Wat is er gebeurd? Een whiplash ongeval in 2010
Op 26 oktober 2010 stond een vrouw stil in de file op de snelweg A2 toen ze van achteren werd aangereden. Ze liep hierbij een whiplash op, wat leidde tot nekklachten, hoofdpijn en concentratieproblemen. De verzekeraar van de aanrijdende partij, ASR, gaf direct toe dat zij verantwoordelijk was voor het ongeval. De grote vraag was alleen: hoe ernstig was de letselschade nu precies en voor hoelang? Dit is een langlopend geschil geworden over de gevolgen van het letselschade whiplash 2010 ongeval.
De strijd om de schadevergoeding: de experts aan het woord
Het slachtoffer was voor het ongeval een succesvolle country manager en claimde dat ze door de whiplash blijvend arbeidsongeschikt was geraakt. Ze vroeg een forse schadevergoeding voor het verlies aan inkomen tot aan haar pensioen. ASR was het hier niet mee eens en vond dat de klachten hooguit tijdelijk waren. Om dit op te lossen, schakelden beide partijen gezamenlijk verschillende medische en arbeidsdeskundige experts in. Dit is een belangrijke stap, want de rechtbank kijkt dan extra goed naar de conclusies van deze experts. Voor meer informatie over dit soort zaken, kunt u ook onze pagina over letselschade en ongevallen bezoeken.
De experts, waaronder verzekeringsarts Timmerhuis en arbeidsdeskundige Van der Ham, onderzochten de vrouw grondig. Zij kwamen tot de conclusie dat de vrouw met haar beperkingen eigenlijk wel geschikt was voor haar oude werk. Er was wel sprake van lichte klachten, maar deze waren niet zó ernstig dat ze permanent niet meer kon werken. Ze konden zelfs geen algemene urenbeperking vaststellen; volgens de experts kon ze minstens 40 uur per week werken.
Welke schade is wél vergoed na het letselschade whiplash 2010 ongeval?
Hoewel de claim voor blijvende arbeidsongeschiktheid werd afgewezen, erkende de rechtbank wel dat de vrouw in de eerste jaren na het ongeval tijdelijk niet volledig kon werken. Daarom kreeg ze een vergoeding voor inkomensverlies over de periode van het ongeval (oktober 2010) tot december 2016. Dit bedroeg in totaal € 160.367,-.
Daarnaast kreeg ze vergoeding voor: huishoudelijke hulp, omdat ze door haar klachten meer moeite had met huishoudelijke taken (€ 19.877,-); verlies aan zelfwerkzaamheid, omdat ze minder goed klusjes in en om het huis kon doen (€ 13.599,05); en overige materiële schade, een bedrag van € 2.000,- voor reiskosten naar artsen en therapieën en voor hulpmiddelen.
Alles bij elkaar moest ASR nog € 11.378,05 bijbetalen, bovenop de € 184.465,- die ze al als voorschot hadden betaald.
Smartengeld: een tegemoetkoming voor leed en pijn
De vrouw had ook smartengeld geëist voor de pijn, het verdriet en de verminderde levensvreugde. Ze vroeg € 22.500,-. De rechtbank keek naar de aard en ernst van haar letsel, haar leeftijd en de gevolgen voor haar dagelijkse leven. Hoewel geen sprake was van blijvende arbeidsongeschiktheid, erkende de rechtbank wel de aanhoudende lichte cognitieve beperkingen en de impact op haar privé- en sociale activiteiten. Daarom kreeg ze € 10.000,- smartengeld toegewezen, met wettelijke rente vanaf de datum van het ongeval.
De afgewezen claims en proceskosten
Een deel van de geëiste medische kosten (€ 7.475,52) werd afgewezen, omdat deze niet voldoende waren onderbouwd. Ook een groot deel van de buitengerechtelijke kosten (kosten die gemaakt zijn vóór de rechtszaak) werd niet vergoed. De rechtbank oordeelde dat sommige kosten dubbel werk waren of eigenlijk al bij de proceskosten hoorden, die de advocaat normaal declareert. Uiteindelijk werd hiervan slechts € 2.200,98 toegekend voor de inzet van een rekenkundige.
Omdat het grootste deel van de vordering van de vrouw werd afgewezen, moest zij een deel van de griffierechten van ASR betalen, namelijk € 2.900,-. De overige proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat elke partij zijn eigen advocaatkosten draagt.