Wat gebeurde er met de Audi E-TRON elektrische storing?
In deze zaak stond de Audi E-TRON elektrische storing centraal. Een bedrijf genaamd TCS kocht in februari 2024 een Audi E-TRON uit 2019 van [gedaagde]. De auto werd via financial lease aangeschaft. Kort na de aankoop, in mei 2024, begonnen de problemen: de auto gaf herhaaldelijk storingsmeldingen op het dashboard, waaronder de waarschuwing “Elektrische installatie: storing! Wagen veilig neerzetten”. Dit maakte de auto in feite onbruikbaar voor normaal rijden. TCS heeft de verkoper, [gedaagde], meerdere keren de kans gegeven om de auto te repareren. Er zijn diverse reparatiepogingen gedaan, inclusief het vervangen van de elektromotor, maar de storingen bleven terugkomen.
‘Wettelijke garantie’ en de bewijslast
Op de factuur stond vermeld: “12 maanden wettelijke garantie”. Dit bleek een cruciaal punt in de zaak. TCS stelde dat dit betekende dat de verkoper moest bewijzen dat de storingen niet al bij de aflevering van de auto aanwezig waren. De rechtbank gaf TCS hierin gelijk. Hoewel de koper (TCS) geen consument is – en de wettelijke regels voor consumentenkoop (artikel 7:18a lid 2 BW) dus niet direct van toepassing zijn – vond de rechter dat de afspraak over “12 maanden wettelijke garantie” betekende dat deze wettelijke regel alsnog moest worden toegepast. Dit betekent dat als een storing binnen een jaar na aankoop zichtbaar wordt, we er in principe van uitgaan dat het probleem er al was toen u de auto kocht. De verkoper moet dan bewijzen dat dit niet zo is.
Waarom de verkoper nu aan zet is
Omdat de storingen aan de Audi E-TRON binnen één jaar na de aflevering zijn gemeld, ligt de bewijslast nu bij de verkoper, [gedaagde]. [gedaagde] moet aantonen dat de oorzaak van de storingsmeldingen pas ná de aflevering van de auto is ontstaan. Een van de argumenten van [gedaagde] was dat de storingen mogelijk kwamen door verkeerd gemonteerde banden door TCS. Als [gedaagde] dit niet kan bewijzen, dan staat vast dat de auto niet voldeed aan de afspraken (non-conformiteit) en was de ontbinding van de koopovereenkomst door TCS terecht.
De rechtbank wees ook andere verweren van [gedaagde] van de hand. Zo stelde de rechter dat TCS op tijd heeft geklaagd en dat [gedaagde] ruimschoots de kans heeft gehad om de auto te repareren, maar daarin niet is geslaagd. Daarom kan [gedaagde] zich niet beroepen op het ontbreken van verzuim. Ook het argument dat de tekortkoming de ontbinding niet zou rechtvaardigen, werd verworpen, gezien de ernst van de storingen die de auto onbruikbaar maakten.
De zaak wordt nu voortgezet met een bewijsopdracht voor [gedaagde]. Wil je meer weten over non-conformiteit en garantie bij auto’s? Kijk dan eens op onze pagina over meer informatie over dit onderwerp.