Schadefonds Geweldsmisdrijven

Schadefonds geweldsmisdrijven weigert uitkering na GHB-overlijden zoon in 2021

Een moeder vroeg een uitkering aan bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven nadat haar zoon overleed door een combinatie van drugs en alcohol. De aanvraag werd afgewezen omdat de dood van haar zoon niet door een opzettelijk geweldsmisdrijf kwam, zo oordeelde ook de strafrechter. De Raad van State bevestigde dit oordeel: zelfs nalatigheid is niet voldoende voor een uitkering uit dit fonds.

Uitkomst: Vordering koper afgewezen
Rechtbank

Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak

Datum uitspraak

16 juni 2021

Zaaknummer

202002940/1/A2

ECLI

ECLI:NL:RVS:2021:1283

Onderwerp

Uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven, opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, aansprakelijkheid

Wetsartikel

Artikel 3 en 4 Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg), artikel 307 Wetboek van Strafrecht

Samenvatting in gewone taal

Schadefonds Geweldsmisdrijven en het overlijden door GHB in 2021

In deze zaak uit 2021 ging een moeder in beroep omdat het Schadefonds Geweldsmisdrijven haar aanvraag voor een uitkering had afgewezen. Haar zoon was in 2016 overleden door een combinatie van alcohol, GHB en cocaïne. De moeder vond dat haar zoon geen natuurlijke dood was gestorven en dat hij nog had kunnen leven als hij op tijd medische hulp had gekregen. De strafrechter had de verdachte die bij de zoon was, vrijgesproken van schuld aan de dood. Dit speelde een belangrijke rol in de beslissing van het Schadefonds.

Wat is het Schadefonds Geweldsmisdrijven?

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er voor mensen die ernstig lichamelijk of geestelijk letsel hebben opgelopen door een opzettelijk geweldsmisdrijf in Nederland. Ook nabestaanden kunnen in aanmerking komen voor een uitkering als iemand door zo’n misdrijf is overleden. Het gaat erom dat het misdrijf aannemelijk wordt gemaakt, en het hoeft niet altijd bewezen te zijn zoals bij de strafrechter. Maar als de strafrechter al uitspraak heeft gedaan, neemt het Schadefonds dit vonnis mee in de beoordeling.

Waarom kreeg de moeder geen uitkering voor het overlijden door GHB?

De rechtbank en later ook de Raad van State, die de hoogste bestuursrechter is, waren het eens met het Schadefonds. De belangrijkste reden was dat er geen sprake was van een ‘opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf’, zoals de wet dat omschrijft. De strafrechter had de verdachte namelijk vrijgesproken. Deze verdachte werd niet schuldig bevonden aan de dood van de zoon door ‘aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig’ handelen. Ook was er geen bewijs dat de verdachte bewust was van het levensgevaar van de zoon.

De rechters keken naar het vonnis van de strafrechter. Daarin stond dat de verdachte niet had gehandeld met opzet om de dood van de zoon te veroorzaken of dat hij opzettelijk zwaar letsel had toegebracht. Zelfs als er sprake zou zijn van nalatigheid, is dat niet genoeg voor een uitkering uit het Schadefonds. De wet vraagt specifiek om een ‘opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf’. Dit betekent dat het fonds niet zomaar bij elke niet-natuurlijke dood kan uitkeren, maar alleen als er een duidelijke link is met een opzettelijk misdrijf. Wilt u meer informatie over schadevergoeding en aansprakelijkheid? Lees dan verder op onze website.

De uitspraak en de gevolgen

De Raad van State heeft geoordeeld dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven terecht de aanvraag van de moeder heeft afgewezen. Het hoger beroep van de moeder werd ongegrond verklaard. Dit benadrukt dat voor een uitkering uit dit fonds een ‘opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf’ cruciaal is. Het enkel overlijden door drugs en alcohol, zelfs met een element van nalatigheid, valt hier niet onder als er geen opzet in het spel is geweest volgens de strafrechter.

Wat speelde er in deze zaak?

3 april 2016

Zoon van appellante wordt dood aangetroffen in een auto.

4 juli 2019

Appellante dient een aanvraag in voor een uitkering bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

25 juli 2019

De strafrechter spreekt de oorspronkelijke verdachte vrij van schuld aan het overlijden van de zoon.

27 november 2019

De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wijst de aanvraag van appellante af.

19 december 2019

De CSG verklaart het bezwaar van appellante ongegrond.

4 mei 2020

De rechtbank Noord-Nederland verklaart het beroep van appellante ongegrond.

16 juni 2021

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.

Standpunt van de koper

De moeder (appellante) betoogt dat haar zoon geen natuurlijke dood stierf en wel had kunnen leven als hij op tijd medische hulp had gekregen. Zij meent dat de omstandigheden van zijn dood moeten tellen als een geweldsmisdrijf, waardoor ze recht heeft op een uitkering van het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Verweer van de verkoper

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) en de rechtbanken vinden dat er geen sprake was van een 'opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf', wat een wettelijke voorwaarde is voor een uitkering. De strafrechter heeft de verdachte vrijgesproken van zo'n misdrijf, wat een belangrijke overweging is voor het Schadefonds.

De centrale juridische vraag

Wanneer komt een nabestaande in aanmerking voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven als de strafrechter de verdachte van het overlijden heeft vrijgesproken?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is het Schadefonds Geweldsmisdrijven precies?

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is een organisatie die slachtoffers van geweldsmisdrijven, of hun nabestaanden, een financiële tegemoetkoming kan geven. Dit is een compensatie voor het leed en de schade die ze hebben opgelopen.

Wanneer kom ik in aanmerking voor een uitkering?

U komt in aanmerking als u slachtoffer bent van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf in Nederland, en daardoor ernstig lichamelijk of geestelijk letsel hebt opgelopen. Ook nabestaanden kunnen in aanmerking komen als iemand door zo'n misdrijf is overleden.

Is nalatigheid van een ander voldoende voor een uitkering uit het Schadefonds?

Nee, in de meeste gevallen niet. Volgens de wet moet er sprake zijn van een 'opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf'. Enkel nalatigheid van een ander, zonder dat er opzet in het spel was, is meestal niet voldoende om een uitkering te krijgen.

Wat gebeurt er als de strafrechter de verdachte vrijspreekt?

Als de strafrechter een verdachte vrijspreekt van een opzettelijk geweldsmisdrijf, neemt het Schadefonds Geweldsmisdrijven dit vonnis mee in de beoordeling van uw aanvraag. Het kan dan moeilijk zijn om aan te tonen dat er toch sprake was van een opzettelijk misdrijf, wat noodzakelijk is voor een uitkering.