Wat was er aan de hand?
Een consument kocht op 17 mei 2024 een Skoda Octavia voor €28.000 bij een professionele autohandelaar. Al drie dagen na de aankoop ontdekte hij meerdere ernstige gebreken. De auto bleek een schadeauto te zijn met een beschadigde dakconstructie, slecht sluitende portieren, overmatig koelvloeistofverbruik en roestvorming. Bovendien verdween de lak al na één wasbeurt. Twee onafhankelijke garagebedrijven concludeerden dat de auto gevaarlijk onveilig was en dat de eerdere herstelwerkzaamheden van slechte kwaliteit waren.
Motor kapot: auto helemaal stilgelegd
Op 15 juli 2024 begon de auto tijdens het rijden te trillen. Bij de garage bleek dat de motor vervangen moest worden. Vanaf dat moment kon de koper de auto helemaal niet meer gebruiken, terwijl hij wel bleef betalen voor motorrijtuigenbelasting en verzekering.
Wat zei de verkoper?
De verkoper beweerde dat de koper de auto eigenlijk van een particulier had gekocht, en dat de auto slechts een kwartier op naam van het bedrijf had gestaan als administratieve formaliteit voor een leasecontract. Daarom zou de verkoper niet verantwoordelijk zijn voor de gebreken. De verkoper verscheen bovendien niet op de rechtszitting.
Wat besliste de rechter?
De rechter ging niet mee in het verhaal van de verkoper. Uit de RDW-gegevens bleek duidelijk dat de auto op naam van het bedrijf had gestaan en officieel aan de koper was overgedragen. Daarmee was er gewoon sprake van een consumentenkoop bij een professionele handelaar.
Omdat de gebreken zich binnen één jaar na aankoop hadden geopenbaard, gold de wettelijke bescherming voor de consument: de gebreken worden geacht er al bij de levering te zijn geweest. Het was aan de verkoper om het tegendeel te bewijzen, maar dat deed hij niet.
De rechter oordeelde verder dat van de koper niet verwacht kon worden dat hij de verkoper eerst de kans gaf om te repareren, gezien de ernst van de gebreken. De koopovereenkomst werd daarom direct ontbonden.
Wat moet de verkoper betalen?
De verkoper moet de volledige koopsom van €28.000 terugbetalen, vermeerderd met wettelijke rente. Daarbovenop moet hij €3.075,53 vergoeden voor de betaalde reparatiekosten (€1.400,01), motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies. De verkoper moet ook de auto komen ophalen op eigen kosten. Binnen vijf dagen na het vonnis moet hij een vrijwaringsbewijs afgeven, anders loopt er een dwangsom van €500 per dag op tot maximaal €20.000. Tot slot moet de verkoper de proceskosten van €2.100,81 betalen.
Wat betekent dit voor andere kopers?
Deze uitspraak bevestigt dat een professionele autohandelaar niet zomaar kan zeggen dat hij slechts een tussenpersoon was. Zodra een auto officieel op naam van het bedrijf staat en wordt overgedragen aan een consument, gelden alle regels van de consumentenkoop. Gebreken die zich binnen een jaar na aankoop voordoen, worden vermoed al aanwezig te zijn geweest bij de levering. De verkoper moet dan bewijzen dat dit niet zo was.