Geen voorschot letselschade in 2025 bij onvoldoende bewijs
In een recente uitspraak van juli 2025 heeft de rechtbank Amsterdam een verzoek om een voorschot op letselschade afgewezen. Een jongeman, die in 2022 een scooterongeluk had, eiste extra schadevergoeding van verzekeraar Achmea. Hij gaf aan chronische klachten te hebben, maar kon deze onvoldoende onderbouwen met recente medische gegevens. De rechter oordeelde daarom dat de schade niet voldoende vaststond om een voorschot toe te kennen.
Wat was er precies gebeurd?
In september 2022, toen de jongeman 17 jaar oud was, kreeg hij een verkeersongeval. Hij reed op zijn scooter en een fietser, verzekerd bij Achmea, gaf hem geen voorrang. Wel reed de jongeman 30 km/u waar 15 km/u was geadviseerd. Achmea erkende in februari 2023 voor twee derde deel aansprakelijkheid. Dit betekent dat zij van mening waren dat de jongeman zelf voor een deel verantwoordelijk was voor het ontstaan of de gevolgen van het ongeval.
Achmea heeft na het ongeluk al een deel van de schade vergoed. Zo betaalden zij de materiële schade, zoals de scooter, helm en oortjes, en een deel van het gemiste inkomen. Ook werd er in oktober 2024 een bedrag van € 750,- als smartengeld uitgekeerd, waarna het dossier eenzijdig werd gesloten omdat er geen contact met de jongeman kon worden gelegd.
Waarom vroeg de jongeman om een voorschot?
De jongeman schakelde later een incassobureau in om zijn letselschadezaak te heropenen. Hij stelde dat hij door het ongeluk chronische pijnklachten heeft aan zijn polsen, nek, handen, elleboog en enkel. Ook beweerde hij psychische klachten te hebben ontwikkeld. Hierdoor zou hij niet meer kunnen studeren, werken of sporten en was hij lange tijd afhankelijk van de zorg van zijn moeder. Hij schatte zijn totale schade op € 70.470,- en vroeg om een voorschot van € 32.000,-.
Waarom werd het voorschot letselschade afgewezen?
De rechter vond dat de jongeman zijn klachten en de link met het ongeluk niet goed genoeg had bewezen. De medische informatie die hij aanleverde was gedateerd (uit 2022 en 2023) en er ontbraken medische gegevens over de jaren 2024 en 2025. Zonder recente informatie kon de rechter niet met zekerheid vaststellen dat de jongeman op dit moment nog klachten had die direct het gevolg waren van het ongeluk.
Bovendien bleek uit de stukken dat de jongeman last had van een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie), een aandoening die ook gewrichtsklachten kan veroorzaken. De rechter kon daarom niet uitsluiten dat de pijnklachten (deels) hierdoor werden veroorzaakt, en niet (alleen) door het ongeval. Om een voorschot te krijgen, moet duidelijk zijn dat de schade (op dit moment of in de komende maanden) hoger is dan wat al is betaald.
De rechter adviseerde de jongeman om zijn schade en het verband met het ongeluk beter te onderbouwen. Dit kan door bijvoorbeeld recente medische stukken, verklaringen van artsen, werkgevers of leraren aan te leveren. Dit benadrukt het belang van goede documentatie bij letselschadezaken en ongevallen.
De uitkomst voor de jongeman
Omdat de schade niet voldoende aannemelijk was gemaakt, wees de rechter het verzoek om een voorschot af. De rechter besloot wel dat beide partijen hun eigen proceskosten moeten dragen, omdat er over en weer problemen waren met de communicatie.