor hanteren?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is BPM en waarom moet ik het betalen?

BPM staat voor Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen. Je betaalt dit in Nederland bij de aankoop van een nieuwe personenauto, motor of kampeerauto, of bij het importeren van een voertuig uit het buitenland. Het is een belasting op luxe en vervuiling.

Hoe wordt de waarde van mijn auto bepaald voor de BPM?

De BPM wordt berekend over de catalogusprijs van de auto toen deze nieuw was, min een afschrijving gebaseerd op leeftijd en kilometers. Als een importauto schade heeft of een huurverleden, kan de waarde lager zijn. Dit moet je dan goed kunnen bewijzen met taxatierapporten, die de Belastingdienst eventueel kan laten controleren met een hertaxatie.

Kan ik schade of een huurverleden van mijn importauto opgeven voor minder BPM?

Ja, in principe wel. Als je auto aantoonbaar minder waard is door schade of een huurverleden, kan dit de BPM verlagen. Echter, je moet dit goed kunnen bewijzen. De Belastingdienst accepteert vaak niet 100% van de schade als waardevermindering en een huurverleden moet ook specifiek aannemelijk worden gemaakt met bewijs dat de invloed op de waarde niet al in de koerslijsten is meegenomen.

Wat is een immateriële schadevergoeding en wanneer krijg ik die?

Een immateriële schadevergoeding is een geldbedrag dat je kunt krijgen voor geleden niet-materiële schade, zoals leed door onzekerheid. In belastingzaken kun je deze ontvangen als de behandeling van je bezwaar en beroep te lang duurt, dus als de 'redelijke termijn' wordt overschreden. De termijn is in principe twee jaar (een half jaar voor bezwaar, anderhalf jaar voor beroep).