Schadefonds Geweldsmisdrijven en het overlijden door GHB in 2021
In deze zaak uit 2021 ging een moeder in beroep omdat het Schadefonds Geweldsmisdrijven haar aanvraag voor een uitkering had afgewezen. Haar zoon was in 2016 overleden door een combinatie van alcohol, GHB en cocaïne. De moeder vond dat haar zoon geen natuurlijke dood was gestorven en dat hij nog had kunnen leven als hij op tijd medische hulp had gekregen. De strafrechter had de verdachte die bij de zoon was, vrijgesproken van schuld aan de dood. Dit speelde een belangrijke rol in de beslissing van het Schadefonds.
Wat is het Schadefonds Geweldsmisdrijven?
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er voor mensen die ernstig lichamelijk of geestelijk letsel hebben opgelopen door een opzettelijk geweldsmisdrijf in Nederland. Ook nabestaanden kunnen in aanmerking komen voor een uitkering als iemand door zo’n misdrijf is overleden. Het gaat erom dat het misdrijf aannemelijk wordt gemaakt, en het hoeft niet altijd bewezen te zijn zoals bij de strafrechter. Maar als de strafrechter al uitspraak heeft gedaan, neemt het Schadefonds dit vonnis mee in de beoordeling.
Waarom kreeg de moeder geen uitkering voor het overlijden door GHB?
De rechtbank en later ook de Raad van State, die de hoogste bestuursrechter is, waren het eens met het Schadefonds. De belangrijkste reden was dat er geen sprake was van een ‘opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf’, zoals de wet dat omschrijft. De strafrechter had de verdachte namelijk vrijgesproken. Deze verdachte werd niet schuldig bevonden aan de dood van de zoon door ‘aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig’ handelen. Ook was er geen bewijs dat de verdachte bewust was van het levensgevaar van de zoon.
De rechters keken naar het vonnis van de strafrechter. Daarin stond dat de verdachte niet had gehandeld met opzet om de dood van de zoon te veroorzaken of dat hij opzettelijk zwaar letsel had toegebracht. Zelfs als er sprake zou zijn van nalatigheid, is dat niet genoeg voor een uitkering uit het Schadefonds. De wet vraagt specifiek om een ‘opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf’. Dit betekent dat het fonds niet zomaar bij elke niet-natuurlijke dood kan uitkeren, maar alleen als er een duidelijke link is met een opzettelijk misdrijf. Wilt u meer informatie over schadevergoeding en aansprakelijkheid? Lees dan verder op onze website.
De uitspraak en de gevolgen
De Raad van State heeft geoordeeld dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven terecht de aanvraag van de moeder heeft afgewezen. Het hoger beroep van de moeder werd ongegrond verklaard. Dit benadrukt dat voor een uitkering uit dit fonds een ‘opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf’ cruciaal is. Het enkel overlijden door drugs en alcohol, zelfs met een element van nalatigheid, valt hier niet onder als er geen opzet in het spel is geweest volgens de strafrechter.