In 2025 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant een belangrijke uitspraak gedaan over een schadefonds geweldsmisdrijf afgewezen 2025. Het ging om een man die in 2021 slachtoffer was geworden van een ernstige mishandeling, waarbij hij met een mes werd gestoken. Hij wilde hiervoor een uitkering krijgen uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Helaas werd zijn aanvraag afgewezen.
Wat is er precies gebeurd?
De man vroeg een uitkering aan omdat hij op 6 augustus 2021 in [plaats 2] zwaar mishandeld werd. Hij kreeg hierbij letsel door een messteek. Het Openbaar Ministerie heeft de strafzaak tegen de verdachte uiteindelijk gestopt (geseponeerd) vanwege te weinig bewijs. De man en zijn vriend die erbij was, hadden een andere verklaring dan de verdachte en getuigen, waardoor de precieze toedracht van het geweld onduidelijk bleef.
Waarom werd de uitkering afgewezen door het Schadefonds Geweldsmisdrijven in 2025?
De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven vond dat er te veel onduidelijkheid was over hoe het geweldsmisdrijf precies is ontstaan en wat de rol van de man daarin was. Volgens het Schadefonds is een uitkering bedoeld als een uiting van solidariteit van de samenleving aan slachtoffers die buiten hun eigen schuld slachtoffer zijn geworden van geweld. Als de omstandigheden onduidelijk zijn, is die solidariteit niet op zijn plaats. De verklaringen van de man en zijn vriend kwamen niet overeen met die van de verdachte en andere getuigen. Ook vond men dat er innerlijke tegenstrijdigheden zaten in de verklaringen van de man zelf. Hoewel de man beweerde dat hij beschuldigd werd van drugscriminaliteit, gaf de Commissie aan dat de aanvraag ook zonder die verdenking was afgewezen vanwege de onduidelijkheden.
Het oordeel van de rechter
De rechter gaf de Commissie gelijk. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om goed aannemelijk te maken dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk geweldsmisdrijf. Hierbij moet een duidelijk en logisch beeld van de gebeurtenissen en de aanleiding daarvoor naar voren komen. Omdat de verklaringen van de man niet consistent waren en niet overeenkwamen met die van andere betrokkenen, vond de rechtbank dat de Commissie in redelijkheid de aanvraag kon afwijzen. Het beroep van de man werd daarom ongegrond verklaard. Dit betekent dat de man geen uitkering krijgt uit het Schadefonds en ook zijn griffierecht en proceskosten niet vergoed krijgt. Voor meer informatie over dit onderwerp, zie onze pagina over schadevergoeding en aansprakelijkheid.