Consumentenkoop auto

Kapotte versnellingsbak bij consumentenkoop: ontbinding en schadevergoeding in 2026

Een koper strandde direct op de aankoopdag door een defecte versnellingsbak. De verkoper kon niet bewijzen dat hij de koper vooraf had gewaarschuwd voor dit gebrek. De kantonrechter ontbond de koopovereenkomst en kende de koopprijs en schadevergoeding toe.

Uitkomst: Vordering toegewezen
Rechtbank

Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen

Datum uitspraak

20 januari 2026

Zaaknummer

10886054 CV EXPL 24-202

ECLI

ECLI:NL:RBNNE:2026:111

Onderwerp

non-conformiteit, consumentenkoop, versnellingsbak, ontbinding, schadevergoeding, bewijslast

Wetsartikel

Artikel 7:18a lid 2 BW; Artikel 7:22 lid 1 sub a BW; Artikel 7:22 lid 2 BW; Artikel 7:22 lid 7 sub a BW; Artikel 7:22 lid 7 sub b BW; Artikel 7:24 BW; Artikel 6:83 sub b BW; Artikel 6:119 BW; Artikel 6:271 BW; Artikel 6:275 BW; Artikel 3:120 lid 2 BW

Samenvatting in gewone taal

Inleiding

Een consument kocht een tweedehands auto en kwam op dezelfde dag al stil te staan bij een tankstation door een kapotte versnellingsbak. De verkoper beweerde dat hij de koper vooraf had ingelicht over problemen met de versnellingsbak en weigerde herstel. De koper stapte naar de rechter om de koopovereenkomst te laten ontbinden en haar geld en schade terug te vorderen. De kantonrechter in Groningen moest beoordelen of de verkoper dit verweer kon bewijzen.

Kern van de uitspraak

De kantonrechter oordeelt dat de verkoper er niet in is geslaagd te bewijzen dat hij de koper vooraf heeft gewaarschuwd voor de gebreken aan de versnellingsbak. Getuigenverklaringen en eerdere berichten wezen er juist op dat er vooraf niets over het probleem was gezegd. Omdat een kapotte versnellingsbak een veilige verkeersdeelname in de weg staat en de auto direct defect raakte, voldeed de auto niet aan de overeenkomst. De koopovereenkomst is ontbonden. De verkoper moet het aankoopbedrag van € 3.600,00 terugbetalen bij ontvangst van het voertuig, de auto vrijwaren op straffe van een dwangsom en een schadevergoeding van € 357,32 plus incassokosten en proceskosten betalen.

Juridische context

Bij consumentenkoop mag een koper verwachten dat een auto veilig aan het verkeer kan deelnemen. Doet zich kort na aflevering een zwaar gebrek voor, dan geldt een wettelijk bewijsvermoeden dat het gebrek al bij de levering aanwezig was. Als de verkoper beweert dat de koper het gebrek kende en accepteerde, rust de bewijslast hiervan op de verkoper. Wanneer de verkoper weigert te herstellen, mag de koper de overeenkomst ontbinden. Ontbinding brengt mee dat beide partijen hun prestaties moeten terugdraaien en dat gemaakte kosten vergoed moeten worden.

De zaak in eenvoudige woorden

Een vrouw kocht een tweedehands auto voor € 3.600,00 en strandde dezelfde dag nog omdat de versnellingsbak stuk was. De verkoper zei dat hij haar voor de koop al had gewaarschuwd over de slechte versnellingsbak. Hij kon dat bij de rechter echter niet bewijzen met zijn getuige. De rechter besliste daarom dat de koop ongeldig is gemaakt. De vrouw krijgt haar geld en gemaakte kosten voor pechhulp en belastingen terug, en de verkoper moet de auto terugnemen.

Lessen voor consumenten

  • Zorg dat alle afspraken en mededelingen over de technische staat van de auto schriftelijk worden vastgelegd in het koopcontract.
  • Geef de verkoper na het ontdekken van een defect altijd eerst schriftelijk een duidelijke termijn om de auto te herstellen.
  • Schors het kenteken direct als de auto langdurig stilstaat door een defect, zodat u onnodige verzekerings- en belastingkosten voorkomt.
  • Bewaar alle facturen en betalingsbewijzen van pechhulp, berging en schorsingskosten zorgvuldig om deze als schade te kunnen claimen.

Relevante wetsartikelen

  • Artikel 7:18a lid 2 BW
  • Artikel 7:22 lid 1 sub a BW
  • Artikel 7:22 lid 2 BW
  • Artikel 7:22 lid 7 sub a BW
  • Artikel 7:22 lid 7 sub b BW
  • Artikel 7:24 BW
  • Artikel 6:83 sub b BW
  • Artikel 6:119 BW
  • Artikel 6:271 BW
  • Artikel 6:275 BW
  • Artikel 3:120 lid 2 BW
Volledige tekst van de uitspraak (ECLI:NL:RBNNE:2026:111)

RECHTBANK

NOORD-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer: 10886054 \ CV EXPL 24-202

Vonnis van 20 januari 2026

in de zaak van

[eisende partij]

,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: mr. S. Yadegari,

tegen

[gedaagde]

, handelend onder de naam [handelsnaam],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

– het tussenvonnis van 16 juli 2024- het getuigenverhoor van 15 januari 2025- het getuigenverhoor voor tegenbewijs van 3 september 2025.

1.2.

[gedaagde] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om een conclusie na getuigenverhoor te nemen, maar heeft daarvan geen gebruikgemaakt. Van de zijde van [eisende partij] is een conclusie na getuigenverhoor ontvangen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

De bewijsopdracht

2.1.

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 16 juli 2024. Hetgeen is overwogen en bepaald in dit tussenvonnis wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

2.2.

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter vastgesteld dat de versnellingsbak van de auto kapot is, dat dit gebrek er aan in de weg staat dat met de auto op een veilige manier aan het verkeer kan worden deelgenomen en dat dit in beginsel non-conformiteit oplevert. Omdat [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eisende partij] zich er niet op kan beroepen dat de auto non-conform is omdat hij haar ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst heeft medegedeeld dat de versnellingsbak van de auto niet helemaal goed was, heeft de kantonrechter in het tussenvonnis [gedaagde] opgedragen om deze stelling te bewijzen.

2.3.

Om het opgedragen bewijs te leveren heeft [gedaagde] de heer [getuige gedaagde] (hierna: [getuige gedaagde] ) als getuige laten horen. [getuige gedaagde] was betrokken bij de verkoop van de auto.

2.4.

[eisende partij] heeft vervolgens gebruikgemaakt van de haar geboden mogelijkheid tot contra-enquête. Zij heeft daartoe haar moeders (mevrouw [getuige eisende partij 1] en mevrouw [getuige eisende partij 2] ) en zichzelf als getuigen laten horen.

2.5.

De kantonrechter komt, gelet op alle processtukken en alle afgelegde verklaringen, tot het oordeel dat [gedaagde] niet is geslaagd in het leveren van het opgelegde bewijs. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

2.6.

[getuige gedaagde] heeft verklaard dat hij aan [eisende partij] heeft uitgelegd hoe het schakelen bij de auto werkt en dat hij daarbij heeft aangegeven dat het even duurt voordat de versnelling van de P in de D gaat. [getuige gedaagde] heeft daarover verklaard dat dit voor het rijden niet zoveel uitmaakt. [getuige gedaagde] heeft verder verklaard, voor zover hier van belang: “Ik heb niet deelgenomen aan het gesprek tussen [gedaagde] en de vrouw bij [bedrijf] op het

bedrijfsterrein. [gedaagde] heeft volgens mij wel gezegd dat de auto onderhoud nodig had. (…) Toen [gedaagde] de auto kocht was [gedaagde] al bekend met het probleem van de

versnellingsbak. Ik heb begrepen dat [gedaagde] dit ook aan de telefoon tegen de vrouw

heeft gezegd. Ik heb dit zelf niet gehoord. Ik was daar niet bij, maar ik heb het gehoord van

[gedaagde] .”

2.7.

Tegenover deze verklaring van [getuige gedaagde] staat de verklaring van [eisende partij] dat [gedaagde] of [getuige gedaagde] haar niet heeft geïnformeerd dat de versnellingsbakautomaat niet goed was en evenmin dat er dringend onderhoud nodig was. [eisende partij] heeft verklaard dat [gedaagde] juist meerdere keren heeft aangegeven dat er geen mankementen waren en dat de auto goed was en ook goed reed.

2.8.

De kantonrechter stelt vast dat [getuige gedaagde] op basis van eigen waarnemingen niet kan bevestigen dat [gedaagde] [eisende partij] voorafgaand aan de koop van de auto heeft geïnformeerd over het probleem met de versnellingsbak en het noodzakelijke onderhoud. [eisende partij] heeft verklaard dat [gedaagde] of [getuige gedaagde] haar over zowel het probleem met de versnellingsbak als het noodzakelijke onderhoud niet heeft geïnformeerd. De verklaring van [eisende partij] vindt ondersteuning in de verklaringen van haar moeders, die beiden verklaren dat hen tijdens het hele proces niet op enig moment gebleken is dat hun dochter ( [eisende partij] ) toch wist dat de versnellingsbak niet goed was. De verklaring van [eisende partij] en de verklaringen van haar moeders rijmen bovendien met de andere informatie die in het dossier beschikbaar is, namelijk het whatsappcontact dat partijen met elkaar hebben gehad op de dag van de aankoop, nadat [eisende partij] met de auto bij een tankstation is komen stil te staan, en de brief van 27 november 2023 van [gedaagde] . In zowel de whatsappberichten als de brief geeft [gedaagde] aan dat de auto super reed en wordt niets gezegd over de niet functionerende versnellingsbak en dat dit richting [eisende partij] voorafgaand aan de koop was aangegeven.

2.9.

Bij deze stand van zaken is de conclusie dat [gedaagde] niet in het bewijs is geslaagd en dus niet is komen vast te staan dat [gedaagde] [eisende partij] ten tijde van de aankoop erop heeft gewezen dat de versnellingsbak niet helemaal goed was en dat zij dus wist dat er iets mis was met de auto. [eisende partij] hoefde daarom de gebreken aan de versnellingsbak niet te verwachten. Nu vaststaat dat de versnellingsbak van de auto kapot is, is er, zoals ook is overwogen in het vonnis van 16 juli 2024, sprake van een gebrek dat in de weg staat aan een veilige verkeersdeelname. Dit betekent dat de auto niet beantwoordde aan de overeenkomst. Omdat het bewijsvermoeden uit artikel 7:18a lid 2 BW geldt en [gedaagde] niet heeft gesteld en onderbouwd dat de auto bij aflevering wél aan de overeenkomst heeft beantwoord, staat vast dat de auto ten tijde van de aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Gelet op deze conclusie kunnen de overige door [eisende partij] gestelde gebreken verder onbesproken blijven.

2.10.

Voor de vorderingen van [eisende partij] brengt dit het volgende met zich mee.

De koopovereenkomst wordt ontbonden

2.11.

Op het moment dat het afgeleverde niet beantwoordt aan de overeenkomst, heeft de consumentkoper de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomene, gezien haar geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Wel komt de consumentkoper pas het recht toe om tot ontbinding over te gaan wanneer herstel en vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden, of wanneer de verkoper zijn verplichting tot herstel of vervanging niet binnen redelijke termijn nakomt.

2.12.

Uit de onderbouwde en niet weersproken stellingen van [eisende partij] blijkt dat zij [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen, maar dat [gedaagde] dit niet heeft gedaan. Dit betekent dat de koopovereenkomst ontbonden mag worden. De hierop gerichte vordering van [eisende partij] zal daarom worden toegewezen.

[gedaagde] moet de koopprijs terugbetalen

2.13.

De ontbinding van de koopovereenkomst leidt ertoe dat over en weer een verbintenis tot ongedaanmaking van de ontvangen prestaties ontstaat. Dit betekent dat [gedaagde] de koopprijs moet terugbetalen en dat [eisende partij] de auto aan [gedaagde] moet teruggeven op kosten van [gedaagde] . De kantonrechter zal de vordering van [eisende partij] tot (terug)betaling van de koopsom van € 3.600,00 daarom toewijzen. Artikel 7:22 lid 7 aanhef en onder b BW bepaalt dat bij ontbinding van de koopovereenkomst de verkoper de koopprijs terugbetaalt bij ontvangst van de zaak of bij ontvangst van het door de koper verstrekte bewijs dat hij de zaak heeft teruggezonden. Daartoe zal de kantonrechter [gedaagde] veroordelen. Voor de volledigheid merkt de kantonrechter daarbij op dat de kosten van teruggave van de auto voor rekening van de verkoper ( [gedaagde] ) komen.

[gedaagde] moet de auto laten vrijwaren

2.14.

Gelet op de ontbinding van de koopovereenkomst, moet het kenteken (weer) op naam van [gedaagde] worden gesteld. De gevorderde veroordeling van [gedaagde] om de auto te vrijwaren en [eisende partij] een vrijwaringsbewijs te verschaffen wordt daarom toegewezen. De kantonrechter acht daarvoor een termijn van vijf dagen na ontvangst van de auto redelijk. Aan deze veroordelingen zal de kantonrechter de door [eisende partij] gevorderde dwangsom verbinden. De dwangsom wordt gemaximeerd op € 5.000,00.

[gedaagde] moet de schade van [eisende partij] vergoeden

2.15.

[eisende partij] vordert een schadevergoeding van [gedaagde] . De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat de (consument)koper jegens de verkoper recht heeft op schadevergoeding overeenkomstig de afdelingen 9 en 10 van titel 1 van Boek 6 BW als de afgeleverde zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [eisende partij] stelt zich op het standpunt dat zij schade heeft geleden, die bestaat uit de door haar betaalde motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie, de extra kosten die zij heeft moeten maken voor het transport van de auto, de ANWB-pechhulp en de schorsing van het kenteken en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter zal de schadeposten hierna afzonderlijk bespreken.

Motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie

2.16.

[eisende partij] vordert vergoeding van de door haar betaalde motorrijtuigenbelasting

(€ 31,00) en verzekeringspremie (€ 27,95). De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat de verkoper de door de koper in verband met de auto gemaakte kosten moet vergoeden, voor zover de koper niet gebaat is door daartegenover staande voordelen (het gebruik van de auto). Omdat het gebrek zich gelijk na aankoop (op 25 oktober 2023) heeft voorgedaan en [eisende partij] sindsdien geen normaal gebruik van de auto heeft kunnen maken, heeft [eisende partij] per 25 oktober 2023 recht op vergoeding van deze kosten. De kantonrechter wijst de door [eisende partij] gevorderde bedragen voor de periode van 25 oktober 2023 tot de datum van de schorsing (3 november 2023) daarom toe.

De extra kosten

2.17.

[eisende partij] vordert vergoeding van de door haar gemaakte kosten voor het transport van de auto (€ 79,86) de ANWB-pechhulp (€ 192,01) en de schorsing van het kenteken

(€ 26,50). [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze schadeposten. De kantonrechter zal de vorderingen daarom toewijzen.

De buitengerechtelijke kosten

2.18.

[eisende partij] vordert vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. [eisende partij] heeft niet aangegeven over welke hoofdsom deze kosten zijn berekend, maar de kantonrechter gaat ervan uit dat deze kosten zijn berekend over de koopsom van € 3.600,00 en de schadevergoeding. De kantonrechter zal de vordering voor zover die gegrond is op de koopsom afwijzen. De koopovereenkomst is namelijk pas per datum van dit vonnis ontbonden en [gedaagde] verkeert ten aanzien van zijn verplichting om de koopprijs terug te betalen nog niet in verzuim. De buitengerechtelijke incassokosten over de toegewezen schadevergoeding (in totaal € 357,32) zal worden toegewezen. Er is namelijk sprake van verzuim. [eisende partij] heeft bovendien voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zijnde een bedrag van € 53,60.

De totale toe te wijzen schadevergoeding

2.19.

Het voorgaande betekent dat, naast de buitengerechtelijke incassokosten van

€ 53,60, de volgende schadevergoeding wordt toegewezen:

Motorrijtuigenbelasting

€ 31,00

Verzekeringspremie

€ 27,95

Transport van de auto

€ 79,86

ANWB-pechhulp

€ 192,01

Schorsing van het kenteken

€ 26,50 +

Totaal

€ 357,32

[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen

2.20.

[eisende partij] vordert wettelijke rente over de hoofdsom en de nevenvorderingen vanaf de datum van aankoop van de auto.

2.21.

De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] rente is verschuldigd over de hoofdsom (de koopsom van € 3.600,00) vanaf het moment dat hij met de voldoening daarvan in verzuim is. Omdat de terugbetalingsverplichting pas ontstaat bij ontvangst van de zaak of bij ontvangst van het door de koper verstrekte bewijs dat hij de zaak heeft teruggezonden, zal de kantonrechter de wettelijke rente over de koopsom toewijzen op de wijze zoals vermeld in de beslissing. De rente over de buitengerechtelijke incassokosten is toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding (11 januari 2024), omdat niet is gesteld of gebleken dat of wanneer de buitengerechtelijke incassokosten door [eisende partij] aan de gemachtigde zijn betaald. Voor de (overige) schadevergoeding geldt dat de wettelijke rente over de toegewezen bedragen loopt vanaf het moment dat de verbintenis opeisbaar is. Dit is het moment waarop de schade is geleden en daarom het moment dat [eisende partij] deze kosten heeft betaald. De kantonrechter wijst de wettelijke rente over de (overige) schadevergoeding daarom toe vanaf de dag dat [eisende partij] deze kosten heeft betaald.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.22.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:

– griffierecht

87,00

– salaris gemachtigde

1.084,00

(4 punten × € 271,00)

– nakosten

– getuigenkosten (getuige

[getuige eisende partij 1] )

135,00

800,00

Totaal

2.106,00

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de auto,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 3.600,00, bij ontvangst van de auto of, als dat eerder is, bij ontvangst van het door [eisende partij] verstrekte bewijs dat zij de auto heeft teruggezonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van de vijftiende dag nadat [gedaagde] de auto terug heeft ontvangen of een door [eisende partij] verstrekt bewijs heeft ontvangen dat zij de auto heeft teruggezonden tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf dagen na ontvangst van de auto de auto te vrijwaren en [eisende partij] een deugdelijk vrijwaringsbewijs te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag (of deel daarvan) dat [gedaagde] dat niet doet, met een maximum van € 5.000,00,

3.4.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 357,32, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag dat [eisende partij] deze kosten heeft betaald tot de dag van volledige betaling,

3.5.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 53,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 11 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,

3.6.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.106,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

3.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.

66449/RG

Artikel 7:22 lid 1 sub a BW.

Artikel 7:22 lid 2 BW.

Artikel 6:271 BW.

Artikel 7:22 lid 7 sub a BW.

Artikel 7:24 BW.

Zie artikel 6:275 BW in verbinding met artikel 3:120 lid 2 BW.

Artikel 6:83 sub b BW.

Bron: ECLI:NL:RBNNE:2026:111 op Rechtspraak.nl (Rechtbank Noord-Nederland, 20 January 2026).

Deze pagina geeft algemene informatie over een openbare uitspraak. Het is geen juridisch advies voor uw situatie. Aan deze informatie kunt u geen rechten ontlenen. Elke zaak is anders. Vraag bij twijfel advies aan een advocaat of juridisch adviseur. De volledige en officiële tekst staat op Rechtspraak.nl.

Wat speelde er in deze zaak?

25 oktober 2023

De koper koopt de auto en strandt dezelfde dag met een defecte versnellingsbak bij een tankstation.

3 november 2023

De koper laat het kenteken van de auto schorsen om verdere vaste lasten te beperken.

27 november 2023

De verkoper reageert per brief en stelt dat de auto tijdens de verkoop prima reed.

11 januari 2024

De koper brengt de zaak via een dagvaarding voor de kantonrechter.

16 juli 2024

De kantonrechter draagt de verkoper in een tussenvonnis op te bewijzen dat de koper was gewaarschuwd voor de slechte versnellingsbak.

15 januari 2025

Een getuige van de verkoper wordt gehoord over de afspraken en gesprekken rondom de aankoop.

3 september 2025

De koper en twee getuigen leggen verklaringen af in het kader van het tegenbewijs.

20 januari 2026

De kantonrechter stelt vast dat het bewijs niet is geleverd en ontbindt de koopovereenkomst.

Standpunt van de koper

De koper stelt dat de auto door de kapotte versnellingsbak niet veilig kan rijden en daarom non-conform is. De verkoper heeft nooit gemeld dat de versnellingsbak gebreken vertoonde of dat onderhoud dringend nodig was. Omdat de verkoper het mankement niet heeft gerepareerd, eist de koper ontbinding van de koop, teruggave van de aankoopprijs van € 3.600,00 en vergoeding van de gemaakte kosten.

Verweer van de verkoper

De verkoper voert aan dat de koper geen beroep kan doen op non-conformiteit. Volgens de verkoper is de koper voorafgaand aan de verkoop uitdrukkelijk verteld dat de versnellingsbak niet helemaal in orde was en dat het voertuig onderhoud nodig had.

De centrale juridische vraag

Mag een koper de koopovereenkomst ontbinden en schadevergoeding eisen wanneer de versnellingsbak van een auto direct kapot blijkt en de verkoper niet kan bewijzen dat hij de koper hierover vooraf heeft gewaarschuwd?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wanneer mag u de koop van een tweedehands auto direct ontbinden?

U kunt ontbinden als de auto een ernstig gebrek heeft dat veilig rijden verhindert en de verkoper dit gebrek niet binnen een redelijke termijn wil of kan repareren. U moet de verkoper hiervoor wel eerst de kans hebben gegeven om tot herstel over te gaan.

Wie moet bewijzen dat een gebrek vooraf aan de koper is gemeld?

De verkoper moet bewijzen dat hij u vooraf heeft gewaarschuwd voor een specifiek mankement. Slaagt de verkoper daar niet in, dan geldt dat u als koper het gebrek niet hoefde te verwachten.

Welke schadevergoeding kunt u eisen als u niet met de auto kunt rijden?

U kunt vaste lasten terugvragen waar u geen nut van heeft gehad, zoals motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies tot aan het moment van schorsing. Ook kosten voor noodzakelijk transport, pechhulp en het schorsen van het kenteken komen voor vergoeding in aanmerking.

Wanneer moet de verkoper het aankoopbedrag daadwerkelijk terugstorten?

Bij ontbinding moet de verkoper de koopsom terugbetalen zodra hij de auto weer heeft ontvangen of zodra u bewijst dat de auto is teruggestuurd. De kosten voor het terugbrengen of terugzenden van de auto zijn voor de verkoper.

Foto van Thomas V
Thomas V
Thomas V is de redactienaam van de juridische redactie van LegalAuto. Onze redactie schrijft en controleert elke pagina aan de hand van wetten.overheid.nl en Rechtspraak.nl.
Vrijblijvend
Uw zaak bespreken

Leg uw situatie kort voor. Een jurist beoordeelt uw zaak en vertelt u wat uw mogelijkheden zijn. U zit nergens aan vast.

Vrijblijvend
Stel uw vraag
Wij nemen contact met u op tijdens kantooruren.