Schietincident in IJmuiden en de aanvraag bij het Schadefonds
Stel je voor: je bent betrokken bij een schietpartij. Gelukkig raak je niet gewond, maar de angst en de gebeurtenis zelf veroorzaken wel psychische klachten. Dit overkwam een man uit IJmuiden in 2019. Hij reed op een scooter toen vanuit een rijdende auto meerdere keren op hem en zijn bijrijder werd geschoten. De scooter raakte twee keer de kogels, maar de man en zijn bijrijder bleven fysiek ongedeerd. Omdat hij psychisch letsel opliep, vroeg hij een uitkering aan bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Echter, het Schadefonds wees zijn aanvraag af. De reden? De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) oordeelde dat de man zelf een ‘eigen aandeel’ had in de aanleiding van het geweldsmisdrijf. Volgens de CSG had hij zich bewust in een situatie begeven – het criminele drugsmilieu – waarin hij kon en moest verwachten dat geweld tegen hem zou worden gebruikt. Ook al werd de dader door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor poging tot doodslag en kreeg hij een gevangenisstraf van zes jaar, toch zag het Schadefonds geen reden voor een uitkering.
Waarom het ‘eigen aandeel’ van belang is voor een uitkering
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er om slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven financieel te ondersteunen. Het is een uiting van maatschappelijke solidariteit, gefinancierd met belastinggeld. Maar die solidariteit heeft grenzen. De Wet schadefonds geweldsmisdrijven bepaalt dat een uitkering kan worden geweigerd of verlaagd als het slachtoffer zelf een aandeel had in het ontstaan van de schade. Dit wordt het ‘eigen aandeel’ genoemd.
De CSG keek naar de omstandigheden van het schietincident. Er waren aanwijzingen in het strafdossier, zoals verklaringen en tapgesprekken, die erop wezen dat het schietincident te maken had met drugscriminaliteit. Het viel de CSG ook op dat de man alleen aangifte deed van vernieling van zijn scooter, en niet van de poging tot doodslag. Ook beriep hij zich op zijn zwijgrecht tijdens het strafrechtelijk onderzoek, waardoor hij geen duidelijkheid gaf over de situatie. Voor de CSG waren dit voldoende redenen om aan te nemen dat hij zich in het drugsmilieu begaf en dat het geweld daarvan een direct gevolg was.
De weg naar de Raad van State en de definitieve afwijzing in 2024
De man ging in bezwaar tegen de beslissing van het Schadefonds, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stapte hij naar de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank oordeelde weliswaar dat het Schadefonds een fout had gemaakt door hem niet eerst te horen over het volledige strafdossier (een schending van de ‘hoorplicht’), maar besloot de uiteindelijke afwijzing van de uitkering toch in stand te laten. De rechtbank vond, net als de CSG, dat het ‘eigen aandeel’ voldoende aannemelijk was gemaakt.
De man liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde aan dat het Schadefonds niet aan waarheidsvinding mag doen, dat er geen bewijs was van zijn betrokkenheid bij het drugsmilieu, en dat de weigering onevenredig was. De Raad van State volgde zijn argumenten echter niet. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank op 3 juli 2024. De rechters vonden dat het Schadefonds voldoende aannemelijk had gemaakt dat de man zich in het criminele drugsmilieu begaf en dat het geweld daarvan een gevolg was. Omdat maatschappelijke solidariteit niet passend is in zo’n geval, mocht het Schadefonds de aanvraag volledig afwijzen.
Deze uitspraak benadrukt dat het Schadefonds kritisch kijkt naar de omstandigheden van een geweldsmisdrijf, en dat een ‘eigen aandeel’ – met name door betrokkenheid bij het criminele milieu – kan leiden tot het volledig weigeren van een uitkering, zelfs bij ernstig geweld. Meer informatie over dit onderwerp vindt u op onze pagina over schadevergoeding en aansprakelijkheid.