Non-conformiteit auto

Koper ontbindt koop Renault Clio wegens versleten koppeling binnen een maand in 2026

Een koper kreeg een maand na aanschaf van een tweedehands auto te maken met een defecte koppeling. Omdat de autohandelaar weigerde de auto kosteloos te herstellen, ontbond de koper de koopovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de auto ondeugdelijk was en wijst terugbetaling van het aankoopbedrag en schadevergoeding toe.

Uitkomst: Vordering toegewezen
Rechtbank

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Tilburg

Datum uitspraak

27 mei 2026

Zaaknummer

11937924 CV EXPL 25-5439 (E)

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:4736

Onderwerp

consumentenkoop, non-conformiteit, ontbinding, koppeling, wettelijk vermoeden, schadevergoeding, expertise

Wetsartikel

Artikel 7:5 BW; Artikel 7:17 BW; Artikel 7:18 lid 2 BW; Artikel 7:22 BW; Artikel 6:96 lid 2 BW; Artikel 6:119 BW; Artikel 6:271 BW; Artikel 6:272 BW; Artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Samenvatting in gewone taal

Inleiding

Een consument kocht een gebruikte sportieve auto voor € 15.000,00, maar strandde al na een maand in het buitenland met een weigerende versnellingsbak. De autohandelaar weigerde de koppeling kosteloos te vervangen en wilde hooguit de helft meebetalen. De koper ontbond daarop de koop en stapte naar de rechter. De kantonrechter te Tilburg oordeelde in mei 2026 over de vraag wie opdraait voor de kosten.

Kern van de uitspraak

De kantonrechter oordeelde dat de auto niet aan de koopovereenkomst voldeed. Omdat het mankement binnen een jaar na aankoop optrad, geldt het wettelijke vermoeden dat het gebrek al bij de levering aanwezig was. Een versleten koppeling bij deze kilometerstand en aanschafprijs hoefde de koper niet te verwachten. Doordat de autohandelaar kosteloos herstel weigerde, mocht de koper de koopovereenkomst ontbinden. De verkoper moet het aankoopbedrag van € 15.000,00 terugbetalen, de noodreparatie- en transportkosten van € 2.069,75 vergoeden en meewerken aan de overschrijving van het kenteken.

Juridische context

Bij consumentenkoop geldt dat een gekocht product de eigenschappen moet hebben die u voor normaal gebruik mag verwachten. Gaat een product binnen één jaar kapot, dan zegt de wet dat het gebrek vermoed wordt al aanwezig te zijn geweest bij de aankoop. De verkoper moet dan bewijzen dat dit niet zo was. De verkoper is wettelijk verplicht om non-conforme zaken kosteloos te herstellen. Doet de verkoper dat niet binnen redelijke grenzen, dan mag de koper de overeenkomst ontbinden en schadevergoeding vorderen.

De zaak in eenvoudige woorden

Een man kocht een tweedehands auto voor € 15.000,00. Na één maand ging de koppeling kapot tijdens een autorit in Duitsland. De garagehouder wilde de reparatie niet helemaal betalen, maar eiste dat de koper de helft meebetaalde. De rechter besliste dat de auto ondeugdelijk was en dat de verkoper de reparatie wel helemaal gratis had moeten uitvoeren. De koper krijgt daarom zijn hele aankoopbedrag en zijn gemaakte sleep- en garagekosten terug.

Lessen voor consumenten

  • Vraag bij een gebrek binnen één jaar na aankoop altijd eerst schriftelijk om volledig kosteloos herstel door de verkoper.
  • Ga niet zomaar akkoord met een voorstel van een autohandelaar om reparatiekosten te delen als er sprake is van non-conformiteit.
  • Schors het kenteken van een stilstaande, defecte auto zo snel mogelijk na ontbinding om onnodige vaste lasten zoals belasting en verzekering te voorkomen.
  • Bewaar facturen van afsleepkosten en noodreparaties goed, omdat u deze rechtstreekse schade kunt vorderen van de verkoper.

Relevante wetsartikelen

  • Artikel 7:5 BW
  • Artikel 7:17 BW
  • Artikel 7:18 lid 2 BW
  • Artikel 7:22 BW
  • Artikel 6:96 lid 2 BW
  • Artikel 6:119 BW
  • Artikel 6:271 BW
  • Artikel 6:272 BW
  • Artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Volledige tekst van de uitspraak (ECLI:NL:RBZWB:2026:4736)

RECHTBANK

ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 11937924 \ CV EXPL 25-5439

Vonnis van 27 mei 2026

in de zaak van

[eiser]

,

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. M.M. van der Marel,

tegen

CARSTORE TILBURG B.V.,

te Tilburg,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Carstore,

gemachtigde: SRK Rechtsbijstand.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 14 oktober 2025 met producties;- de conclusie van antwoord;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

– de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De zaak in het kort

2.1.

De zaak gaat over de koop van een tweedehands auto. [eiser] heeft een auto gekocht bij Carstore. Volgens [eiser] is de auto non-conform en daarom vordert hij een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden. Daarnaast vordert [eiser] terugbetaling van de koopprijs en schadevergoeding. Carstore voert verweer omdat zij betwist dat de auto non-conform is. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] grotendeels toe. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.

3 De feiten

3.1.

Op 3 maart 2025 is tussen partijen een consumentenkoopovereenkomst tot stand gekomen ten aanzien van een motorvoertuig, meer specifiek een Renault Clio RS (hierna: de auto) met een kilometerstand van 61.279 kilometer. [eiser] heeft de auto van Carstore gekocht voor een bedrag van € 15.000,00 (inclusief inruil).

3.2.

Op 2 april 2025 is aan de auto tijdens een autorit in Duitsland een gebrek opgetreden waardoor [eiser] niet verder kon rijden. De auto is afgesleept en door een garagebedrijf in Duitsland (hierna: het garagebedrijf) is vastgesteld dat de koppeling vervangen moest worden. Het garagebedrijf heeft een analyse en noodreparatie uitgevoerd. Deze kosten bedroegen, inclusief de afsleepkosten, € 619,75.

3.3.

De auto is van Duitsland naar [plaats] getransporteerd. De kosten hiervoor bedroegen € 1.450,00.

3.4.

[eiser] heeft Carstore verzocht tot kosteloos herstel van de auto. Carstore heeft dit geweigerd, maar heeft daarbij aangeboden de helft van de herstelkosten en de volledige transportkosten te vergoeden.

3.5.

Middels de brief van 5 mei 2025 heeft [eiser] ontbinding van de overeenkomst ingeroepen en gesommeerd om de aankoopsom van € 15.000,00 te restitueren.

3.6.

In het e-mailbericht van 12 juni 2025 heeft een expert van DEKRA het volgende bericht aan de gemachtigde van Carstore:

“Een koppeling is onderhavig aan slijtage en betreft dan ook een slijtage deel. Ook die van een dergelijke DSG automaat.

De wijze van gebruik zal van invloed zijn op de levensduur. Een koppeling slijt extra snel door:

• Gebruik op een circuit (dit type voertuig leent zich hier goed voor)

• Belasting van het voertuig. Veel snel optrekken en stevig accelereren

• Toepassing van illegale tuning software om motorvermogen te laten toenemen

• Misbruik of onoordeelkundig gebruik van het voertuig.

Wederpartij kan nooit aantonen, dat de koppeling reeds gebrekkig was ten tijde van verkoop! Het zal niet meevallen om uw client aansprakelijk te stellen voor een gebrekkige voertuig ten tijde van verkoop.

Een Onderzoek is kostbaar en tijdrovend.”

4 Het geschil

4.1.

[eiser] vordert – na vermindering van eis en samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

I. Voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst tussen partijen (buitengerechtelijk) is ontbonden op 5 mei 2025 en dat Carstore geen eigenaar (meer) is van de auto vanaf de datum van ontbinding;

subsidiair

II. De koopovereenkomst tussen partijen te ontbinden vanaf een datum in goede justitie te bepalen;

zowel primair als subsidiair

III. Carstore te veroordelen om aan [eiser] binnen drie dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting (terug) te betalen een bedrag van € 15.000,00;

IV. Carstore te veroordelen tot medewerking aan de overschrijving van het kenteken en het overleggen van het vrijwaringsbewijs binnen drie dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 50.000,00;

V. Carstore te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 186,84 per maand aan verzekeringspremie en € 57,00 per maand aan motorrijtuigenbelasting vanaf de dag van ontbinding tot en met augustus 2025;

VI. Carstore te veroordelen om aan [eiser] binnen drie dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een schadevergoeding van € 2.069,75;

VII. Carstore te veroordelen om binnen 3 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [eiser] de wettelijke rente over de gevorderde bedragen vanaf twee weken na datum ontbinding;

VIII. Carstore te veroordelen in de kosten van deze procedure;

IX. Carstore te veroordelen in de nakosten daarvoor een bevelschrift af te geven.

4.2.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de auto non-conform is. De auto heeft een gebrek dat normaal gebruik in de weg staat en dat [eiser] niet hoefde te verwachten. Carstore is niet bereid om de auto kosteloos te herstellen waardoor Carstore de koopovereenkomst mocht ontbinden.

4.3.

Carstore betwist dat de auto non-conform is omdat de koppeling een slijtageonderdeel betreft. Daarnaast kan [eiser] veilig rijden met de auto, aldus Carstore. Ook betwist Carstore de aansprakelijkheid voor de door [eiser] gevorderde gevolgschade.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

Consumentenkoop en non-conformiteit

5.1.

De koop van de auto door [eiser] is een consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [eiser] doet een beroep op non-conformiteit. Het uitgangspunt bij de beoordeling van een beroep op non-conformiteit is de in artikel 7:17 lid 1 BW neergelegde regel, dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet voldoen. Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW mag een koper verwachten dat de gekochte zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.

5.2.

Bij de koop van een tweedehands auto die bedoeld is om aan het verkeer deel te nemen, geldt daarnaast volgens vaste rechtspraak dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als er een gebrek is dat de verkeersveiligheid in gevaar brengt en dat voor de koper niet eenvoudig te ontdekken of te herstellen is, zie o.a. HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338. Wie een gebruikte auto koopt, moet – afhankelijk van de leeftijd, de prijs, de kilometerstand en de onderhoudsstaat – rekening houden met normale slijtage en met het feit dat reparaties nodig kunnen zijn. De koper mag verwachten dat de auto zich in een staat bevindt die past bij deze omstandigheden. Ernstige of bijzondere gebreken die zich al kort na de koop voordoen en die niet passen bij de leeftijd, kilometerstand en onderhoudsgeschiedenis van de auto, hoeft een koper niet te verwachten. In dat geval kan sprake zijn van een auto die niet aan de overeenkomst beantwoordt.

5.3.

De bewijslast van de non-conformiteit ligt in beginsel bij de koper, maar een consument-koper, zoals [eiser], heeft op grond van de wet een bijzondere bescherming. Als zich binnen één jaar na de aflevering een gebrek openbaart, wordt de zaak vermoed al bij de aflevering niet aan de overeenkomst te hebben voldaan (artikel 7:18 lid 2 BW).

Het gebrek

5.4.

De kantonrechter oordeelt dat de auto non-conform is. Vast staat dat [eiser] de auto op 3 maart 2025 geleverd heeft gekregen. Omstreeks 2 april 2025 heeft [eiser] zich bij Carstore gemeld met een gebrek aan de koppeling van de auto. Dit is binnen één jaar na aflevering van de auto. Hoewel rekening moet worden gehouden met normale slijtage, is bij een auto van ruim tien jaar oud, met 61.279 kilometer op de teller en een aanschafprijs van € 15.000,00, een versleten koppeling geen gebrek dat je als koper hoeft te verwachten. Vaststaat dat de auto in de file, op het moment dat deze vanuit stilstand weer moest gaan rijden, weigerde op te schakelen en enkel nog stapvoets reed. Hieruit volgt dat de auto niet geschikt is voor normaal gebruik. Bovendien is een koppeling essentieel voor de besturing van een auto, waardoor het gebrek een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. De versleten koppeling is dan ook een ernstig gebrek dat het normale risico van een tweedehandsauto te boven gaat. Omdat het gebrek binnen één jaar na aflevering van de auto is opgetreden, wordt vermoed dat het gebrek al aanwezig was bij aflevering van de auto. De auto had niet de eigenschappen die [eiser] mocht verwachten en beantwoordt daarom niet aan de overeenkomst. Dat er geen garantie is overeengekomen, doet aan het voorgaande niet af. De kantonrechter is daarom van oordeel dat er sprake is van non-conformiteit.

5.5.

Carstore heeft naar voren gebracht dat uit het bericht van de expert van DEKRA van 12 juni 2025 volgt dat de auto door [eiser] niet op de juiste manier is gebruikt, dat [eiser] in een korte periode veel kilometers (2.821 kilometer) heeft gereden en dat de slijtage aan de koppeling daardoor is ontstaan. De kantonrechter oordeelt echter dat de expert van DEKRA deze conclusie in zijn bericht niet trekt. De stelling van Carstore wordt verder ook niet onderbouwd. Hoewel vaststaat dat [eiser] 2.821 kilometer heeft gereden met de auto, blijkt uit niets dat dit de oorzaak is van de slijtage aan de koppeling.

5.6.

Carstore heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat [eiser] geen beroep kan doen op non-conformiteit omdat hij zijn onderzoeksplicht heeft geschonden. Carstore heeft in dat verband aangevoerd dat gelet op de leeftijd, de kilometerstand en het model van de tweedehands auto, het op de weg lag van [eiser] om niet enkel een proefrit te maken, maar de auto ook door een deskundige te laten onderzoeken.

5.7.

De kantonrechter gaat hier niet in mee. Vaststaat dat [eiser] voorafgaand aan de koop een proefrit heeft gemaakt en de auto heeft bekeken. Ook was de auto Apk-gekeurd. Er was voor [eiser] geen reden om te twijfelen aan de staat van de auto. Onder deze omstandigheden mocht van [eiser] geen verdergaand onderzoek voorafgaand aan de koop worden verlangd.

De koopovereenkomst is ontbonden

5.8.

Op grond van artikel 7:22 lid 1 onder a BW is [eiser] bevoegd om de overeenkomst te ontbinden als de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, tenzij de afwijking van geringe betekenis is en de ontbinding niet rechtvaardigt. Uit het tweede lid van dit artikel volgt dat deze bevoegdheid pas ontstaat wanneer [eiser] is tekortgeschoten in zijn verplichting tot herstel of vervanging van de auto binnen een redelijke termijn.

5.9.

[eiser] heeft Carstore gevraagd om herstel van de auto. Carstore erkent dat zij de auto niet kosteloos wilde herstellen. Carstore was slechts bereid om de auto bij een specialist te laten herstellen, waarbij Carstore de helft van de herstelkosten voor haar rekening zou nemen en de transportkosten zou vergoeden. Daarmee voldoet Carstore niet aan de verplichting om de gebreken kosteloos te herstellen en doet [eiser] een gerechtvaardigd beroep op ontbinding.

5.10.

Carstore voert nog aan dat de tekortkoming van dermate geringe betekenis is dat deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt gezien de hoogte van de herstelkosten van € 2.600,00 ten opzichte van de koopprijs van € 15.000,00. Het is aan Carstore als verkoper om te bewijzen dat de non-conformiteit van geringe betekenis is. Van een te geringe non-conformiteit kan alleen sprake zijn indien het gebrek onbeduidend is (Hof van Justitie 14 juli 2022, ECLI:EU:C:2022:572). Daarvan is geen sprake. Herstelkosten van € 2.600,00 zijn niet gering en verder onderbouwt Carstore op geen enkele manier waarom het gebrek onbeduidend zou zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter was [eiser] dan ook bevoegd om de overeenkomst te ontbinden. Dit heeft hij gedaan per brief van 5 mei 2025. De kantonrechter zal de gevorderde verklaring voor recht dan ook toewijzen.

5.11.

Het rechtsgevolg van de ontbinding is dat de prestaties van partijen ongedaan moeten worden gemaakt. De auto moet terug en [eiser] krijgt de aankoopsom van € 15.000,00 terug. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag wordt ook toegewezen.

Transportkosten en reparatiekosten

5.12.

Volgens [eiser] is Carstore, vanwege de toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Carstore, schadeplichtig richting [eiser]. [eiser] vordert daarom veroordeling van Carstore tot vergoeding van de reparatiekosten die door het garagebedrijf in rekening zijn gebracht. Deze kosten bedroegen € 619,75. Ook wil [eiser] dat Carstore de transportkosten van € 1.450,00 vergoedt.

5.13.

De kantonrechter wijst deze vordering toe. In artikel 6:96 lid 2 BW is bepaald dat redelijke kosten ter vaststelling van de schade en/of aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking komen. [eiser] heeft onderzoek laten doen om gebreken van de auto te kunnen vaststellen, waardoor deze kosten voor toewijzing in aanmerking komen. Ook de transportkosten komen voor vergoeding in aanmerking omdat deze rechtstreeks zijn veroorzaakt door de gebrekkige koppeling. De kantonrechter acht beide schadeposten redelijk en in redelijkheid gemaakt. De omstandigheid dat de auto is getransporteerd door een transportbedrijf uit Den Helder, zoals door Carstore wordt aangevoerd, doet daar niet aan af. Carstore heeft niet onderbouwd gesteld dat de transportkosten daardoor hoger zijn gebruikelijk. Carstore moet daarom de gemaakte kosten van € 2.069,75 vergoeden. De gevorderde wettelijke rente hierover wordt toegewezen.

Autoverzekering en motorrijtuigenbelasting

5.14.

[eiser] betaalde maandelijks € 186,84 voor zijn autoverzekering en € 57,00 voor de motorrijtuigenbelasting en vordert vergoeding van deze kosten over de periode vanaf de ontbinding tot en met augustus 2025. [eiser] heeft de auto per 11 augustus geschorst. Carstore voert aan dat de verzekeringskosten behoren tot het normale gebruik van een voertuig en niet als schade kunnen worden aangemerkt. Ook beroept Carstore zich op de schadebeperkingsplicht. Volgens Carstore had [eiser] de schade kunnen beperken door de auto eerder te schorsen.

5.15.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter verwerpt het verweer van Carstore dat de doorlopende kosten voor de auto niet als schade kunnen worden aangemerkt. De kosten worden namelijk over het algemeen gemaakt ten behoeve van een auto waarvan daadwerkelijk gebruik kan worden gemaakt. Zoals hiervoor is overwogen, is de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid en heeft [eiser] geen gebruik meer kunnen maken van de auto terwijl deze kosten wel doorliepen. Deze kosten zijn daarmee aan te merken als schade. De kantonrechter is echter wel met Carstore van oordeel dat [eiser] de auto eerder had kunnen schorsen waarmee de kosten beperkt hadden kunnen worden. [eiser] voert aan dat hij de auto niet eerder kon schorsen vanwege het risico op onverzekerd rijden door Carstore. [eiser] heeft echter niet kunnen verklaren waarom hij de auto op 11 augustus 2025 wél kon schorsen terwijl de situatie ongewijzigd was. Daarnaast heeft Carstore gemotiveerd betwist dat er met de auto zou worden gereden. Nu de ontbinding op 5 mei 2025 is ingeroepen, had [eiser] de auto uiterlijk per 1 juni moeten schorsen. De kantonrechter zal daarom de schadevordering slechts toewijzen tot en met mei 2025. De gevorderde wettelijke rente hierover wordt toegewezen.

Verweer gereden kilometers

5.16.

Carstore voert aan dat op de terug te betalen koopsom een gebruikersvergoeding in mindering moet worden gebracht. [eiser] heeft immers 2.821 kilometer met de auto gereden. Volgens Carstore dient een bedrag van afgerond € 650,00 te worden ingehouden op de koopsom om ongerechtvaardigde verrijking aan de zijde van [eiser] te voorkomen.

5.17.

De kantonrechter oordeelt dat met deze gestelde waardevermindering geen rekening wordt gehouden. Na ontbinding ontstaan er voor partijen ongedaanmakingsverbintenissen (artikel 6:271 BW). Alleen als de aard van de prestatie uitsluit dat de prestatie ongedaan gemaakt wordt, ontstaat er een verbintenis tot het vergoeden van de waarde (artikel 6:272 BW). In dit geval doet deze situatie zich niet voor, omdat de prestatie ongedaan gemaakt kan worden. [eiser] kan de auto namelijk teruggeven. Ook voor een vergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking ziet de kantonrechter geen aanleiding. [eiser] heeft de auto slechts korte tijd in gebruik gehad. Bovendien heeft [eiser] zijn vakantie als gevolg van het gebrek aan de auto moeten afbreken. In deze situatie is [eiser] niet ongerechtvaardigd verrijkt door het gebruik van de auto.

Vrijwaringsbewijs

5.18.

[eiser] vordert dat Carstore wordt veroordeelt tot medewerking aan de overschrijving van het kenteken en het overleggen van het vrijwaringsbewijs binnen drie dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 50.000,00.

5.19.

De kantonrechter overweegt dat, nu de overeenkomst is ontbonden, Carstore de auto moet terugnemen en zorgdragen voor vrijwaring. Carstore zal worden veroordeeld om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis zorg te dragen voor overschrijving van het kenteken van de auto en het vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen. De kantonrechter wijst een dwangsom van € 250,00 per dag toe dat Carstore niet overgaat tot overschrijving van het kenteken van de auto en geen deugdelijk vrijwaringsbewijs aanlevert, tot een maximum van € 10.000,00.

De proceskosten

5.20.

Carstore is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

– kosten van de dagvaarding

148,04

– griffierecht

90,00

– salaris gemachtigde

864,00

(2 punten × € 432,00)

– nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.246,04

Uitvoerbaarheid bij voorraad

5.21.

Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

6 De beslissing

De kantonrechter

6.1.

verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden op 5 mei 2025 en dat Carstore geen eigenaar meer is van de auto vanaf 5 mei 2025,

6.2.

veroordeelt Carstore om, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 15.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 19 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,

6.3.

veroordeelt Carstore om, binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis, mee te werken aan de overschrijving van het kenteken van de auto en het vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 10.000,00,

6.4.

veroordeelt Carstore om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 186,84 per maand aan verzekeringspremie en € 57,00 per maand aan motorrijtuigenbelasting vanaf 5 mei 2025 tot en met juni 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 19 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,

6.5.

veroordeelt Carstore om, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.069,75 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 19 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,

6.6.

veroordeelt Carstore in de proceskosten van € 1.246,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Carstore niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

6.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Bron: ECLI:NL:RBZWB:2026:4736 op Rechtspraak.nl (Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 May 2026).

Deze pagina geeft algemene informatie over een openbare uitspraak. Het is geen juridisch advies voor uw situatie. Aan deze informatie kunt u geen rechten ontlenen. Elke zaak is anders. Vraag bij twijfel advies aan een advocaat of juridisch adviseur. De volledige en officiële tekst staat op Rechtspraak.nl.

Wat speelde er in deze zaak?

3 maart 2025

De koper koopt een tweedehands auto met 61.279 kilometer op de teller voor € 15.000,00 inclusief inruil.

2 april 2025

Tijdens een rit in Duitsland weigert de auto op te schakelen en stelt een Duitse garage vast dat de koppeling vervangen moet worden.

Voorjaar 2025

De auto wordt voor € 1.450,00 naar Nederland getransporteerd en de koper vraagt de autohandelaar om kosteloos herstel.

5 mei 2025

Nadat de autohandelaar kosteloos herstel weigert, ontbindt de koper schriftelijk de koopovereenkomst en eist hij de aankoopprijs terug.

12 juni 2025

Een deskundige brengt verslag uit over de koppeling en mogelijke oorzaken van slijtage.

11 augustus 2025

De koper schorst het kenteken van de stilstaande auto bij de RDW.

27 mei 2026

De kantonrechter doet uitspraak en veroordeelt de verkoper tot terugbetaling van het aankoopbedrag en schadevergoeding.

Standpunt van de koper

De koper stelt dat de auto ondeugdelijk is omdat deze binnen een maand na aankoop niet meer normaal en veilig kon rijden door een defecte koppeling. Omdat de verkoper weigerde het voertuig kosteloos te repareren, mocht de koop ontbonden worden en moet de koopsom met bijkomende kosten en schade worden vergoed.

Verweer van de verkoper

De verkoper betwist dat de auto non-conform is, omdat de koppeling een slijtageonderdeel is. Daarnaast meent de autohandelaar dat de koper zijn onderzoeksplicht heeft geschonden, verkeerd heeft gereden, de ontbinding niet gerechtvaardigd is en een vergoeding voor gereden kilometers moet worden ingehouden.

De centrale juridische vraag

Mocht de koper de koopovereenkomst van een tweedehands auto ontbinden en schadevergoeding eisen toen de koppeling binnen een maand na levering kapotging en de autohandelaar kosteloos herstel weigerde?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Moet een verkoper een kapotte koppeling kosteloos herstellen bij consumentenkoop?

Ja, als een ernstig defect zoals een kapotte koppeling zich al snel na de koop voordoet en niet past bij de leeftijd en kilometerstand, is sprake van non-conformiteit. De autohandelaar moet dit gebrek dan volledig kosteloos herstellen. Een voorstel om slechts de helft van de herstelkosten te betalen voldoet niet aan de wet.

Mag een koper de koop ontbinden als de autohandelaar weigert gratis te repareren?

Ja, als de verkoper de kans op herstel krijgt maar weigert dit kosteloos uit te voeren, ontstaat voor de koper het recht om de koopovereenkomst te ontbinden. De koper geeft de auto dan terug en krijgt het aankoopbedrag terug.

Moet de koper betalen voor de kilometers die al met de ondeugdelijke auto zijn gereden?

Nee, na een geldige ontbinding moeten de prestaties worden teruggedraaid en hoeft de consument in beginsel geen kilometervergoeding of gebruikersvergoeding te betalen als de auto gewoon kan worden teruggegeven.

Kan de koper sleepkosten en buitenlandse garagekosten verhalen op de verkoper?

Ja, redelijke kosten die rechtstreeks zijn veroorzaakt door het mankement of zijn gemaakt om de schade vast te stellen, komen voor rekening van de verkoper als schadevergoeding.

Foto van Thomas V
Thomas V
Thomas V is de redactienaam van de juridische redactie van LegalAuto. Onze redactie schrijft en controleert elke pagina aan de hand van wetten.overheid.nl en Rechtspraak.nl.
Vrijblijvend
Uw zaak bespreken

Leg uw situatie kort voor. Een jurist beoordeelt uw zaak en vertelt u wat uw mogelijkheden zijn. U zit nergens aan vast.

Vrijblijvend
Stel uw vraag
Wij nemen contact met u op tijdens kantooruren.