BPM Tarief

BPM importtarief 2016 voor Geïmporteerde Auto’s: [X] B.V. Verliest Zaak in 2022

Een autobedrijf probeerde een lager BPM-tarief uit 2016 toe te passen op 30 in 2017 geïmporteerde auto's. De rechter oordeelde dat de auto's niet voldeden aan de voorwaarden voor dit lagere tarief. Het bedrijf verloor de zaak, wat belangrijke lessen biedt over importregels en belastingtarieven.

Uitkomst: Vordering koper afgewezen
Rechtbank

Hoge Raad

Datum uitspraak

3 februari 2022

Zaaknummer

20/03704

ECLI

ECLI:NL:PHR:2022:100

Onderwerp

Belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM), Europees recht, overgangsregelingen

Wetsartikel

Art. 16a Wet bpm (oud en nieuw), Art. 110 VwEU, Art. 1 Twaalfde Protocol EVRM

Samenvatting in gewone taal

Wat speelde er in de BPM-zaak van [X] B.V. in 2022?

In de zaak die voor de Hoge Raad kwam in 2022 stond het autobedrijf [X] B.V. tegenover de staatssecretaris van Financiën. Het bedrijf had in 2017 dertig nieuwe personenauto’s geïmporteerd uit andere EU-landen. Deze auto’s waren al in januari of februari 2017 in die landen op de openbare weg toegelaten. Toen de auto’s later, tussen medio 2017 en eind 2018, in Nederland werden ingeschreven en op naam gezet, wilde [X] B.V. het lagere BPM importtarief 2016 toepassen. Dit leidde tot een geschil over de te betalen Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM).

Waarom wilde [X] B.V. een lager BPM-tarief?

De kern van het geschil draaide om artikel 16a van de Wet bpm, zoals die tot 2022 gold. Deze oude overgangsregeling maakte het mogelijk om voor nieuwe auto’s die in jaar X werden ingeschreven bij de RDW, maar pas in januari of februari van jaar X+1 op naam werden gesteld, het lagere BPM-tarief van jaar X te gebruiken. Dit was oorspronkelijk bedoeld om administratieve problemen te voorkomen als de BPM-bedragen op de papieren kentekenbewijzen niet klopten na een tariefswijziging.

[X] B.V. stelde dat zij ongelijk werden behandeld. Zij meende dat Nederland, op basis van het Europese recht (artikel 110 VwEU over het verbod op discriminerende belastingen), verplicht was om het gunstigere 2016-tarief toe te passen. Dit gold immers ook voor vergelijkbare nieuwe auto’s die al in Nederland aanwezig waren en onder de overgangsregeling vielen.

Wat beslisten de rechters?

De Rechtbank en het Hof oordeelden dat het 2017-tarief van toepassing was. De reden hiervoor was dat de auto’s van [X] B.V. niet in 2016 in een ander EU-land waren geregistreerd, maar pas in januari/februari 2017. Bovendien waren ze in Nederland pas ná 1 maart 2017 op naam gesteld. Hiermee voldeden ze niet aan de voorwaarden van de overgangsregeling van artikel 16a Wet bpm voor het toepassen van het 2016-tarief.

De Advocaat-Generaal (A-G) bij de Hoge Raad adviseerde de Hoge Raad om het cassatieberoep van [X] B.V. ongegrond te verklaren. Hij concludeerde dat de 30 auto’s niet voldeden aan de criteria: ze waren niet in 2016 elders in de EU geregistreerd én niet vóór maart 2017 in Nederland op naam gesteld. De A-G erkende wel dat de oorspronkelijke reden voor artikel 16a (oude tekst) vervallen was na de invoering van de digitale kentekencard, wat leidde tot een onterecht onderscheid tussen bepaalde binnenlandse auto’s. Dit onderscheid hielp [X] B.V. echter niet in hun specifieke situatie.

BPM-regels gewijzigd in 2022

Vanaf 1 januari 2022 is de Wet bpm aangepast. Het belastbare feit is nu alleen de inschrijving in het kentekenregister; de tenaamstelling is niet langer onderdeel van de BPM-plicht. Ook artikel 16a Wet bpm is gewijzigd. De nieuwe regeling heeft als doel te voorkomen dat handelaren auto’s te lang kunnen ‘hamsteren’ tegen een ouder, lager tarief. Auto’s die vóór een tariefswijziging zijn ingeschreven, worden toch tegen het nieuwe (hogere) tarief belast als ze niet binnen twee maanden na die tariefswijziging op naam worden gesteld.

Conclusie van de zaak: Geen lager BPM importtarief 2016 voor de importauto’s

Uiteindelijk heeft [X] B.V. de zaak verloren. De Hoge Raad heeft het advies van de Advocaat-Generaal overgenomen, wat betekent dat het cassatieberoep ongegrond is verklaard. De dertig geïmporteerde auto’s moesten dus worden belast tegen het hogere BPM-tarief van 2017.

Wat speelde er in deze zaak?

Januari/Februari 2017

30 auto's van [X] B.V. worden voor het eerst toegelaten op de weg in andere EU-lidstaten.

Medio 2017 - Eind 2018

De auto's worden ingeschreven en op naam gesteld in Nederland.

20 februari 2020

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het hogere BPM-tarief van 2017 van toepassing is.

8 oktober 2020

Hof Den Haag bevestigt de uitspraak van de Rechtbank in hoger beroep.

3 februari 2022

Advocaat-Generaal Wattel adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep van [X] B.V. ongegrond te verklaren.

Standpunt van de koper

[X] B.V. (de belanghebbende) wilde voor 30 geïmporteerde auto's uit 2017 het lagere BPM-tarief van 2016 toepassen. Zij beriep zich op artikel 110 VwEU, dat gelijke behandeling van importproducten voorschrijft. Dit omdat vergelijkbare Nederlandse auto's onder de overgangsregeling van artikel 16a Wet bpm wel van een lager tarief konden profiteren.

Verweer van de verkoper

De staatssecretaris van Financiën, en eerder de Inspecteur, Rechtbank en het Hof, stelden dat de auto's pas na maart 2017 in Nederland op naam waren gesteld en niet in 2016 in een andere EU-lidstaat waren geregistreerd. Hierdoor voldeden de auto's niet aan de voorwaarden van artikel 16a Wet bpm (oud) en moest het hogere 2017-tarief worden toegepast.

De centrale juridische vraag

Moet artikel 16a Wet bpm (oud), in combinatie met Europees recht, een lager BPM-tarief toestaan voor geïmporteerde auto's die later dan de termijn in Nederland op naam werden gesteld?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is BPM en waarom is het belangrijk?

BPM staat voor Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen. Het is een belasting die u betaalt als u een auto of motor voor het eerst in Nederland registreert, of als u een voertuig uit het buitenland importeert. De hoogte hangt af van onder meer de CO2-uitstoot.

Wat was de overgangsregeling van artikel 16a Wet bpm (oud)?

Deze regeling maakte het mogelijk om voor nieuwe auto's die eind jaar X werden ingeschreven bij de RDW, maar pas in januari of februari van jaar X+1 op naam werden gesteld, het lagere BPM-tarief van jaar X te hanteren. Dit was oorspronkelijk om administratieve redenen.

Waarom wilde [X] B.V. het 2016-tarief voor auto's uit 2017?

Het bedrijf stelde dat de auto's, hoewel pas in 2017 in de EU geregistreerd en na maart 2017 in Nederland op naam gesteld, ongelijk behandeld werden ten opzichte van vergelijkbare Nederlandse auto's die wel van een lagere tarief profiteerden onder de oude regeling. Ze beriepen zich op het Europese principe van gelijke behandeling.

Wat betekent 'cassatieberoep ongegrond'?

Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep van het autobedrijf tegen de eerdere uitspraak afwijst. De eerdere beslissing van de lagere rechtbanken blijft dus staan.

Is de regelgeving rond BPM-tarieven inmiddels veranderd?

Ja, per 1 januari 2022 is de Wet bpm aangepast. De belasting is nu verschuldigd bij inschrijving in het kentekenregister. De overgangsregeling (artikel 16a Wet bpm nieuw) is ook gewijzigd om te voorkomen dat auto's langer dan twee maanden na een tariefswijziging nog met een oud, lager tarief worden verkocht.