Botsing Bus en Fietser op de Vleutenseweg: Wanneer is er sprake van overmacht?
In een opmerkelijke uitspraak van 2024 over een botsing tussen een bus en een fietser op de Vleutenseweg in Utrecht, heeft de rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat de buschauffeur geen schuld had. Dit betekent dat de verzekeraar van de bus, Intermont, niet aansprakelijk is voor de schade van de fietser. De rechtbank stelde dat er sprake was van ‘overmacht’ aan de kant van de buschauffeur. Dit is een strenge regel in het verkeersrecht.
De fietser, die ernstig hersenletsel opliep, had gevraagd om een uitspraak van de rechter dat de verzekeraar haar schade moest vergoeden. De rechter heeft dit verzoek afgewezen.
Wat is er precies gebeurd bij de overmacht bus fietser Vleutenseweg 2024?
Het ongeval vond plaats op 10 juli 2020, toen een fietser op een elektrische vouwfiets botste met een 25 meter lange stadsbus op de Vleutenseweg in Utrecht. De fietser stak de weg over bij een plek met verkeerslichten en haaientanden, wat betekent dat fietsers voorrang moeten verlenen. De fietser stak twee rijbanen over en stopte bij de oversteekplaats voor de busbaan. Terwijl de bus langsreed, raakte het voorwiel van de fiets de rechterachterkant van de bus. De fietser kwam hard ten val en liep ernstige verwondingen op, waaronder traumatisch hersenletsel, en is nu volledig arbeidsongeschikt.
De juridische strijd: aansprakelijkheid en overmacht
De fietser stelde de verzekeraar van de bus aansprakelijk op basis van artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WVW) en artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Deze wetten houden in dat de eigenaar van een motorvoertuig (zoals een bus) vaak aansprakelijk is voor schade bij een botsing met een zwakkere verkeersdeelnemer (zoals een fietser), tenzij er sprake is van overmacht.
De verzekeraar, Intermont, verdedigde zich met een beroep op overmacht. Dit betekent dat de buschauffeur volgens hen geen enkele fout te verwijten valt en dat het ongeluk volledig te wijten was aan de fietser. De norm voor overmacht is heel streng: de buschauffeur mag geen enkel verwijt worden gemaakt, omdat de fouten van de fietser zo onwaarschijnlijk waren dat de chauffeur er redelijkerwijs geen rekening mee hoefde te houden.
Waarom kreeg de buschauffeur gelijk?
De rechtbank heeft de situatie zorgvuldig bekeken en kwam tot de volgende belangrijke punten:
- Snelheid van de bus: De bus reed ongeveer 40-45 km/uur, wat binnen de toegestane maximumsnelheid van 50 km/uur was. De chauffeur mocht de kruising oversteken omdat hij groen licht had.
- Botsing met de achterkant: Het was duidelijk dat de fietser niet door de voorkant, maar door het achterste deel van de 25 meter lange bus werd geraakt. Dit blijkt uit schade aan de bus en verklaringen van passagiers. De bus was de fietser dus al voor het grootste deel voorbij.
- Voorwaartse beweging van de fietser: De rechtbank concludeerde dat de fietser, nadat ze stilstond voor het rode licht bij de busbaan, een voorwaartse beweging maakte. Dit gebeurde terwijl het achterste deel van de bus nog langs haar reed. Verschillende getuigenverklaringen ondersteunden dit, ook al kon niet precies worden vastgesteld of ze trapte of alleen maar opstapte. Het belangrijkste was dat de fiets naar voren bewoog.
- Geen inzwenken van de bus: De fietser probeerde nog aan te tonen dat de bus ‘inzwenkte’ of te dicht langs de oversteekplaats reed. De rechtbank veegde dit argument van tafel. Er waren geen aanwijzingen dat de bus over de stoeprand reed, en de chauffeur had de fietser niet te ver naar voren zien staan. Bovendien kon een buschauffeur niet verwachten dat een fietser plotseling vooruit beweegt terwijl het grootste deel van de bus al gepasseerd is.
De rechtbank oordeelde dat de buschauffeur op geen enkele manier te verwijten viel. De fietser maakte een voorwaartse beweging die zo onverwacht was dat de chauffeur daar onmogelijk op kon reageren, omdat hij de fietser al gepasseerd was. Dit betekent dat het beroep van Intermont op overmacht slaagde en de schade van de fietser niet door de verzekeraar hoeft te worden vergoed.
Kosten van het deelgeschil
Hoewel de fietser de zaak verloor, werden de kosten van de procedure wel begroot op € 6.952,36. Dit gebeurt vaak in letselschadezaken, maar omdat de aansprakelijkheid van de verzekeraar niet is vastgesteld, hoeft Intermont deze kosten niet te betalen.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u op onze pagina over letselschade en ongevallen.