BPM

BPM: Geen rekening met roestschade bij Jeep Wrangler 2026, Inspecteur wint op hoofdlijnen

Een importbedrijf wilde minder BPM betalen voor een Jeep Wrangler vanwege roestschade, een onduidelijke kilometerstand en 'extra leeftijdskorting'. De rechtbank en het hof wezen alle hoofdargumenten af, omdat de schade niet goed was onderbouwd en de wet is gewijzigd. Het bedrijf kreeg alleen gelijk over de hoogte van de proceskostenvergoeding door een rekenfout van de rechtbank.

Uitkomst: Vordering koper afgewezen
Rechtbank

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak

12 maart 2026

Zaaknummer

BK-25/112

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2026:1292

Onderwerp

BPM, waardevermindering, schade, extra leeftijdskorting, proceskosten

Wetsartikel

Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet bpm), artikel 10 lid 2 Wet bpm, artikel 1 lid 2 Wet bpm, artikel 8 lid 9 Uitvoeringsregeling BPM 1992, artikel 110 VWEU, artikel 8:75 Awb

Samenvatting in gewone taal

In de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 12 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1292, stond een geschil over de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) centraal. Een importbedrijf, [X] B.V., had een Jeep Wrangler Unlimited 3.6 Rubicon geïmporteerd en deed aangifte voor de BPM. Het bedrijf wilde minder BPM betalen vanwege gestelde roestschade, een ‘geen oordeel’ over de kilometerstand van de RDW en een ‘extra leeftijdskorting’.

Geen rekening met BPM roestschade Jeep Wrangler 2026

Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat er geen rekening gehouden mocht worden met de gestelde roestschade aan de Jeep Wrangler voor de BPM-berekening. [X] B.V. had de schade wel genoemd, maar niet goed onderbouwd met foto’s in een vroeg stadium van de procedure. De rechtbank en het Hof vonden de later ingediende foto’s niet overtuigend, mede omdat niet bewezen was dat de foto’s daadwerkelijk van de betreffende auto waren op het moment van aangifte. Als er onderzoek nodig is om schade te beoordelen, en de gegevens hiervoor niet bij de aangifte zijn aangeleverd, dan kan daar later geen rekening meer mee worden gehouden.

Dit betekent dat de Inspecteur terecht een veel lager bedrag voor waardevermindering wegens schade heeft goedgekeurd dan het bedrag dat het importbedrijf had geclaimd. De bewijslast ligt bij het bedrijf om aan te tonen dat de schade de auto meer in waarde vermindert dan de Inspecteur heeft vastgesteld.

Kilometerstand en ‘extra leeftijdskorting’: geen vermindering BPM

Naast de roestschade wilde [X] B.V. ook een BPM-vermindering van €3.000 omdat de RDW geen oordeel had gegeven over de kilometerstand van de Jeep. Het Hof oordeelde echter dat het bedrijf niet aannemelijk had gemaakt dat dit zorgde voor een extra waardevermindering die nog niet was meegenomen in de standaard koerslijst. Algemene stellingen hierover waren niet genoeg.

Ook de claim voor een ‘extra leeftijdskorting’ werd afgewezen. Per 1 januari 2022 is de wet gewijzigd: de BPM is verschuldigd op het moment dat de auto in het kentekenregister wordt ingeschreven, niet meer op het moment van tenaamstelling. Deze wijziging is bedoeld om een eerlijker speelveld te creëren tussen binnenlandse en importauto’s en het aantal bezwaarschriften te verminderen. Het argument dat de auto negen weken lang niet gebruikt kon worden omdat het fiscale akkoord op zich liet wachten, werd door het Hof verworpen. Dit kwam door een ‘kennelijk onjuiste aangifte’ van [X] B.V. en is een maatregel om fraude en misbruik te voorkomen. Het Hof zag hierin geen strijd met Europese regels (artikel 110 VWEU).

Als u meer wilt weten over dit soort procedures, kunt u hier meer informatie vinden over dit onderwerp.

Proceskosten: deels gelijk gekregen

Het enige punt waarop [X] B.V. gelijk kreeg, ging over de berekening van de proceskostenvergoeding. De Rechtbank had een te laag tarief per punt (€ 875) toegepast, terwijl dit € 907 (en later € 934) had moeten zijn. Het Hof heeft de proceskosten opnieuw berekend en de Inspecteur veroordeeld tot betaling van de hogere proceskosten voor zowel de beroeps- als de hoger beroepsfase.

Wat speelde er in deze zaak?

10 maart 2022

Belanghebbende doet aangifte BPM ter zake van een Jeep Wrangler.

16 maart 2022

DRZ voert een hertaxatie uit en houdt rekening met een lager schadebedrag.

7 juni 2022

De auto wordt in het kentekenregister geregistreerd.

14 juni 2022

Belanghebbende dient een bezwaarschrift in tegen de naheffingsaanslag.

18 oktober 2023

De Inspecteur doet uitspraak op bezwaar en handhaaft de naheffingsaanslag.

29 januari 2025

De Rechtbank Den Haag verklaart het beroep ongegrond, maar kent schadevergoeding en proceskosten toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.

27 januari 2026

Belanghebbende dient een nader stuk in bij het Gerechtshof.

4 februari 2026

De mondelinge behandeling van het hoger beroep vindt plaats.

12 maart 2026

Gerechtshof Den Haag doet uitspraak: het hoger beroep is gegrond voor de proceskosten, maar de hoofdpunten worden afgewezen.

Standpunt van de koper

[X] B.V. stelde dat de naheffingsaanslag te hoog was. Ze eisten een hogere waardevermindering voor roestschade en 'geen oordeel' over de kilometerstand door de RDW. Ook meenden ze recht te hebben op 'extra leeftijdskorting' vanwege de periode dat de auto niet gebruikt kon worden door het uitblijven van fiscaal akkoord na een kennelijk onjuiste aangifte. Ze vonden ook de eerdere proceskostenvergoeding te laag.

Verweer van de verkoper

De Inspecteur van de Belastingdienst betwistte de hogere waardevermindering wegens schade, de correctie voor de kilometerstand en de ‘extra leeftijdskorting’. Hij hield rekening met een lagere schadevergoeding en stelde dat de wet per 1 januari 2022 is gewijzigd, waardoor de 'extra leeftijdskorting' niet meer van toepassing is en het fiscale akkoord kon worden opgehouden bij een kennelijk onjuiste aangifte.

De centrale juridische vraag

Mag de Belastingdienst een hogere BPM naheffen als de gestelde roestschade en een 'extra leeftijdskorting' niet voldoende zijn onderbouwd of door een wetswijziging niet meer gelden?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is BPM en waarom moet ik het betalen?

BPM staat voor Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen. U betaalt dit als u een personenauto, motor of bestelauto in Nederland registreert. Dit is een belasting die de staat heft bij de eerste registratie in Nederland, bijvoorbeeld als u een auto importeert.

Waarom werd de roestschade niet meegenomen in de BPM-berekening?

In deze zaak was de roestschade niet op tijd goed aangetoond. Als u minder BPM wilt betalen vanwege schade, moet u de schade op het moment van aangifte goed onderbouwen met een taxatierapport en foto's. Als dit niet direct gebeurt en er later onderzoek nodig is, kan de Belastingdienst de claim afwijzen.

Kan ik een 'extra leeftijdskorting' krijgen op mijn importauto?

Nee, sinds 1 januari 2022 is de wet gewijzigd. De BPM is nu verschuldigd op het moment van inschrijving van de auto in het kentekenregister. Hierdoor vervalt de 'extra leeftijdskorting' die voorheen van toepassing kon zijn op importauto's.

Wat als mijn auto lang wacht op een kenteken door een probleem met de aangifte?

Als u een kennelijk onjuiste aangifte heeft gedaan, mag de Inspecteur wachten met het geven van fiscaal akkoord totdat de juiste BPM (eventueel na naheffing) is betaald. Het is dan aan u om een juiste aangifte te doen en, indien de Inspecteur onredelijk lang wacht, naar de rechter te stappen voor eventuele schadevergoeding, maar dit geeft geen recht op een BPM-korting.

Wat betekent 'kennelijk onjuiste aangifte'?

Dit betekent dat het voor de Inspecteur overduidelijk is dat de aangifte van de BPM niet klopt, bijvoorbeeld omdat een veel te lage waarde is opgegeven of schade onterecht is geclaimd. In zo'n geval kan de Inspecteur wachten met het afgeven van een kenteken totdat de juiste BPM is betaald.