Wat gebeurde er met de Fiat Ducato luchtvering?
In deze zaak eiste een bedrijf, hier aangeduid als ‘eiser’, dat een autozaak, de ‘gedaagde’, een Fiat Ducato zou repareren of vervangen. Het ging om een busje waarvan de luchtvering, die voor 1.850 euro extra was aangeschaft, volgens de koper niet goed werkte. De koper stelde dat het meetsysteem onterecht aangaf dat de compressor oververhit was, waardoor de luchtvering uitschakelde en de hoog-laag instelling niet meer functioneerde. Dit zou zorgen voor storingen en zelfs een scheefstand van het voertuig. De koper baseerde zijn vordering op de garantievoorwaarden van BOVAG.
De verkoper, de ‘gedaagde’, verdedigde zich op twee belangrijke punten. Ten eerste betwistte de verkoper dat de ‘eiser’ (het bedrijf) wel de juiste contractspartij was, omdat de koopovereenkomst oorspronkelijk met een iets anders genaamde entiteit was gesloten. Ten tweede voerde de verkoper aan dat de ‘eiser’ veel te laat was met klagen over het vermeende defect, wat volgens de BOVAG-voorwaarden alle rechten zou doen vervallen. Daarnaast stelde de verkoper dat er geen sprake was van een defect, maar van een normale ‘producteigenschap’ van het voertuig.
Was er sprake van een contractsoverneming?
De rechtbank moest eerst beoordelen of de ‘eiser’ wel de juiste partij was om deze zaak aan te spannen. De oorspronkelijke koopovereenkomst was gesloten met een entiteit met een vergelijkbare naam, maar de ‘eiser’ stelde dat er sprake was van een ‘contractsoverneming’. Dat betekent dat de rechten en plichten van het ene bedrijf zijn overgenomen door het andere. De rechtbank keek naar e-mails van 15 juli 2020 waarin de ‘eiser’ vroeg om de factuur en tenaamstelling op haar naam te zetten, en de reactie van de ‘gedaagde’ die om KvK-gegevens vroeg. Omdat de ‘gedaagde’ hieraan meewerkte en de factuur op naam van de ‘eiser’ zette, oordeelde de rechtbank dat er inderdaad sprake was van een geldige contractsoverneming. Dit betekent dat de ‘eiser’ ontvankelijk was en de zaak mocht voeren.
De cruciale klachtplicht voor de Fiat Ducato luchtvering
Het belangrijkste punt in deze zaak was de zogenaamde ‘klachtplicht’. Volgens artikel 16 lid 1 van de BOVAG-voorwaarden moet een koper binnen acht dagen klagen nadat een gebrek is ontdekt, of had kunnen worden ontdekt. De Fiat Ducato werd op 24 juli 2020 geleverd. De koper gaf zelf aan dat de problemen met de Fiat Ducato luchtvering oververhitting ergens rond 1 juni 2021 of 24 juli 2021 begonnen, en ter zitting zelfs dat ze na een half jaar al wist dat de luchtvering niet goed functioneerde. Toch meldde de koper de klacht pas op 7 september 2021 officieel bij de verkoper.
De rechtbank concludeerde dat, ongeacht welke datum de koper als start van de problemen noemde, de melding van 7 september 2021 veel te laat was. Dit was ruim na de gestelde termijn van acht dagen. Het argument van de koper dat de verkoper de klacht wel onderzocht, betekende volgens de rechtbank niet dat de klachtplicht daarmee was vervallen. Omdat de koper niet op tijd heeft geklaagd, vervielen al haar aanspraken volgens de BOVAG-voorwaarden. De vorderingen van de koper werden daarom afgewezen.
Was het een defect of een producteigenschap?
Voor de volledigheid keek de rechtbank ook naar de inhoudelijke discussie over het vermeende defect aan de Fiat Ducato luchtvering oververhitting. De koper stelde dat er een defect was, terwijl de verkoper volhield dat het om een ‘producteigenschap’ ging. Als het een producteigenschap is, vallen garantieclaims volgens artikel 15 lid 4 van de BOVAG-voorwaarden niet onder de garantie.
De rechtbank oordeelde dat de koper onvoldoende had bewezen dat er sprake was van een defect. Sterker nog, de verkoper had overtuigend aangetoond dat:
- Het vervangen van de luchtveringsunit het probleem niet had opgelost.
- Een vergelijking met een ander identiek voertuig aantoonde dat de werking precies hetzelfde was.
- De leverancier van het voertuig meerdere keren had bevestigd dat het ‘oververhit raken van de pomp na driemaal bewegen’ een normale producteigenschap is, en geen defect.
Zelfs als de klachtplicht geen rol had gespeeld, waren de vorderingen van de koper dus waarschijnlijk afgewezen omdat er geen sprake was van een defect, maar van een normale eigenschap van het product. Voor meer informatie over dit onderwerp, kunt u terecht op onze pagina over aankoop gebreken.
De uitspraak
De rechtbank wees alle vorderingen van de ‘eiser’ af en veroordeelde haar tot het betalen van de proceskosten van de ‘gedaagde’. De reden hiervoor was primair het niet voldoen aan de klachtplicht, en subsidiair het feit dat niet bewezen kon worden dat er sprake was van een defect, in plaats van een producteigenschap.