Geen uitkering uit Schadefonds Geweldsmisdrijven na auto conflict in 2024
In deze zaak gaat het over de heer [appellant] die op 26 maart 2020 stelt slachtoffer te zijn geworden van een geweldsmisdrijf. Dit zou gebeurd zijn na een ruzie over de verkoop van een auto. Hij liep daarbij lichamelijk letsel en psychische klachten op en moest zelfs in het ziekenhuis worden opgenomen. De heer [appellant] wilde hiervoor een uitkering ontvangen uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Waarom kreeg de heer [appellant] geen uitkering?
De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees zijn aanvraag af. De reden hiervoor was dat er niet genoeg bewijs was om aan te nemen dat hij slachtoffer was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Hoewel de heer [appellant] aangifte deed, is deze aangifte later geseponeerd (terzijde gelegd) omdat er te weinig bewijs was. Ook zijn klacht tegen dit besluit van het Openbaar Ministerie is afgewezen.
De rechtbank en later ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaven de CSG gelijk. Ze vonden dat de heer [appellant] niet met ‘objectieve aanwijzingen’ kon bewijzen dat hij echt slachtoffer was van een geweldsmisdrijf. Een eigen verklaring, zelfs met medische gegevens over zijn letsel, is niet voldoende. Er waren geen onafhankelijke getuigen en de verklaringen die er waren, waren tegenstrijdig.
Wat betekent dit voor consumenten?
Deze uitspraak benadrukt hoe belangrijk het is om voldoende objectief bewijs te hebben als je aanspraak wilt maken op een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Een aangifte en medische verklaringen zijn belangrijk, maar er is meer nodig om de oorzaak en toedracht van het geweld aannemelijk te maken, vooral als er tegenstrijdige verklaringen zijn. Voor meer informatie over dit onderwerp, kunt u onze andere artikelen lezen.