Verkeersongeval Vergoeding

Regres zorgverzekeraar fietser 2025: Menzis krijgt 50%, geen 75%

Een zorgverzekeraar die de medische kosten van een aangereden fietser vergoedde, wilde via subrogatie 75% van de schade verhalen, net als het slachtoffer zelf. De rechter oordeelde dat de zorgverzekeraar recht had op 50%, omdat de speciale beschermende verkeersregels niet voor verzekeraars gelden. De Procureur-Generaal bevestigde dit, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft en Menzis dus minder vergoed krijgt dan gehoopt.

Uitkomst: Vordering koper afgewezen
Rechtbank

Hoge Raad der Nederlanden (conclusie Procureur-Generaal)

Datum uitspraak

28 maart 2025

Zaaknummer

24/02603

ECLI

ECLI:NL:PHR:2025:396

Onderwerp

Verkeersaansprakelijkheid, Regres, Eigen schuld, Subrogatie

Wetsartikel

Art. 185 WVW 1994, Art. 6:101 lid 1 BW, Art. 7:962 BW

Samenvatting in gewone taal

Wat is er gebeurd? Een fietser aangereden in 2019

In april 2019 vond er een verkeersongeval plaats waarbij een fietser ernstig letsel opliep door een aanrijding met een auto. De zorgverzekeraar van de fietser, Menzis, heeft de medische kosten van het slachtoffer vergoed. Vervolgens wilde Menzis deze kosten terugvragen van de aansprakelijke partij en diens verzekeraar, Achmea. Dit wordt ook wel ‘regres’ genoemd. Het bijzondere aan deze zaak is dat Achmea en de fietser onderling al hadden afgesproken dat de fietser 75% van haar schade vergoed zou krijgen. Menzis vond dat zij, als zorgverzekeraar die in de rechten van de fietser was getreden (subrogatie), ook recht had op 75% van de vergoeding voor de medische kosten. Achmea en de autobestuurder (verweerder 2) waren het hier niet mee eens en stelden dat Menzis slechts recht had op 50%. De Procureur-Generaal (een adviseur van de Hoge Raad) heeft hierover in 2025 een conclusie uitgebracht over de kwestie van regres zorgverzekeraar fietser 2025.

De 50%-regel en 100%-regel: bescherming voor zwakke verkeersdeelnemers

In Nederland kennen we speciale regels voor verkeersongevallen waarbij een gemotoriseerd voertuig (zoals een auto) en een ongemotoriseerde deelnemer (zoals een fietser of voetganger) betrokken zijn. Deze regels zijn er om de kwetsbare verkeersdeelnemers te beschermen.

Voor kinderen jonger dan 14 jaar geldt de zogenaamde ‘100%-regel’. Dit betekent dat zij bij een ongeval vrijwel altijd hun volledige schade vergoed krijgen, tenzij er sprake is van opzet of ‘aan opzet grenzende roekeloosheid’.

Voor fietsers en voetgangers van 14 jaar en ouder geldt de ‘50%-regel’. Hierbij krijgt het slachtoffer in ieder geval 50% van de schade vergoed, zelfs als hij of zij (mede) schuld heeft aan het ongeval. Een hogere vergoeding dan 50% is mogelijk als de omstandigheden van het geval, zoals de ernst van de fouten of de kwetsbaarheid van het slachtoffer, daartoe aanleiding geven.

Waarom zorgverzekeraars minder krijgen bij regres

Een belangrijk punt in deze zaak is dat de beschermende 50%- en 100%-regels niet gelden voor gesubrogeerde verzekeraars, zoals Menzis. De Hoge Raad heeft hierover eerder geoordeeld dat deze regels er zijn om het persoonlijke belang van het verkeersslachtoffer te beschermen. Bij regres door een verzekeraar is de schade van het slachtoffer al vergoed, en spelen deze persoonlijke belangen niet meer op dezelfde manier een rol. Verzekeraars worden geacht zelf afspraken te kunnen maken over regres, bijvoorbeeld via convenanten.

Voor zorgverzekeraars betekent dit dat de rechter bij hun regresvordering de schade op een ‘gewone’ manier verdeelt. Eerst wordt gekeken naar de mate waarin ieders gedrag heeft bijgedragen aan de schade (de causale verdeling). Daarna kan een ‘billijkheidscorrectie’ worden toegepast. Deze correctie is in regreszaken echter vaak beperkt van omvang, in tegenstelling tot de ruimere correcties die voor het slachtoffer zelf gelden.

De beslissing van het hof en de conclusie van de P-G over regres zorgverzekeraar fietser 2025

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de claim van Menzis beoordeeld. Het hof nam als uitgangspunt dat het gedrag van de fietser voor 75% heeft bijgedragen aan het ongeval, en dat van de autobestuurder voor 25%. Dit is de causale verdeling. Op basis hiervan zou Menzis recht hebben op 25%. Echter, rekening houdend met de kwetsbaarheid van de fietser en het ernstige letsel, vond het hof een beperkte billijkheidscorrectie op zijn plaats, waardoor het schadevergoedingspercentage voor Menzis werd verhoogd van 25% naar 50%. De conclusie van de Procureur-Generaal (P-G) ondersteunt dit oordeel. De P-G concludeert dat de Hoge Raad het cassatieberoep van Menzis moet afwijzen. Dit betekent dat zorgverzekeraars, ondanks dat het slachtoffer zelf een hogere vergoeding kan ontvangen, bij regres aan de hand van een zelfstandige beoordeling vaak op een lager percentage uitkomen. Dit onderstreept het verschil in beoordeling tussen het slachtoffer en de regresnemende verzekeraar.

Wat speelde er in deze zaak?

10 april 2019

Verkeersongeval tussen de auto van [verweerder 2] en een fietser ([betrokkene 1]), waarbij de fietser ernstig letsel opliep.

14 februari 2021

Menzis, als zorgverzekeraar van de fietser, start een procedure bij de rechtbank om de vergoede medische kosten te verhalen.

30 november 2022

De rechtbank Overijssel verklaart [verweerder 2] voor 50% aansprakelijk voor de schade van Menzis.

14 februari 2023

Menzis stelt hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen het vonnis van de rechtbank.

9 april 2024

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank; Menzis heeft recht op vergoeding van 50% van haar schade.

9 juli 2024

Menzis stelt cassatieberoep in bij de Hoge Raad der Nederlanden.

28 maart 2025

Procureur-Generaal brengt conclusie uit aan de Hoge Raad, adviserend om het cassatieberoep van Menzis te verwerpen.

Standpunt van de koper

Menzis (de zorgverzekeraar) stelde dat zij als gesubrogeerde verzekeraar recht had op hetzelfde vergoedingspercentage (75%) als het verkeersslachtoffer zelf met Achmea had afgesproken. Volgens Menzis mocht de 50%-regel de uitkomst van een hogere vergoeding niet beperken.

Verweer van de verkoper

Achmea en [verweerder 2] (de aansprakelijkheidsverzekeraar en autobestuurder) stelden dat Menzis, als gesubrogeerde verzekeraar, geen recht had op de hogere bescherming die gold voor het verkeersslachtoffer zelf. Volgens hen was Menzis' claim beperkt tot 50% van de schade, na een causale verdeling en een beperkte billijkheidscorrectie.

De centrale juridische vraag

Mogen zorgverzekeraars, na subrogatie, dezelfde schadevergoeding eisen als het slachtoffer zelf heeft ontvangen bij een verkeersongeval met eigen schuld?

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is subrogatie precies?

Subrogatie betekent dat als een verzekeraar de schade van een slachtoffer betaalt, deze verzekeraar de rechten van het slachtoffer overneemt om de schade te verhalen op de partij die aansprakelijk is voor het ongeval. De verzekeraar stapt als het ware in de schoenen van het slachtoffer.

Waarom krijgt de zorgverzekeraar een lager percentage dan het slachtoffer zelf?

De speciale regels (zoals de 50%-regel) die zwakke verkeersdeelnemers beschermen, zijn bedoeld voor het slachtoffer persoonlijk. Als een verzekeraar de schade al heeft vergoed, vervalt dit persoonlijke belang. Daarom wordt de schade bij regres anders berekend, vaak met een minder gunstige uitkomst voor de verzekeraar.

Wat betekent de conclusie van de Procureur-Generaal voor deze zaak?

De Procureur-Generaal (P-G) adviseert de Hoge Raad over juridische vraagstukken. In dit geval adviseert de P-G dat het hof terecht heeft besloten dat Menzis 50% krijgt. De Hoge Raad volgt meestal de conclusie van de P-G, wat betekent dat de 50% vergoeding voor Menzis definitief zal zijn.

Hoe kunnen verzekeraars dan wel tot betere afspraken komen over regres?

De Hoge Raad heeft aangegeven dat verzekeraars door middel van collectief overleg, bijvoorbeeld via convenanten, zelf tot standaardafspraken kunnen komen over regresvorderingen. Dit kan helpen om discussies in individuele zaken te voorkomen en de afhandeling efficiënter te maken.