Letselschade door kop-staartbotsing na remmen voor eenden
Op 30 maart 2022 vond een opmerkelijke letselschade kop-staartbotsing eenden 2025 plaats buiten de bebouwde kom van Volkel. Een bestuurder, [eiser], remde plotseling voor overstekende eenden, waarna zijn auto van achteren werd aangereden door de auto van de heer [A]. De heer [A] was verzekerd bij Achmea. De grote vraag in deze zaak was wie de schuld had van het ongeval: degene die remde voor de eenden, of degene die erachterop reed? De rechtbank Oost-Brabant heeft hierover in juni 2025 een duidelijk oordeel gegeven: Achmea, de verzekeraar van de achterligger, is volledig aansprakelijk voor de letselschade die [eiser] heeft opgelopen. Dit is een belangrijke uitspraak voor iedereen die zich afvraagt hoe het zit met aansprakelijkheid bij onverwachte remacties in het verkeer. Lees hier meer informatie over letselschade bij ongevallen.
Wat is er precies gebeurd?
[eiser] reed op een 80 km-weg, waar op dat deel van de weg een adviessnelheid van 60 km/h gold. Hij reed zelf ook ongeveer 60 km/h. Toen hij iets voor zijn auto zag bewegen, trapte hij op de rem. Later bleek dat het om overstekende eenden ging. Zijn auto kwam volledig tot stilstand, maar kort daarna werd hij van achteren geraakt door de auto van [A]. [A] reed tot vlak voor de botsing 80 km/h, dus hij reed harder dan [eiser] en liep in op diens auto. [eiser] stelde dat [A] te weinig afstand hield en te hard reed. Achmea daarentegen vond dat [eiser] zelf de gevaarlijke situatie creëerde door een noodstop te maken die [A] niet hoefde te verwachten en dat er geen ‘verkeersnoodzaak’ was om te remmen voor eenden. Ze beweerden zelfs dat [eiser] voor 80% zelf schuldig was.
Het oordeel van de rechter over de letselschade kop-staartbotsing eenden 2025
De rechtbank stelt voorop dat bij een kop-staartbotsing de bewijslast rust op de bestuurder van de voorste auto. Het is dus niet zo dat de achterligger per definitie schuldig is. Echter, in dit geval oordeelde de rechtbank dat [A] (de achterligger) onvoldoende zorgvuldig aan het verkeer heeft deelgenomen. Waarom? Omdat hij te weinig afstand hield en te hard reed gezien de omstandigheden.
De rechtbank wees op een aantal belangrijke punten:
- Snelheidsverschil: [A] reed 80 km/h waar [eiser] 60 km/h reed, terwijl er een adviessnelheid van 60 km/h gold. Dit betekent dat [A] ‘inliep’ op [eiser].
- Verkeersnorm Artikel 19 RVV: Een bestuurder moet zijn voertuig tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand die hij kan overzien en die vrij is. Dit heeft [A] niet gedaan.
- De omstandigheden: De aanrijding gebeurde in het donker, buiten de bebouwde kom, in een bocht, met een adviessnelheid van 60 km/h. Dit zijn allemaal factoren waarmee een bestuurder rekening moet houden.
- Verwachte remactie: De rechtbank benadrukte dat het ‘algemeen bekend’ is dat een voorganger plotseling kan remmen voor overstekend verkeer of dieren. Dit is geen uitzonderlijke situatie waar een achterligger geen rekening mee hoeft te houden.
Het argument van Achmea over adaptive cruise control werd door de rechter terzijde geschoven, omdat onduidelijk bleef hoe het systeem precies werkte en of het correct was ingesteld. De rechtbank stelde dat de bestuurder zelf verantwoordelijk blijft.
Geen eigen schuld voor remmen voor eenden
Achmea probeerde nog te beargumenteren dat [eiser] deels zelf schuldig was, omdat hij zonder ‘verkeersnoodzaak’ remde voor de eenden. De rechtbank veegde dit argument van tafel. Hoewel eenden geen ‘verkeersnoodzaak’ in de strikte zin van het woord vormen, is het niet verboden om voor ze te remmen. Bovendien remde [eiser] vanuit een reflex voor een potentieel gevaarlijke situatie die hij in het donker niet direct kon plaatsen. De rechtbank oordeelde dat de schade niet aan [eiser] kon worden toegerekend.
Wat betekent dit voor de schadevergoeding?
De rechtbank heeft geoordeeld dat Achmea volledig aansprakelijk is voor de schade van [eiser]. Dit betekent dat Achmea alle letselschade en materiële schade die [eiser] heeft geleden door het ongeval moet vergoeden. De exacte hoogte van de schade moet nog worden vastgesteld in een aparte procedure, een zogenaamde ‘schadestaatprocedure’. Dit is nodig omdat de schadeposten van [eiser] nog niet voldoende waren onderbouwd. Het gaat dan bijvoorbeeld om de schade aan de auto en de medische kosten.