In een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, gedateerd 26 maart 2026, is een aanvullend voorschot op schadevergoeding toegewezen aan een jonge vrouw die in 2010 een zeer ernstig verkeersongeval opliep. De rechtbank boog zich over de hoogte van het Smartengeld hersenletsel oogletsel 2026 en andere schade. De vrouw liep hierbij blijvend letsel op aan haar hersenen en ogen, en de rechtbank moest bepalen of de verzekeraar meer moest betalen dan de reeds verstrekte voorschotten.
Dit soort zaken wordt behandeld via een ‘deelgeschilprocedure’. Dit is een speciale procedure waarmee je de rechter kunt vragen om een beslissing te nemen over een specifiek onderdeel van een letselschadezaak. Het doel hiervan is om de onderhandelingen tussen het slachtoffer en de verzekeraar weer vlot te trekken en uiteindelijk tot een complete schadevergoeding te komen. In deze zaak ging het om de vraag of de verzekeraar, HDI, een extra voorschot moest betalen bovenop de al uitgekeerde €256.000.
Het dramatische ongeval en het blijvende letsel
Op 1 oktober 2010, toen ze nog maar acht jaar oud was, raakte de verzoekster betrokken bij een vreselijk verkeersongeval. De auto waarin zij zat, werd van achteren aangereden door een vrachtwagen en raakte klem tussen twee vrachtwagens. Ze was de enige overlevende van de vijf inzittenden en liep zeer ernstige verwondingen op. Denk aan schedel- en aangezichtsfracturen, een hersenkneuzing, een gekneusde long en een sterk verminderd gezichtsvermogen aan haar rechteroog. Jarenlange behandelingen en revalidatie volgden. Hoewel ze in 2022 een MBO-dansopleiding wist af te ronden, kon ze daarna door haar klachten geen betaald werk vinden. Ze heeft nog steeds last van traumatisch schedel-/hersenletsel, geheugen- en concentratieproblemen en visusklachten. De verzekeraar HDI heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend, wat betekent dat ze in principe alle schade moeten vergoeden.
Zo wordt Smartengeld hersenletsel oogletsel 2026 berekend
Een belangrijk deel van de discussie ging over het smartengeld. Smartengeld is een vergoeding voor het leed, de pijn en het verlies aan levensvreugde na een ongeval. Het wordt vastgesteld op basis van de specifieke omstandigheden van het geval, zoals de aard en ernst van het letsel en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Bij hersenletsel wordt vaak de ‘Rotterdamse Schaal’ gebruikt als richtlijn. De verzoekster had al €50.000 aan smartengeld ontvangen en vroeg om nog eens €50.000 extra.
De rechtbank erkende dat de uiteindelijke hoogte van het smartengeld nog niet definitief vast te stellen was, omdat er nog expertises moesten komen. Toch kon de rechter al wel een inschatting maken van een ‘minimaal’ te verwachten bedrag. Ze nam hierbij de jong leeftijd van het slachtoffer (8 jaar ten tijde van het ongeval), de ernst van het letsel (coma, hersenoperatie, langdurige opname, revalidatie, meerdere vervolgoperaties), en de blijvende gevolgen (hoofdpijn, concentratieproblemen, vermoeidheid, littekens, carrièreverlies als danseres) mee.
Daarnaast wees de rechtbank op de ‘LOVCK-aanbevelingen’, die sinds 1 januari 2026 worden gebruikt. Deze aanbevelingen zeggen dat bij ‘meervoudig letsel’ (zoals in dit geval hersenletsel én oogletsel) het zwaarste letsel volledig meetelt en het op één na zwaarste letsel voor 50% meetelt. Omdat de verzoekster door het ongeval het zicht aan één oog heeft verloren (een schadepost van €34.000 tot €37.000), moest dit letsel ook voor de helft worden meegenomen in de berekening. Gezien al deze factoren oordeelde de rechtbank dat een totaal smartengeldbedrag van €100.000 (dus nog €50.000 extra) zeker niet te hoog was als voorschot.
Andere schadevergoedingen: inkomensverlies, zorgkosten en medische kosten
Naast smartengeld ging de zaak ook over andere belangrijke schadeposten:
- Verlies van verdienvermogen: Dit gaat om het inkomen dat de verzoekster zou hebben verdiend als het ongeval niet was gebeurd. De rechtbank stelde vast dat zij in de periode van september 2022 tot januari 2026 geen inkomen had, terwijl zij een MBO-diploma had. De rechter nam een MBO-startsalaris als uitgangspunt en kwam uit op een minimaal inkomensverlies van €35.633,83 voor de periode 1 september 2022 tot 14 december 2023, en €25.765,00 voor de periode 14 december 2023 tot 1 januari 2026.
- Zorgschade (mantelzorg): De verzoekster heeft veel mantelzorg en begeleiding van haar ouders ontvangen. De rechtbank achtte aannemelijk dat er over de periode van september 2022 tot december 2025 structureel 12 uur mantelzorg per week nodig was. Hoewel de verzoekster €15 per uur vroeg, ging de rechter uit van €10 per uur (een bedrag dat eerder al was gehanteerd). Dit kwam neer op een schade van €20.280,00 voor deze periode.
- Medische kosten: De rechtbank wees het eigen risico van de zorgverzekering over 2022 en 2023 toe, een bedrag van €723,02.
- Afwijzing overige kosten: Verzochte vergoedingen voor vervoerskosten en opgenomen vakantiedagen van de ouders werden afgewezen, omdat ze onvoldoende waren gespecificeerd en onderbouwd.
De uiteindelijke beslissing
De rechtbank stelde vast dat de totale, minimaal vastgestelde schade van de verzoekster tot en met 2025 €319.263,90 bedroeg. Omdat HDI al €256.000 aan voorschotten had betaald, bleef er een bedrag van €63.263,90 openstaan. Dit aanvullende voorschot moet door HDI binnen twee weken na de uitspraak aan de verzoekster worden betaald.
De rechtbank verklaarde het verzoek tegen Dekra (de Nederlandse vertegenwoordiger van HDI) niet-ontvankelijk, omdat Dekra niet de aansprakelijke partij of verzekeraar is. Ook veroordeelde de rechtbank HDI tot het betalen van de kosten van de deelgeschilprocedure, namelijk €5.965,30 (inclusief btw) plus €90,00 griffierecht.
Na een ongeval is het belangrijk om te weten wat uw rechten zijn. Meer informatie over dit onderwerp vindt u op onze pagina over letselschade en ongevallen.