Waar gaat deze zaak over?
Een autoschadebedrijf (hierna: het schadebedrijf) heeft een Mercedes-Benz V-Klasse gerepareerd na een verkeersongeluk. De eigenaar van de auto, een bedrijf genaamd Inland Marine Supplies (IMS), weigerde daarna een deel van de rekening te betalen. IMS beweerde ook dat de auto niet goed gerepareerd was en wilde de overeenkomst gedeeltelijk ontbinden. De rechter moest beslissen wie er gelijk had.
Wat was er precies afgesproken?
Een schade-expert had de zichtbare schade beoordeeld en een maximumbedrag van € 27.528,86 vastgesteld. Tijdens de reparatie ontdekte het schadebedrijf ook verborgen schade. Volgens het schadebedrijf hadden zij met IMS afgesproken dat eventuele verborgen schade voor eigen rekening van IMS zou komen, omdat het overschrijden van het begrote bedrag anders zou leiden tot een total-loss verklaring, wat IMS wilde voorkomen. IMS beweerde dat zij nooit opdracht had gegeven voor het repareren van die verborgen schade. De rechter vond de uitleg van het schadebedrijf geloofwaardiger, omdat IMS haar ontkenning niet goed kon onderbouwen. De vertegenwoordiger van IMS op de zitting was niet eens betrokken geweest bij het maken van de afspraken en kon er dus niets concreets over zeggen.
Wat deed IMS verkeerd: te laat klagen
IMS beweerde dat de auto na de reparatie allerlei gebreken vertoonde, zoals een slecht werkende schuifdeur, kapotte veiligheidsgordels en een scheve bumper. Maar de wet (artikel 6:89 BW) zegt dat je binnen een redelijke tijd moet klagen als je gebreken ontdekt. IMS had de gebreken kort na ophalen van de auto in mei 2024 opgemerkt, maar klaagde hier pas formeel over in november 2024, zes maanden later. Dat is veel te laat. Omdat IMS niet op tijd heeft geklaagd, mag zij deze gebreken niet meer gebruiken als reden om de overeenkomst te ontbinden of om minder te betalen.
Wat met de latere gebreken bij Van Mossel?
In januari 2025 bracht IMS de auto naar een Mercedes-dealer (Van Mossel) voor verdere reparaties. Daarbij kwamen nieuwe gebreken aan het licht, zoals een doorgebrande zekering en een kapotte dynamo. IMS liet het schadebedrijf hiervan niet eens weten en gaf het schadebedrijf ook geen kans om deze gebreken zelf te herstellen. Omdat IMS helemaal niet heeft geklaagd over deze gebreken bij het schadebedrijf, kan zij de kosten van Van Mossel (€ 7.047,34) niet op het schadebedrijf verhalen.
Wat besliste de rechter?
De rechter veroordeelde IMS tot betaling van € 24.632,00 aan het schadebedrijf, plus de wettelijke handelsrente vanaf de dag van de dagvaarding. Alle tegenvorderingen van IMS werden afgewezen. Ook moest IMS de proceskosten betalen, in totaal € 3.209,40.