Geen voorschot letselschade ongeval 2025 voor moeder en zoon
Na een verkeersongeval in 2023 kregen een moeder en haar minderjarige zoon geen of nauwelijks een voorschot voor de door hen geclaimde letselschade. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde in mei 2025 dat de blijvende klachten en de hoogte van de schade onvoldoende waren bewezen. Dit betekent dat de verzekeraar, die aansprakelijkheid voor het ongeval wel erkende, geen extra geld hoeft te betalen voordat de totale schade is vastgesteld. Dit laat zien hoe belangrijk een goede onderbouwing van uw klachten en schade is.
Wat is er gebeurd?
Op 4 juni 2023 raakten een moeder en haar vier kinderen, waaronder de zoon, betrokken bij een kop-staartbotsing. De moeder remde voor een oversteekplaats en een andere auto reed van achteren in. De verzekeraar van de aanrijder erkende de aansprakelijkheid voor het ongeval. De moeder en de zoon stelden beiden letsel te hebben opgelopen en veel schade te lijden. Ze vroegen de rechter in een ‘deelgeschilprocedure’ om een voorschot op hun uiteindelijke schadevergoeding, zodat ze niet hoefden te wachten op de afronding van de hele zaak.
Waarom kreeg de moeder geen voorschot?
De moeder stelde dat ze door het ongeval een whiplash, hersenschudding en chronische pijn had opgelopen, met klachten als hoofdpijn, nekpijn en concentratieproblemen. De verzekeraar had haar al €3.750 betaald voor tijdelijke klachten, maar weigerde meer te betalen. De rechtbank gaf de verzekeraar gelijk en wees het verzoek van de moeder om een aanvullend voorschot van €20.000 af. Dit kwam vooral omdat de moeder niet goed genoeg kon aantonen dat haar klachten blijvend waren en dat deze direct door het ongeval kwamen. Er was geen onafhankelijk medisch onderzoek gedaan. Ook haar schadebedragen voor huishoudelijke hulp en verlies van inkomen waren niet goed onderbouwd, mede doordat ze al een WIA-uitkering ontving en eerder andere klachten had.
Waarom kreeg de zoon slechts een klein voorschot?
Ook de zoon stelde een whiplash en psychische klachten te hebben en vroeg een voorschot van €8.500. Hoewel de rechtbank oordeelde dat de verzekeraar ten onrechte niet van tijdelijke klachten uitging direct na het ongeval, werd de rest van zijn claim afgewezen. Net als bij zijn moeder ontbrak er voldoende bewijs dat zijn klachten blijvend waren en door het ongeval kwamen. Bovendien waren er aanwijzingen voor gedragsproblemen vóór het ongeval, wat het verband met de huidige klachten verder bemoeilijkte. De rechtbank kende de zoon uiteindelijk slechts €250 smartengeld toe als voorschot voor zijn tijdelijke klachten.
Kosten van de procedure
De kosten voor de juridische procedure (deelgeschil) moeten normaal gesproken door de aansprakelijke partij (de verzekeraar) worden betaald, als deze redelijk zijn. Voor de moeder werden de kosten niet vergoed, omdat de rechtbank vond dat de procedure ‘volstrekt onnodig of onterecht’ was gestart zonder onafhankelijk medisch bewijs. Voor de zoon werden de kosten wel vergoed, maar sterk gematigd. Van de gevraagde 14,5 uur werd slechts 10 uur redelijk geacht, wat resulteerde in een vergoeding van €4.192,70 in plaats van de gevraagde €4.158,17 (inclusief griffierecht).
Belang voor consumenten
Deze uitspraak benadrukt hoe belangrijk het is om na een ongeval niet alleen klachten te melden, maar deze ook goed te laten vastleggen door artsen en, indien nodig, via een onafhankelijk medisch onderzoek. Zeker als klachten langer aanhouden, is gedegen medische documentatie en een duidelijk causaal verband (oorzakelijk verband) tussen het ongeval en de klachten essentieel voor een succesvolle claim. Ook moeten de geclaimde schadeposten, zoals verlies van inkomen of behoefte aan huishoudelijke hulp, nauwkeurig en concreet worden onderbouwd. Voor meer informatie over dit onderwerp, kunt u terecht op onze pagina over letselschade en ongevallen.