Wat gebeurde er bij de particuliere Audi A4 koop?
Deze zaak draait om een particuliere Audi A4 koop in 2026, waarbij de koper (Partij B) ruim €2.500 moet betalen aan de verkoper (Partij A). De koper had een tweedehands Audi A4 uit 2005 gekocht van Partij A, een kennis. De oorspronkelijke prijs was €3.500. Naast de auto kwamen er volgens de verkoper ook kosten voor onderdelen en werkzaamheden bij. De koper was het hier niet mee eens en stelde dat de auto gebreken had (non-conform was), waardoor hij niet alles hoefde te betalen.
Geen consumentenkoop, maar verkoop tussen twee particulieren
Allereerst heeft de rechtbank gekeken of dit een ‘consumentenkoop’ was. Een consumentenkoop is een aankoop van een bedrijf door een particulier, waarbij de particulier extra bescherming krijgt. In dit geval waren zowel de koper als de verkoper particulieren. Dat Partij A (de verkoper) automonteur is en vaker auto’s heeft in- of verkocht, was volgens de rechter niet genoeg om het een bedrijfstransactie te maken, zeker omdat ze al lang bevriend waren. Daarom gold de extra bescherming van een consumentenkoop hier niet.
Afspraken over de prijs en extra kosten
De partijen waren het erover eens dat de basisprijs voor de auto €3.500 was en dat er €200 contant was betaald. Maar er was discussie over aanvullende kosten van €520 voor werkzaamheden en onderdelen. De verkoper stelde dat de koper via WhatsApp had bevestigd dat een totaalbedrag van €4.020 openstond. De koper sprak dit niet tegen, en de rechtbank vond dat uit de WhatsApp-gesprekken bleek dat ze dit bedrag waren overeengekomen.
De koper beweerde ook dat een eerdere betaling van €1.250 voor de auto was, maar de verkoper zei dat dit voor onderdelen was die hij op verzoek had voorgeschoten. De verkoper kon echter niet goed uitleggen om welke onderdelen het ging en wat de waarde ervan was. Daarom besloot de rechter dat die €1.250 wel degelijk een deelbetaling voor de auto was. Uiteindelijk bleef er een bedrag van €4.020 – €200 – €1.250 = €2.570 over dat de koper nog moest betalen.
Beroep op non-conformiteit en ingebrekestelling afgewezen
De koper vond dat de auto ‘non-conform’ was, oftewel dat deze niet voldeed aan wat hij ervan mocht verwachten. Hij wilde de koopovereenkomst daarom gedeeltelijk ontbinden. De verkoper betwistte dit en stelde dat de auto als een ‘opknapproject’ was verkocht en dat de koper zelf had gezegd de auto te willen opknappen en doorverkopen. De rechtbank gaf de verkoper gelijk. Uit de WhatsApp-gesprekken bleek dat de koper wist dat er nog van alles aan de auto moest gebeuren en dat hij deze zelf wilde opknappen. De teleurstelling over extra kosten kwam daarom voor risico van de koper.
Bovendien had de koper de verkoper niet officieel ‘in gebreke gesteld’. Dat betekent dat hij de verkoper niet schriftelijk de kans heeft gegeven om de gebreken te herstellen binnen een redelijke termijn. Zonder zo’n ingebrekestelling kun je niet zomaar een overeenkomst ontbinden, tenzij duidelijk is dat de verkoper toch niets zou doen. Dat was hier volgens de rechtbank niet het geval. De koper kocht zelfs een andere motor voor de auto en vroeg om een factuur op naam van de verkoper, wat niet past bij iemand die de verkoper verantwoordelijk houdt voor gebreken.
Wilt u meer weten over de rechten en plichten bij de verkoop en aankoop van voertuigen? Lees dan meer informatie over dit onderwerp.
De uitspraak van de rechter
De kantonrechter heeft geoordeeld dat de koper (Partij B) de verkoper (Partij A) nog €2.570 moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2025 en €462,22 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering van de koper om de koopovereenkomst gedeeltelijk te ontbinden, is afgewezen. Partij B moest ook de proceskosten van Partij A betalen.