Vrachtwagen aanrijding cocaïne A10 in 2024: De zaak
Op 8 mei 2023 vond er een aanrijding plaats op de A10 waarbij een Volkswagen Polo en een vrachtwagen betrokken waren. De bestuurster van de Polo, mevrouw [eiseres 1], probeerde in te voegen op de snelweg. Helaas raakte haar auto de vrachtwagen. Wat deze zaak extra bijzonder maakt, is dat de vrachtwagenchauffeur, de heer [bestuurder], onder invloed van cocaïne bleek te zijn. Dit ongeval leidde tot een rechtszaak tegen TVM Verzekeringen, de verzekeraar van de vrachtwagen, waarin in december 2024 uitspraak werd gedaan.
Wat gebeurde er precies?
Mevrouw [eiseres 1] reed in de Volkswagen Polo van haar dochter en voegde in op de A10 vanuit de S112. Het verkeer stond stapvoets stil, ook op de invoegstrook. Tijdens haar invoegmanoeuvre raakte de zijkant van haar auto de voorkant van de vrachtwagen. Achteraf bleek uit een bloedtest dat de vrachtwagenchauffeur ruim vier keer de toegestane hoeveelheid cocaïne in zijn bloed had (210 microgram per liter bloed, waar 50 microgram is toegestaan). De politie kwam direct ter plaatse en de chauffeur werd aangehouden. Mevrouw [eiseres 1] liep kneuzingen op aan nek, rug en rechterzijde van haar lichaam.
De eis: Verzekeraar TVM aansprakelijk?
De bestuurster van de Polo en haar dochter (de eigenaresse van de auto) stelden TVM Verzekeringen aansprakelijk voor alle schade. Ze voerden aan dat de vrachtwagenchauffeur onrechtmatig handelde door onder invloed van drugs te rijden, wat verboden is volgens artikel 8 van de Wegenverkeerswet. Door dit gevaarlijke gedrag, zo stelden zij, moest er een direct verband zijn tussen het drugsgebruik en het ongeluk. Ze eisten vergoeding van materiële schade aan de auto (€ 3.997,10) en immateriële schade (smartengeld) voor mevrouw [eiseres 1] (€ 875) vanwege haar verwondingen en opgelopen rijangst.
Lees hier meer informatie over dit onderwerp.
De verdediging van TVM
TVM Verzekeringen betwistte de aansprakelijkheid. Zij stelden dat het drugsgebruik van de chauffeur geen rol speelde bij het ongeval, omdat hij cocaïne al twee dagen eerder zou hebben gebruikt en alert was. Volgens TVM was het ongeval juist de schuld van mevrouw [eiseres 1], omdat zij op een gevaarlijke manier invoegde, zonder voldoende ruimte en zonder voorrang te verlenen aan de vrachtwagen, wat in strijd is met artikel 54 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV). Zij eisten daarom dat de schade grotendeels voor rekening van mevrouw [eiseres 1] zou blijven.
Het oordeel van de rechter: Aansprakelijkheid en Eigen Schuld
De rechter stelde vast dat de vrachtwagenchauffeur inderdaad onder invloed was van een te hoge concentratie cocaïne, wat een overtreding is van artikel 8 WVW. Omdat deze norm bedoeld is om verkeersongevallen te voorkomen, werd de “omkeringsregel” toegepast. Dit betekent dat in principe wordt aangenomen dat er een verband is tussen het drugsgebruik en het ongeval, tenzij TVM kon bewijzen dat het ongeval ook zonder drugsgebruik zou hebben plaatsgevonden. TVM slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De rechter oordeelde dus dat de vrachtwagenchauffeur (en daarmee TVM) aansprakelijk was. Echter, de rechter keek ook naar het gedrag van mevrouw [eiseres 1]. Zij had als invoegende partij de plicht om de vrachtwagen voorrang te verlenen (artikel 54 RVV). Omdat haar auto aan de zijkant werd geraakt, was de invoegmanoeuvre niet volledig afgerond. Dit betekende dat mevrouw [eiseres 1] ook deels schuld had aan het ongeval, een zogenaamde “eigen schuld”.
De kantonrechter verdeelde de aansprakelijkheid: 70% voor rekening van TVM en 30% voor rekening van mevrouw [eiseres 1] en haar dochter. De rechter nam hierbij in overweging dat de auto zich kort voorafgaand of tijdens het invoegen (mogelijk) in de dode hoek van [bestuurder] bevond, maar dat [bestuurder] als vrachtwagenchauffeur ter plekke en in de onderhavige verkeerssituatie met die mogelijkheid rekening moest houden.
De uiteindelijke schadevergoeding
De materiële schade aan de auto (€ 3.997,10) werd voor 70% vergoed, wat neerkomt op € 2.797,97. Voor de immateriële schade (smartengeld) werd een bedrag van € 400 als redelijk beschouwd voor de kneuzingen, waarvan 70% is toegewezen, dus € 280. De extra geclaimde schade voor rijangst werd afgewezen wegens onvoldoende medische onderbouwing. Ook de buitengerechtelijke incassokosten werden (deels) toegewezen.
Wat leert deze uitspraak ons?
Deze zaak benadrukt de ernstige gevolgen van rijden onder invloed van drugs. Het overtreed de wet en creëert een risico dat de rechter zwaar weegt bij de aansprakelijkheid. Tegelijkertijd laat het zien dat je als bestuurder altijd verantwoordelijk blijft voor je eigen rijgedrag, ook als de andere partij een fout maakt. Invoegen met voorrang is cruciaal om zelf geen ‘eigen schuld’ te krijgen.