Geen voorschot letselschade voor slachtoffer scooterongeval
In 2025 heeft de rechter in Amsterdam een verzoek om een voorschot op letselschade afgewezen. Het ging om een zaak van [eiser], die in 2022 betrokken raakte bij een scooterongeval. Hoewel verzekeraar Achmea deels aansprakelijkheid erkende, vond de rechter dat de schade en het verband met het ongeval onvoldoende waren bewezen, vooral met het oog op de geconstateerde schildklierproblemen van [eiser]. Dit betekent dat het gevraagde voorschot letselschade Achmea schildklier 2025 niet is toegekend.
Wat is er precies gebeurd?
Op 23 september 2022, toen [eiser] 17 jaar was, kreeg hij een verkeersongeval. Hij reed op zijn scooter en een fietser gaf hem geen voorrang. De fietser was verzekerd bij Achmea. Achmea erkende voor twee derde deel de aansprakelijkheid. Dit komt omdat [eiser] zelf te hard reed (30 km/u waar 15 km/u was geadviseerd) en als bestuurder van een gemotoriseerd voertuig meer rekening moet houden met ongemotoriseerde verkeersdeelnemers.
De klachten en de twijfel van de rechter
[eiser] stelde dat hij door het ongeval chronische klachten heeft aan zijn polsen, nek, handen, elleboog en enkel. Ook zou hij psychische klachten hebben ontwikkeld, waardoor hij niet meer kon studeren, werken of sporten. Hij claimde een totale schade van ruim € 70.000,-, waarvan hij een voorschot van € 32.000,- wilde ontvangen.
Echter, de medische informatie die [eiser] aanleverde was summier en dateerde voornamelijk uit 2022 en 2023. Voor de jaren 2024 en 2025 ontbraken medische gegevens volledig. Bovendien bleek uit een verslag van school dat [eiser] kampt met een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie), een aandoening die ook gewrichtsklachten kan veroorzaken. De rechter kon hierdoor niet uitsluiten dat (een deel van) de klachten van [eiser] voortkwamen uit deze schildklieraandoening en niet direct uit het ongeval.
Waarom kreeg [eiser] geen voorschot?
De rechter vond dat [eiser] onvoldoende bewijs had geleverd voor de schade die hij claimde en het verband met het ongeval. Achmea had al eerder materiële schade (voor helm, scooter, oortje en beenkleed) en € 750,- smartengeld betaald. De rechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de schade van [eiser] nu of in de komende maanden méér zou zijn dan wat Achmea al had vergoed. Daarom werd het verzoek om een voorschot afgewezen.
Hoe nu verder?
De rechter benadrukte dat [eiser] zijn schade en het verband met het ongeval beter moet onderbouwen met objectieve stukken. Denk hierbij aan verklaringen van artsen, werkgevers of leraren die zijn klachten en de gevolgen daarvan bevestigen. Zonder deze bewijzen kan de rechter niet beoordelen of hij recht heeft op verdere schadevergoeding. Meer informatie over letselschade en ongevallen kunt u vinden op onze pagina over letselschade na ongevallen.