Wat gebeurde er bij de aanrijding met cocaïne op de A10 in 2023?
Op maandag 8 mei 2023 vond er een botsing plaats op de A10. Een mevrouw reed in de Volkswagen Polo van haar dochter en wilde vanaf een invoegstrook de snelweg oprijden. Het verkeer stond stil of reed stapvoets. Tijdens deze manoeuvre werd haar auto aan de linkerkant geraakt door een vrachtwagen die op de rechterrijstrook reed. Na de aanrijding bleek dat de vrachtwagenchauffeur, de heer [bestuurder], onder invloed was van cocaïne. Uit een bloedtest bleek dat hij 210 microgram cocaïne per liter bloed had, terwijl 50 microgram is toegestaan.
De eigenaresse van de Volkswagen Polo en haar moeder stelden de verzekeraar van de vrachtwagen, TVM Verzekeringen N.V., aansprakelijk voor de schade. Ze vonden dat de vrachtwagenchauffeur onrechtmatig handelde door onder invloed te rijden en eisten vergoeding van materiële schade aan de auto en immateriële schade (smartengeld) voor de verwondingen van de bestuurster.
Wat is de ‘omkeringsregel’ en hoe past die hier?
Een belangrijk punt in deze zaak is de zogenaamde ‘omkeringsregel’. Deze regel komt erop neer dat als iemand een verkeersregel overtreedt die bedoeld is om ongelukken te voorkomen (zoals rijden onder invloed), en er vervolgens een ongeluk gebeurt dat past bij het risico dat die regel moest voorkomen, er in principe een verband is tussen de overtreding en het ongeluk. Het is dan aan de tegenpartij (de vrachtwagenverzekeraar in dit geval) om aan te tonen dat het ongeluk óók zou zijn gebeurd als de chauffeur niet onder invloed was geweest.
De rechter oordeelde dat de vrachtwagenchauffeur de wet (artikel 8 Wegenverkeerswet) had overtreden door met te veel cocaïne in zijn bloed te rijden. Dit creëerde een gevaar dat zich met de aanrijding verwezenlijkte. TVM probeerde aan te tonen dat de cocaïne geen rol speelde, omdat het al twee dagen eerder gebruikt zou zijn en doorgaans de reactiesnelheid niet zou beïnvloeden. De rechter ging hier niet in mee. Het maakt niet uit wanneer de cocaïne is gebruikt, zolang de wettelijk toegestane limiet is overschreden. Daarom werd vastgesteld dat het ongeluk mede is veroorzaakt doordat de chauffeur onder invloed was.
Was er sprake van eigen schuld van de bestuurster van de Volkswagen Polo?
De verzekeraar van de vrachtwagen voerde aan dat de bestuurster van de Volkswagen Polo ook schuld had aan de aanrijding. Zij zou op een gevaarlijke manier hebben ingevoegd, zonder voldoende ruimte en zonder zich ervan te vergewissen dat de vrachtwagenchauffeur haar had opgemerkt. De wet (artikel 54 RVV) zegt dat bestuurders die een ‘bijzondere manoeuvre’ uitvoeren, zoals invoegen, het overige verkeer voor moeten laten gaan.
De rechter constateerde op basis van het schaderapport dat de linkerkant van de Volkswagen Polo was geraakt door de rechtervoorkant van de vrachtwagen. Dit betekent dat de bestuurster haar invoegmanoeuvre niet had kunnen afronden voordat ze werd geraakt. Hiermee had ze de vrachtwagen geen voorrang verleend en dus artikel 54 RVV overtreden. De rechter oordeelde daarom dat de bestuurster voor 30% eigen schuld had aan het ontstaan van de schade. De meer informatie over dit onderwerp vindt u op onze website.
De uiteindelijke beslissing in 2024
De kantonrechter besloot dat de verzekeraar van de vrachtwagen voor 70% aansprakelijk is voor de schade, vanwege het rijden onder invloed van de chauffeur. De overige 30% van de schade komt voor rekening van de bestuurster van de Volkswagen Polo, vanwege haar eigen schuld bij het invoegen.
- De schade aan de auto, vastgesteld op € 3.997,10, wordt voor 70% vergoed, wat neerkomt op € 2.797,97.
- Het smartengeld voor de bestuurster, dat de rechter redelijk achtte op € 400 voor de kneuzingen, wordt voor 70% vergoed, dus € 280. De extra geclaimde mentale schade (angst voor vrachtwagens) werd afgewezen omdat dit onvoldoende onderbouwd was met medische stukken.
- Ook de buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen.
Dit betekent dat de bestuurster en eigenaresse van de Volkswagen Polo een aanzienlijk deel van hun schade vergoed krijgen, maar wel rekening moeten houden met een deel eigen schuld.