Letselschade en Smartengeld

Smartengeld van €200.000 toegekend na dwarslaesie en hersenletsel in 2022

Een man liep in 2019 ernstige dwarslaesie en hersenletsel op door een verkeersongeval en overleed negen maanden later. De rechtbank kende in 2022 zijn familie €200.000 smartengeld toe. Dit smartengeld mag niet worden afgetrokken van de overlijdensschade die de familie ontvangt. De uitspraak benadrukt het hoogstpersoonlijke karakter van smartengeld, zelfs bij verlaagd bewustzijn.

Uitkomst: Koper heeft gewonne
Rechtbank

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak

19 januari 2022

Zaaknummer

C/16/523950 / HA RK 21-157

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2022:106

Onderwerp

Letselschade, smartengeld, overlijdensschade

Wetsartikel

Artikel 6:106 lid 1 BW, Artikel 6:108 lid 1 BW, Artikel 1019z Rv, Artikel 5 WVW 1994, Artikel 6:162 BW, Artikel 185 WVW 1994, Artikel 1019aa lid 1 Rv, Artikel 6:96 lid 2 BW

Samenvatting in gewone taal

Ernstig ongeval en de strijd om smartengeld

In een trieste zaak die in 2022 voor de rechter kwam, is besloten dat een slachtoffer van een verkeersongeval, de heer A., die een dwarslaesie en ernstig hersenletsel opliep, recht had op een aanzienlijk bedrag aan smartengeld. De heer A. overleed negen maanden na het ongeval aan zijn verwondingen. Dit deelgeschil ging niet alleen over de hoogte van het smartengeld, maar ook over de vraag of dit bedrag invloed mocht hebben op de schadevergoeding die zijn familie (zijn echtgenote en drie minderjarige kinderen) zou ontvangen na zijn overlijden (de zogenaamde overlijdensschade). De rechtbank heeft uiteindelijk geoordeeld dat de familie van de heer A. een hoog smartengeld van €200.000 zou ontvangen en dat dit bedrag niet mocht worden verrekend met de overlijdensschade.

Wat is er precies gebeurd?

Op 20 februari 2019 reed de heer A. op zijn racefiets toen hij frontaal werd aangereden door een motorrijder die een inhaalmanoeuvre uitvoerde terwijl zijn zicht belemmerd werd door de laagstaande zon. De gevolgen waren catastrofaal: de heer A. liep zeer ernstig letsel op, waaronder ernstig hoofd- en hersenletsel, meerdere gebroken nek- en rugwervels met een complete dwarslaesie, en diverse andere breuken. Hij lag lange tijd in coma en was volledig afhankelijk van anderen. Negen maanden na het ongeluk, op 20 november 2019, overleed de heer A. aan de complicaties van zijn verwondingen. De motorrijder is later strafrechtelijk veroordeeld voor het veroorzaken van gevaar op de weg.

De verzekeraar van de motorrijder, Bovemij, erkende de aansprakelijkheid. Daarna ontstond er een discussie over de hoogte van het smartengeld en of dit smartengeld zou meetellen voor de overlijdensschade van de familie. De advocaat van de familie vroeg om €250.000 aan smartengeld, terwijl Bovemij niet verder wilde gaan dan €125.000.

De begroting van het smartengeld dwarslaesie hersenletsel in 2022

Smartengeld is een vergoeding voor ‘immateriële schade’, dus leed dat niet in geld is uit te drukken, zoals pijn, verdriet en gederfde levensvreugde. Bij het vaststellen van de hoogte van het smartengeld kijkt de rechter naar alle omstandigheden, zoals de aard en ernst van het letsel, de duur van het lijden, en de mate van bewustzijn van het slachtoffer. Ook de manier waarop het ongeluk is veroorzaakt, speelt een rol.

De rechtbank oordeelde dat het letsel van de heer A. ‘uitzonderlijk ernstig’ was, met zowel een dwarslaesie als hersenletsel. Hij heeft negen maanden lang intens geleden, met veel pijn en angst. Wat de zaak extra schrijnend maakt, is dat de heer A. ondanks zijn beperkte bewustzijn, wel degelijk besefte wat er gebeurde en hoe zijn leven was veranderd. Hij reageerde op foto’s van zijn kinderen, werd rustig bij aanraking door zijn vrouw en toonde emoties als frustratie en succes. De rechtbank vond het ‘bijzonder treffend’ dat hij de namen van zijn familieleden probeerde te hummen en onrustig werd als zijn zoontje huilde.

Hoewel Bovemij aanvoerde dat de heer A. lange tijd in coma en met verlaagd bewustzijn verkeerde, en dat dit de vergoeding zou moeten verlagen, verwierp de rechtbank dit. De rechter benadrukte dat smartengeld ook dient als genoegdoening voor het geschokte rechtsgevoel en dat de mate waarin een slachtoffer vreugde beleeft aan het geld niet relevant is voor de vaststelling van de omvang. Het feit dat het verlies van bewustzijn zelf een gevolg was van het ongeval, versterkte dit standpunt. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigde dit de toekenning van een substantieel bedrag.

Uiteindelijk heeft de rechtbank, na afweging van alle omstandigheden en het vergelijken met eerdere uitspraken (waarbij de rechtbank de door de familie aangehaalde strafzaken minder vergelijkbaar vond dan de door Bovemij aangehaalde letselzaken), een smartengeld van €200.000 billijk geacht. Dit is een hoog bedrag in Nederlandse begrippen en ligt tussen de voorstellen van beide partijen in.

Smartengeld en overlijdensschade: een belangrijke scheiding

Een ander cruciaal punt in dit geschil was de vraag of het smartengeld dat aan de heer A. werd toegekend, invloed moest hebben op de overlijdensschade die zijn familie zou ontvangen. Overlijdensschade is een vergoeding voor het gemis aan levensonderhoud dat de nabestaanden van de overledene kregen. Bovemij stelde dat het smartengeld in de nalatenschap viel en zo de ‘behoeftigheid’ van de erfgenamen zou verminderen, waardoor de overlijdensschade lager uit zou vallen.

De rechtbank was het hier absoluut niet mee eens. Zij benadrukte dat smartengeld een ‘hoogstpersoonlijk karakter’ heeft. Het is bedoeld als genoegdoening en compensatie voor het leed van het slachtoffer zelf. Het is zo persoonlijk dat het niet vatbaar is voor beslag. De rechtbank trok een vergelijking met affectieschade, een vergoeding die naasten ontvangen voor het leed dat zij ondervinden door het ernstige letsel of overlijden van een dierbare. Net als affectieschade, die nooit wordt verrekend met andere schadevergoedingen, vond de rechtbank dat smartengeld niet betrokken mag worden bij de bepaling van de overlijdensschade.

Deze uitspraak is belangrijk voor iedereen die te maken krijgt met ernstige letselschade of overlijdensschade, omdat het duidelijk maakt dat smartengeld op zichzelf staat en niet ten koste gaat van andere vergoedingen die nabestaanden ontvangen. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u onze andere artikelen raadplegen.

Wat speelde er in deze zaak?

20 februari 2019

De heer A. raakt betrokken bij een ernstig verkeersongeval en loopt meervoudig letsel op.

20 februari - 27 maart 2019

De heer A. ligt op de Intensive Care van het UMCU, deels in coma.

22 mei 2019

Overplaatsing naar gespecialiseerde verpleeginstelling voor behandeling van minimale bewustzijnstoestand.

2 september 2019

Overplaatsing naar een andere verpleeginstelling, waar een toename van mimiek en emoties wordt waargenomen.

20 november 2019

De heer A. overlijdt op 43-jarige leeftijd als gevolg van complicaties van zijn letsel.

21 februari 2020

De motorrijder die het ongeval veroorzaakte, wordt strafrechtelijk veroordeeld.

15 december 2020

Advocaat van de familie stelt voor het smartengeld op €250.000 te begroten en de overlijdensschade apart te houden.

15 maart 2021

Bovemij reageert en stelt €125.000 smartengeld voor, dat volgens hen invloed heeft op de overlijdensschade.

19 januari 2022

Rechtbank Midden-Nederland doet uitspraak in het deelgeschil.

Standpunt van de koper

De advocaat van de familie (verzoekster) vroeg om €250.000 smartengeld voor de heer A. en eiste dat dit bedrag niet betrokken mocht worden bij de vaststelling van de overlijdensschade die de familie zou ontvangen.

Verweer van de verkoper

Bovemij, de verzekeraar, wilde €125.000 smartengeld toekennen en vond dat dit smartengeldbedrag wel moest worden meegenomen bij de bepaling van de overlijdensschade van de nabestaanden, omdat het hun financiële positie beïnvloedt.

De centrale juridische vraag

Dient het smartengeld van €200.000, toegekend na een dodelijk verkeersongeval met dwarslaesie en hersenletsel, te worden meegerekend bij de overlijdensschade die de nabestaanden ontvangen?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is smartengeld precies?

Smartengeld is een vergoeding voor het leed dat je hebt ondergaan door een ongeval. Denk aan pijn, verdriet en het verlies van levensvreugde. Het is dus niet bedoeld voor materiële schade, zoals kapotte spullen of misgelopen inkomen, maar voor het persoonlijke, emotionele leed.

Waarom was het smartengeld in deze zaak zo hoog (€200.000)?

Het bedrag was hoog door de extreme ernst van het letsel (dwarslaesie en ernstig hersenletsel), de lange periode van intens lijden van het slachtoffer en het feit dat hij, ondanks zijn verlaagde bewustzijn, nog wel besef had van zijn situatie. Ook speelde mee dat de motorrijder schuldig was aan gevaarlijk rijgedrag.

Wat is overlijdensschade en waarom telt smartengeld daar niet voor mee?

Overlijdensschade is een vergoeding voor nabestaanden, bijvoorbeeld voor het gemiste levensonderhoud van de overleden persoon. De rechtbank oordeelde dat smartengeld een 'hoogstpersoonlijk karakter' heeft; het is bedoeld voor het leed van het slachtoffer zelf. Het is vergelijkbaar met affectieschade en mag daarom niet worden verrekend met de overlijdensschade, zodat nabestaanden niet dubbel gestraft worden.

Wat betekent het dat het slachtoffer een 'verlaagd bewustzijn' had, en waarom beïnvloedt dit het smartengeld niet?

Een verlaagd bewustzijn betekent dat iemand minder reageert op de omgeving. De rechtbank oordeelde dat zelfs bij verlaagd bewustzijn, er leed en gemis van levensvreugde is. Bovendien dient smartengeld ook als genoegdoening voor het geschokte rechtsgevoel. Het feit dat het verlaagde bewustzijn zelf het gevolg was van het ongeval, maakt dat het smartengeldbedrag niet lager mag zijn om die reden.