Wat is er gebeurd? De letselschadeclaim verkeersongeval 2017
Op 3 januari 2017 raakte [eiser], die als taxichauffeur werkte, betrokken bij een verkeersongeval. Zijn auto werd van achteren aangereden. De verzekeraar van de tegenpartij, ASR, erkende direct aansprakelijkheid voor het ongeval. Dit betekent dat ASR in principe bereid was om de schade te vergoeden die direct door het ongeval was ontstaan. Maar de discussie ging over de omvang van die schade.
Waarom de rechtbank de schadevergoeding grotendeels afwees
[eiser] stelde dat hij door het ongeval langdurig last had van nek-, hoofd- en rugpijn, evenals psychische klachten. Hierdoor zou hij niet meer volledig kunnen werken, liep hij studievertraging op en had hij hulp in de huishouding nodig. Hij eiste daarom een enorme schadevergoeding van maar liefst €382.854,02, plus nog eens zo’n €19.000 aan advocaatkosten en €10.000 voor extra leed door de manier waarop de zaak werd behandeld (secundaire victimisatie).
ASR betwistte echter dat de klachten zo lang duurden en tot zulke grote schade leidden. Volgens ASR was er te weinig objectief medisch bewijs dat de klachten langer dan enkele maanden aanhielden en door het ongeval waren veroorzaakt. De rechtbank gaf ASR hierin grotendeels gelijk. De rechter vond dat [eiser] zijn bewering dat hij langer dan enkele maanden klachten had en daardoor beperkt was, onvoldoende had onderbouwd. Zelfs een medisch adviseur die [eiser] zelf had ingeschakeld, kon anderhalf jaar na het ongeval niet met zekerheid zeggen of de klachten direct door het ongeval kwamen. [eiser] had ook geen recente medische informatie of andere bewijzen ingediend die zijn langdurige klachten konden staven, ondanks herhaalde gelegenheden.
Zonder duidelijke medische bewijzen was het ook moeilijk om de gevorderde financiële schade, zoals verlies van inkomen of studievertraging, te onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de gemaakte berekeningen voor deze schadeposten te beperkt of onduidelijk waren.
Wat betekent dit voor toekomstige letselschadeclaims?
Deze zaak benadrukt hoe belangrijk het is om een letselschadeclaim goed te onderbouwen. Het is niet genoeg om te zeggen dat je klachten hebt; je moet ook objectief bewijs leveren, vooral als klachten lang aanhouden. Denk hierbij aan gedetailleerde medische dossiers, bewijzen van gemaakte kosten en een heldere uitleg van hoe de klachten uw leven en werk beïnvloeden. De rechtbank passeerde zelfs een aanbod voor een medisch deskundigenbericht, omdat de basis voor de vordering al niet sterk genoeg was.
Lees meer over dit onderwerp op onze pagina over letselschade en ongevallen.
Alleen een deel advocaatkosten vergoed
Hoewel [eiser] het grootste deel van zijn schadeclaim zag afgewezen, kreeg hij wel een deel van zijn buitengerechtelijke kosten (kosten gemaakt vóór de rechtszaak, zoals advocaatkosten) vergoed. De rechtbank vond dat ASR de zaak niet altijd even snel en netjes had afgehandeld, bijvoorbeeld door het wisselen van dossierbehandelaars en het niet reageren op verzoeken. Daarom oordeelde de rechtbank dat ASR een bedrag van €5.488,65 moest betalen voor de advocaatkosten van [eiser], al werd het door hem gevorderde uurtarief wel gematigd. De vordering voor ‘secundaire victimisatie’ werd echter afgewezen, omdat ook dit onvoldoende was onderbouwd met concrete bewijzen van extra leed.