Geen voorschot letselschade na scooterongeluk 2025: Waarom de rechter de claim afwees
In een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, bekend onder ECLI:NL:RBAMS:2025:4787, werd het verzoek om een letselschade voorschot scooter ECLI 4787 afgewezen. Een jongeman, die in 2022 een scooterongeluk kreeg, eiste een voorschot op zijn schadevergoeding van verzekeraar Achmea. Hoewel Achmea al een deel van de aansprakelijkheid had erkend en eerder bedragen had betaald, vond de rechter dat de jongeman zijn huidige klachten en de geleden schade niet voldoende kon bewijzen. Dit betekent dat als je letsel oploopt, het heel belangrijk is om je schade goed te onderbouwen met bewijzen.
Wat is er precies gebeurd?
Het begon allemaal op 23 september 2022. De toen 17-jarige jongeman reed op zijn scooter in Amsterdam en kreeg geen voorrang van een fietser die bij Achmea verzekerd was. De fietser had voorrang moeten verlenen. Wel reed de jongeman zelf 30 km/u op een plek waar 15 km/u werd geadviseerd. Achmea erkende in februari 2023 de aansprakelijkheid voor twee derde deel van de schade, omdat de fietser een ‘beschermde deelnemer’ was en de jongeman op een motorvoertuig reed. Dit is gebaseerd op artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WVW).
De claims en de vergoedingen tot nu toe
De jongeman gaf aan dat hij door het ongeluk chronische klachten had gekregen, zoals pijn in zijn polsen, nek, handen, elleboog en enkel, en ook psychische problemen. Hierdoor kon hij naar eigen zeggen niet meer studeren, werken of sporten en was hij afhankelijk van de zorg van zijn moeder. Hij claimde in totaal ruim €70.000 aan schade en vroeg in het kort geding om een voorschot van €32.000.
Achmea had echter al eerder bedragen betaald. In maart 2023 vergoedden ze materiële schade zoals een helm, oortje, beenkleed en scooterherstel, en een deel van zijn gemiste inkomen. In oktober 2024 betaalden ze ook eenzijdig €750 smartengeld (vergoeding voor immateriële schade), omdat ze de jongeman niet konden bereiken. Later, na contact met een advocaat van de jongeman, heropende Achmea het dossier, maar wees een nieuw voorschot af.
Waarom de rechter het voorschot afwees
De rechter vond dat de jongeman niet voldoende had bewezen dat zijn klachten op dit moment nog voortkwamen uit het ongeluk, en dat de schade groter was dan wat Achmea al had betaald. Er miste vooral recente medische informatie over de jaren 2024 en 2025. Uit eerdere medische stukken bleek bovendien dat de jongeman kampte met een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie), een aandoening die ook gewrichtsklachten kan veroorzaken. De rechter kon daarom niet uitsluiten dat deze aandoening (mede) de oorzaak was van zijn klachten. Zonder concrete en recente bewijzen was het lastig om een voorschot toe te wijzen.
De rechter benadrukte dat de jongeman zijn schade – en het verband tussen het ongeluk en de schade – moet kunnen aantonen met objectieve stukken. Denk hierbij aan verklaringen van artsen, werkgevers of leraren. Omdat beide partijen moeite hadden met de communicatie, besloot de rechter de proceskosten te compenseren, wat betekent dat elke partij de eigen kosten moest dragen. Voor meer informatie over dit onderwerp, bezoek onze pagina over letselschade en ongevallen.