BPM naheffing Subaru Forester: De Rechtbank Oordeelt over Waardevermindering in 2024
In een recente uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in 2024 stond een interessante zaak centraal over de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) en de waardebepaling van een geïmporteerde Subaru Forester 2.0i e-Boxer Luxury. Een autobedrijf, de belanghebbende, was het niet eens met een naheffingsaanslag voor de BPM, omdat de Belastingdienst volgens hen te weinig rekening hield met waardevermindering door schade en een huurverleden. Laten we deze uitspraak eens goed bekijken.
De BPM naheffing Subaru Forester zaak gaat over de vraag hoe de waarde van een importauto berekend moet worden voor de BPM. Als je een auto importeert, moet je BPM betalen. De hoogte hiervan hangt af van de leeftijd en de waarde van de auto. Soms is een auto minder waard door bijvoorbeeld schade of omdat deze als huurauto is gebruikt. De vraag is dan: mag je die waardevermindering volledig van de BPM-grondslag aftrekken?
Wat was er aan de hand?
Een autobedrijf, een ‘belanghebbende’ in juridische termen, importeerde een Subaru Forester en gaf hiervoor een bedrag aan BPM op. Ze hadden hierbij rekening gehouden met een aanzienlijke waardevermindering door schade, gebaseerd op een eigen taxatierapport. De Belastingdienst was het hier niet mee eens en liet zelf een ‘hertaxatie’ uitvoeren. Deze hertaxatie kwam tot een veel lager bedrag aan schade en nam daarvan slechts 72% in aanmerking voor de waardevermindering. Hierdoor legde de Belastingdienst een hogere naheffingsaanslag op.
De belanghebbende vond dit onterecht. Zij stelden dat 100% van de schade als waardevermindering moest meetellen, vooral omdat de auto nog redelijk nieuw was. Ook vond het autobedrijf dat de auto minder waard was geworden door een ‘huurverleden’ en dat hiervoor een extra bedrag moest worden afgetrokken van de waarde. Ze beriepen zich hierbij ook op Europese regels en het gelijkheidsbeginsel, omdat in andere gevallen soms wel 100% werd toegekend.
Het oordeel van de Rechtbank over de BPM naheffing Subaru Forester
De rechtbank heeft het autobedrijf (de belanghebbende) in het ongelijk gesteld wat betreft de waardevermindering. De rechter vond dat het bedrijf niet goed had bewezen dat de auto hersteld zou worden naar ‘nieuwstaat’, en dus ook niet dat 100% van de schade moest meetellen. Ook de verwijzing naar het Europese recht of het gelijkheidsbeginsel hielp niet, omdat de genoemde vergelijkbare gevallen niet voldoende overeenkwamen met deze specifieke Subaru Forester.
Wat betreft het huurverleden, oordeelde de rechtbank dat het autobedrijf ook hiervoor geen goed bewijs had geleverd. Zelfs als er een huurverleden was, had het bedrijf niet aangetoond dat de koerslijst die werd gebruikt (waarin de waarde van de auto staat) hiermee geen rekening had gehouden of onvoldoende aftrek bood. Kortom, de naheffingsaanslag van de Belastingdienst bleef overeind.
Schadevergoeding voor lange duur procedure
Hoewel het autobedrijf de zaak inhoudelijk verloor, kreeg het wel een kleine vergoeding van 500 euro. Dit kwam omdat de Belastingdienst en de rechtbank te lang hadden gedaan over de behandeling van de zaak. Dit noemen we ‘overschrijding van de redelijke termijn’. Ook werden de proceskosten en het griffierecht vergoed door de Staat.
Voor meer informatie over dit onderwerp en gerelateerde zaken kunt u terecht op onze pagina over lease, financiering en belastingen.