Wat is er gebeurd? Een fietser aangereden in 2019
In april 2019 vond er een verkeersongeval plaats waarbij een fietser ernstig letsel opliep door een aanrijding met een auto. De zorgverzekeraar van de fietser, Menzis, heeft de medische kosten van het slachtoffer vergoed. Vervolgens wilde Menzis deze kosten terugvragen van de aansprakelijke partij en diens verzekeraar, Achmea. Dit wordt ook wel ‘regres’ genoemd. Het bijzondere aan deze zaak is dat Achmea en de fietser onderling al hadden afgesproken dat de fietser 75% van haar schade vergoed zou krijgen. Menzis vond dat zij, als zorgverzekeraar die in de rechten van de fietser was getreden (subrogatie), ook recht had op 75% van de vergoeding voor de medische kosten. Achmea en de autobestuurder (verweerder 2) waren het hier niet mee eens en stelden dat Menzis slechts recht had op 50%. De Procureur-Generaal (een adviseur van de Hoge Raad) heeft hierover in 2025 een conclusie uitgebracht over de kwestie van regres zorgverzekeraar fietser 2025.
De 50%-regel en 100%-regel: bescherming voor zwakke verkeersdeelnemers
In Nederland kennen we speciale regels voor verkeersongevallen waarbij een gemotoriseerd voertuig (zoals een auto) en een ongemotoriseerde deelnemer (zoals een fietser of voetganger) betrokken zijn. Deze regels zijn er om de kwetsbare verkeersdeelnemers te beschermen.
Voor kinderen jonger dan 14 jaar geldt de zogenaamde ‘100%-regel’. Dit betekent dat zij bij een ongeval vrijwel altijd hun volledige schade vergoed krijgen, tenzij er sprake is van opzet of ‘aan opzet grenzende roekeloosheid’.
Voor fietsers en voetgangers van 14 jaar en ouder geldt de ‘50%-regel’. Hierbij krijgt het slachtoffer in ieder geval 50% van de schade vergoed, zelfs als hij of zij (mede) schuld heeft aan het ongeval. Een hogere vergoeding dan 50% is mogelijk als de omstandigheden van het geval, zoals de ernst van de fouten of de kwetsbaarheid van het slachtoffer, daartoe aanleiding geven.
Waarom zorgverzekeraars minder krijgen bij regres
Een belangrijk punt in deze zaak is dat de beschermende 50%- en 100%-regels niet gelden voor gesubrogeerde verzekeraars, zoals Menzis. De Hoge Raad heeft hierover eerder geoordeeld dat deze regels er zijn om het persoonlijke belang van het verkeersslachtoffer te beschermen. Bij regres door een verzekeraar is de schade van het slachtoffer al vergoed, en spelen deze persoonlijke belangen niet meer op dezelfde manier een rol. Verzekeraars worden geacht zelf afspraken te kunnen maken over regres, bijvoorbeeld via convenanten.
Voor zorgverzekeraars betekent dit dat de rechter bij hun regresvordering de schade op een ‘gewone’ manier verdeelt. Eerst wordt gekeken naar de mate waarin ieders gedrag heeft bijgedragen aan de schade (de causale verdeling). Daarna kan een ‘billijkheidscorrectie’ worden toegepast. Deze correctie is in regreszaken echter vaak beperkt van omvang, in tegenstelling tot de ruimere correcties die voor het slachtoffer zelf gelden.
De beslissing van het hof en de conclusie van de P-G over regres zorgverzekeraar fietser 2025
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de claim van Menzis beoordeeld. Het hof nam als uitgangspunt dat het gedrag van de fietser voor 75% heeft bijgedragen aan het ongeval, en dat van de autobestuurder voor 25%. Dit is de causale verdeling. Op basis hiervan zou Menzis recht hebben op 25%. Echter, rekening houdend met de kwetsbaarheid van de fietser en het ernstige letsel, vond het hof een beperkte billijkheidscorrectie op zijn plaats, waardoor het schadevergoedingspercentage voor Menzis werd verhoogd van 25% naar 50%. De conclusie van de Procureur-Generaal (P-G) ondersteunt dit oordeel. De P-G concludeert dat de Hoge Raad het cassatieberoep van Menzis moet afwijzen. Dit betekent dat zorgverzekeraars, ondanks dat het slachtoffer zelf een hogere vergoeding kan ontvangen, bij regres aan de hand van een zelfstandige beoordeling vaak op een lager percentage uitkomen. Dit onderstreept het verschil in beoordeling tussen het slachtoffer en de regresnemende verzekeraar.