BPM import auto

BPM afschrijving importauto 2017: Koerslijst P en marge-auto geven koper gelijk

Een autobedrijf importeerde auto's en betaalde te veel BPM. De rechtbank oordeelde dat de belastingdienst zich moest houden aan een eerdere toezegging om de afschrijving via Koerslijst P te berekenen. Dit betekende een lagere BPM voor het autobedrijf, wat een belangrijke overwinning was.

Uitkomst: Koper heeft gewonne
Rechtbank

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak

10 januari 2017

Zaaknummer

15/00182 en 15/00270

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2017:131

Onderwerp

BPM, invoer auto's, afschrijving, vertrouwensbeginsel, btw-auto, marge-auto, rentevergoeding, immateriële schadevergoeding, proceskosten.

Wetsartikel

Wet op de belastingen van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM) artikelen 1, 5, 6, 7, 8, 9, 10. Invorderingswet 1990 artikelen 28c, 29. Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30hb. Algemene wet bestuursrecht (Awb) artikelen 8:73, 8:74. Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) artikelen 2 lid 3, 3 lid 2.

Samenvatting in gewone taal

Wat is er gebeurd?

In 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een belangrijke uitspraak gedaan over de berekening van de BPM afschrijving importauto Koerslijst P. Een autobedrijf, genaamd Belanghebbende, importeerde in 2000 meerdere exclusieve auto’s uit Duitsland. Hiervoor betaalde het bedrijf een fors bedrag aan BPM (Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen). Het bedrijf was het hier echter niet mee eens en vond dat er te veel belasting was betaald.

De kern van de zaak draaide om twee belangrijke vragen: mocht het autobedrijf een speciale waardelijst (Koerslijst P) gebruiken voor de afschrijving van de BPM, en moest bij de berekening worden uitgegaan van een ‘marge-auto’ of een ‘btw-auto’?

De belastingdienst deed een toezegging

Jarenlang voerde het autobedrijf procedures tegen de Belastingdienst. Tijdens gesprekken in 2014, in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad over ‘nieuwe’ of ‘gebruikte’ auto’s, deed een medewerker van de Belastingdienst (de heer M) een toezegging. Hij zei dat als de Hoge Raad zou beslissen dat eerder in het buitenland gekentekende auto’s als ‘gebruikt’ moesten worden gezien, de afschrijving voor de BPM berekend mocht worden met behulp van Koerslijst P. De Hoge Raad besliste inderdaad dat auto’s met een buitenlands kenteken als ‘gebruikt’ werden aangemerkt.

Het Hof oordeelde dat het autobedrijf mocht vertrouwen op deze toezegging. Hoewel er geen vaststellingsovereenkomst was getekend, mocht het bedrijf redelijkerwijs aannemen dat de Belastingdienst akkoord ging met deze methode. Dit principe noemen we het vertrouwensbeginsel, een belangrijk punt in het bestuursrecht.

Marge-auto of btw-auto?

Een andere discussie ging over de vraag of de geïmporteerde auto’s als ‘marge-auto’ of ‘btw-auto’ moesten worden beschouwd voor de berekening van de BPM. Dit onderscheid is belangrijk, want het beïnvloedt de waarde van de auto en daarmee de hoogte van de BPM. Het Hof oordeelde dat het verschil tussen een marge-auto (waarover btw over de winstmarge wordt betaald) en een btw-auto (waarover btw over de gehele verkoopprijs wordt betaald) geen eigenschap is van de auto zelf die meeweegt in de vergelijking. Daarom mocht worden uitgegaan van de lagere inkoopwaarde van een marge-auto. Het Hof paste een korting van 5% toe op de handelswaarde van Koerslijst P voor de berekening.

Het resultaat voor het autobedrijf

Dankzij de uitspraak kreeg het autobedrijf een aanzienlijk deel van de betaalde BPM terug. De oorspronkelijke BPM van € 81.252 werd verminderd tot € 58.886. De Inspecteur moest ook rente vergoeden over het te veel betaalde bedrag. Andere claims van het autobedrijf, zoals een vergoeding voor immateriële schade (door de lange duur van de procedure) en een volledige proceskostenvergoeding, werden afgewezen. De lange duur kwam mede door een verzoek van het autobedrijf zelf om de zaak aan te houden.

Wat speelde er in deze zaak?

December 2000

Belanghebbende betaalt BPM voor importauto's en dient bezwaar in tegen de hoogte.

Maart 2013

Laatste arrest van de Hoge Raad in een serie gerelateerde zaken, waarna de besprekingen met de Inspecteur worden hervat.

26 augustus 2013

De Inspecteur doet uitspraak op het bezwaar van Belanghebbende voor het tijdvak december 2000.

Medio 2014

Informele besprekingen vinden plaats tussen Belanghebbende en een medewerker (M) van de Belastingdienst, waarin toezeggingen worden gedaan over de berekening van de BPM.

26 februari 2015

De Rechtbank Gelderland doet uitspraak in beroep, waarna zowel Belanghebbende als de Inspecteur in hoger beroep gaat.

29 januari 2016

De Hoge Raad doet uitspraak in een zaak die bepaalt dat een in het buitenland gekentekende auto als ‘gebruikt’ moet worden aangemerkt.

10 januari 2017

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden doet uitspraak in hoger beroep, waarbij het vertrouwensbeginsel en de toepassing van Koerslijst P worden bevestigd.

Standpunt van de koper

Belanghebbende stelt dat de Inspecteur een toezegging deed om Koerslijst P te gebruiken voor de afschrijving van de BPM, zodra de Hoge Raad zou beslissen dat eerder gekentekende auto's als 'gebruikt' werden gezien. Zij eiste ook dat de berekening gebaseerd zou zijn op een 'marge-auto' en dat zij recht had op rentevergoeding over het te veel betaalde bedrag, evenals een vergoeding voor immateriële schade wegens de lange duur van de procedure en een integrale vergoeding van proceskosten.

Verweer van de verkoper

De Inspecteur betwistte dat er een bindende toezegging was gedaan, omdat de gesprekken informeel waren en geen vaststellingsovereenkomst is getekend. Hij stelde dat de BPM moest worden berekend op basis van een 'btw-auto' en niet een 'marge-auto'. Daarnaast bepleitte de Inspecteur interne compensatie binnen de maandaangifte en verweerde zich tegen de claim voor immateriële schade, omdat de lange duur van de procedure mede kwam door het verzoek van Belanghebbende om aanhouding.

De centrale juridische vraag

Mag een belastingplichtige vertrouwen op mondelinge toezeggingen van een belastingambtenaar over de berekening van BPM voor geïmporteerde gebruikte auto's, zelfs als er geen schriftelijke overeenkomst is gesloten?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is BPM precies?

BPM staat voor Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen. Dit is een belasting die je betaalt als je een personenauto, motor of bestelauto in Nederland registreert of als je een voertuig invoert vanuit het buitenland.

Wat betekent 'afschrijving' bij BPM?

Bij gebruikte auto's mag je rekening houden met de waardedaling van het voertuig. Dit heet afschrijving. De BPM die je dan betaalt is lager dan voor een nieuwe auto. Hoe je die waardedaling berekent, is vaak een punt van discussie.

Wat is het 'vertrouwensbeginsel' in deze zaak?

Het vertrouwensbeginsel betekent dat als een overheidsinstantie (zoals de Belastingdienst) een duidelijke toezegging doet, je daar als burger of bedrijf op mag vertrouwen, zelfs als die toezegging niet op papier staat, tenzij het overduidelijk in strijd is met de wet. In dit geval mocht het autobedrijf vertrouwen op de toezegging van een belastingambtenaar.

Wat is het verschil tussen een 'marge-auto' en een 'btw-auto' voor BPM?

Een 'marge-auto' is een gebruikte auto die door een handelaar wordt ingekocht van een particulier, waarbij de handelaar alleen btw betaalt over zijn winstmarge. Een 'btw-auto' is meestal een auto die van een bedrijf wordt ingekocht en waarover de btw op de hele verkoopprijs wordt berekend. Voor de BPM-berekening kan dit verschil leiden tot een lagere waardebepaling voor een marge-auto.

Waarom kreeg het autobedrijf geen vergoeding voor immateriële schade?

Immateriële schadevergoeding krijg je soms als een procedure onredelijk lang duurt. In dit geval had het autobedrijf zelf gevraagd om de procedure lang aan te houden in afwachting van andere uitspraken. Daarom vond het Hof dat er geen sprake was van onredelijk lange duur door toedoen van de Belastingdienst.