In de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 12 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1292, stond een geschil over de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) centraal. Een importbedrijf, [X] B.V., had een Jeep Wrangler Unlimited 3.6 Rubicon geïmporteerd en deed aangifte voor de BPM. Het bedrijf wilde minder BPM betalen vanwege gestelde roestschade, een ‘geen oordeel’ over de kilometerstand van de RDW en een ‘extra leeftijdskorting’.
Geen rekening met BPM roestschade Jeep Wrangler 2026
Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat er geen rekening gehouden mocht worden met de gestelde roestschade aan de Jeep Wrangler voor de BPM-berekening. [X] B.V. had de schade wel genoemd, maar niet goed onderbouwd met foto’s in een vroeg stadium van de procedure. De rechtbank en het Hof vonden de later ingediende foto’s niet overtuigend, mede omdat niet bewezen was dat de foto’s daadwerkelijk van de betreffende auto waren op het moment van aangifte. Als er onderzoek nodig is om schade te beoordelen, en de gegevens hiervoor niet bij de aangifte zijn aangeleverd, dan kan daar later geen rekening meer mee worden gehouden.
Dit betekent dat de Inspecteur terecht een veel lager bedrag voor waardevermindering wegens schade heeft goedgekeurd dan het bedrag dat het importbedrijf had geclaimd. De bewijslast ligt bij het bedrijf om aan te tonen dat de schade de auto meer in waarde vermindert dan de Inspecteur heeft vastgesteld.
Kilometerstand en ‘extra leeftijdskorting’: geen vermindering BPM
Naast de roestschade wilde [X] B.V. ook een BPM-vermindering van €3.000 omdat de RDW geen oordeel had gegeven over de kilometerstand van de Jeep. Het Hof oordeelde echter dat het bedrijf niet aannemelijk had gemaakt dat dit zorgde voor een extra waardevermindering die nog niet was meegenomen in de standaard koerslijst. Algemene stellingen hierover waren niet genoeg.
Ook de claim voor een ‘extra leeftijdskorting’ werd afgewezen. Per 1 januari 2022 is de wet gewijzigd: de BPM is verschuldigd op het moment dat de auto in het kentekenregister wordt ingeschreven, niet meer op het moment van tenaamstelling. Deze wijziging is bedoeld om een eerlijker speelveld te creëren tussen binnenlandse en importauto’s en het aantal bezwaarschriften te verminderen. Het argument dat de auto negen weken lang niet gebruikt kon worden omdat het fiscale akkoord op zich liet wachten, werd door het Hof verworpen. Dit kwam door een ‘kennelijk onjuiste aangifte’ van [X] B.V. en is een maatregel om fraude en misbruik te voorkomen. Het Hof zag hierin geen strijd met Europese regels (artikel 110 VWEU).
Als u meer wilt weten over dit soort procedures, kunt u hier meer informatie vinden over dit onderwerp.
Proceskosten: deels gelijk gekregen
Het enige punt waarop [X] B.V. gelijk kreeg, ging over de berekening van de proceskostenvergoeding. De Rechtbank had een te laag tarief per punt (€ 875) toegepast, terwijl dit € 907 (en later € 934) had moeten zijn. Het Hof heeft de proceskosten opnieuw berekend en de Inspecteur veroordeeld tot betaling van de hogere proceskosten voor zowel de beroeps- als de hoger beroepsfase.